Bokser George Foreman (1949 – 2025) stierf een week geleden. Nu ik erover nadenk vind ik boksen de nobelste aller sporten. En de wreedste. Foreman leidt naar andere boksers. Ik ken er maar twee: Roy Jones Jr. (°1969) met zijn song “Can’t Be Touched” (2004), je vindt er een clip van op YouTube die een compilatie van zijn beste moves bevat; en de onovertroffen Muhammad Ali (1942 – 2016) die ik vooral als dichter en morosoof heb leren appreciëren. Luister bijvoorbeeld naar zijn 1974 speech net vóór zijn gevecht tegen Foreman waar hij bluft dat hij met alligators heeft gevochten een een walvis heeft gevloerd en elders hoe hij vindt dat iedereen maar moet voortplanten binnen zijn eigen huidskleur: parkieten paren toch ook niet met leeuwen? Of hoe hij zich als erover verwonderde dat Jezus blank was.
Ik heb met alligators geworsteld,
Ik heb een walvis gevloerd.
Ik heb de bliksem in de boeien geslagen
En de donder in de gevangenis gegooid.
Je weet dat ik slecht ben.
Vorige week nog, heb ik een rots vermoord,
een steen verwond, een steen in het ziekenhuis geslagen.
Ik ben zo gemeen, ik maak geneesmiddelen ziek.
Maar daar gaat het vandaag niet over, we moeten het hebben over Foreman.
Maar ik kan het niet hebben over Foreman.
Behalve op deze manier: Foremans vijf minuten roem was in 1974 toen hij tegen Ali moest vechten in Zaïre, het huidige Congo. Het gevecht stond bekend als de Rumble in the jungle, ‘Gerommel in de jungle’ dus. Foreman verloor. In een bekende foto gaat hij tegen de vloer, gezicht naar beneden, met een dreigende Ali op de achtergrond. Een maand voor het gevecht besloot men een concert te geven om de wedstrijd te hypen, met een rits van zwarte artiesten, waar James Brown de bekendste van was.
Er bestaat ook een sport die schaakboksen heet. In die discipline sla je elkaar eerst een rondje op het gezicht, en dan ga je een potje schaken.
Norman Mailer, misschien wel de bekendste schrijver van die periode, en zelf ook een bokser (er bestaat een heel raar fragment op YouTube waarin hij met een ‘vriend’ vecht) reisde af naar Zaïre, woonde de wedstrijd bij en schreef er The fight over.
Hoe dan ook, rust zacht George.