Tag Archives: RIP

RIP James Blood Ulmer (1940 – 2026)

In Amerika stierf James Blood Ulmer. Er is minstens een elpee in zijn oeuvre opgenomen door Bill Laswell.

Momentarily

Daar staat onder andere een track op van Erykah Badu. Zoals meestal het geval is een matige elpee van Laswell beter dan een gemiddelde elpee maar dat doet nog weinig ter zake want rust zacht James.

RIP Carlo Petrini (1949 – 2026)

In Italië stierf de oprichter van de slow food beweging. Carlo Petrini kon het in 1989 niet over zijn rug laten gaan dat McDonald’s haar eerste ‘restaurant’ in Rome naast de Spaanse trappen opende.

Het toeval wil dat ik me recentelijk in positieve zin over McDonald’s heb uitgelaten. De voorspelbaarheid, de prijs, de camaraderie onder de werknemers die ik er vaak zie, zeker op reis ben ik een fan.

RIP Marjane Satrapi (1969 – 2026)

Het lijk van mevrouw Marjane Satrapi was nog niet koud of er werden al rekeningen vereffend. Persepolis (2000) zou een Westers, imperialistisch en islamofoob propagandavehikel zijn. Gesluierde vrouwen en bebaarde mannen werden er als baarlijke duivels voorgesteld. Er moeten toch manieren zijn om zich te emanciperen zonder de verderfelijke westelijkheid te omarmen, vroegen Houria Bouteldja (°1973) en co. zich af.

Persopolis (2007)

Als u ondanks deze ‘kritiek’ niet genoeg kan krijgen van dit verhaal, van vrouwen die zich ontworstelen aan theocratische dictaturen die voor hen de allerslechtste deal zijn, lees dan ook Khomeini, Sade and Me (2014) by Abnousse Shalmani, bij ons vertaald als Khomeini, Sade en ik en waarin de auteur bij het begin van haar boek Sade citeert die hen die republikein willen worden tot een extra inspanning oproept .

Maar bovenal, rust zacht Marjane.

RIP Areski Belkacem (1940 – 2026) 

Ik ben in Frankrijk op reis als ik hoor dat Areski Belkacem het loodje heeft gelegd. Hij kwam via Underground moderne (2001) van Radio Nova op mijn radar met de compositie “Comme à la radio” (1970), ontstaan uit een opnamesessie met de Art ensemble of Chicago. Later ontdek ik “C’est normal” (1973).

“C’est normal” (1973), vooral die opmerking over ‘arbeiders, buitenlanders en “onproductievelingen”‘ blijft bij.

Thurston Moore is ook gek op het duo, zo blijkt. Niemand in België besteedt aandacht aan Areski, wiens naam maar een letter verschilt met ‘après ski’. Noch Sid Meuris, noch Kim Duchateau schrijven er iets over. Necropolis verwelkomt hem met open armen.

Rust zacht Areski

RIP Edgar Morin (1921 – 2026)

In Frankrijk overleed de socioloog Edgar Morin (1921 – 2026). De brave man werd maar liefst 104.

Hij schreef veel maar wij lazen enkel stukken van Les stars (De sterren, 1957), een boek dat we via Midnight Movies (1983) op het spoor kwamen.

Je leest er onder andere:

“We ervaren de bioscoop in een staat van dubbel bewustzijn, een verbazingwekkend fenomeen waarbij de illusie van de werkelijkheid onlosmakelijk verbonden is met het besef dat het in wezen een illusie is.”

“Niemand die de donkere zalen bezoekt is werkelijk een atheïst. Maar onder de filmgaande massa’s kan de sekte van gelovigen worden onderscheiden die relikwieën dragen en zich op andere manieren aanbidding toeëigenen: de fanatici, de fans.”

Rust zacht Edgar.

RIP Steve Barrow (1945 – 2026)

Blood & Fire (1970)

Steve Barrow was een Brits reggaekenner en geschiedkundige van dat genre. Hij runde van 1993 tot 2007 het label Blood and Fire, niet per se genoemd naar de 1970 song van Niney the Observer met die titel want vele reggaesongs hebben het over blood and fire, logisch met hun oudtestamentische verwijzingen. Hij schreef ook The Rough Guide to Reggae (2001) en compileerde de Lee Perry-bloemlezing Arkology (1997). Hij besteedde zijn hele leven aan de reggaekunde, vanaf zijn eerste reggaewinkeltje Daddy Kool in Londen tot zijn rusthuisdagen.

RIP Steve.

RIP Claudine Longet (1942 – 2026)

Claudine Longet was een Franse zangeres en actrice vooral bekend voor haar rol in The party (1968) waarin ze “Nothing to lose” zingt terwijl Peter Sellers, onbeschaamd in de huid van de Indische karikatuur Hrundi V. Bakshi, een geval van ‘brownface’ dat je je nu niet meer kan voorstellen, op de achtergrond vreselijk hard naar het toilet moet.

“Nothing to lose”

In de Verenigde Staten herinnert men zich ook nog de dood van haar vriendje de skikampioen, die zich ‘in de buik had geschoten’ toen hij haar wilde laten zien hoe het vuurwapen werkte. Dat trok hier in Europa minder de aandacht.

Rust zacht Claudine.

RIP Valie Export (1940 – 2026)

Valie Export was een Oostenrijkse kunstenares best gekend voor haar werk Tastbioscoop. Er bestaat een foto van die performance — en profil — die ik altijd erg teder heb gevonden. Zijn blik. Haar blik. Gewoon erg teder en ook helemaal niet vreemd.

From the Master of Art video series on YouTube

In Tapp- und Tast-Kino, zo heet dat stuk in het Duits, mocht je de borsten van Valie aanraken maar niet zien. Het jaar is 1968 en we bevinden ons in de straten van München. Peter Weibel nodigt uit. Valie stelt zichzelf ter beschikking maar eigenlijk zet ze de toetasters met haar miniatuurtheaterdoos te kijk. Zou ik er zelf op ingegaan zijn? Ik denk het wel. Wat had ik dan met die borsten gedaan? De tepels beroerd? Haar geil proberen te maken door heel zachtjes aan te raken? Er een beetje aan te trekken? Lichtjes?

Continue reading

RIP Jack Taylor (1926 – 2026)

Gisteren of eergisteren keek ik naar Succubus (1968) omdat Jack Taylor stierf, de Amerikaanse acteur die vaak met Jess Franco heeft gewerkt. In mijn jonge jaren ben ik nooit met Jess Franco in aanraking gekomen, nochtans had dat wel gekund want ik had weldegelijk Cult movie stars (1991) in huis gehaald om mezelf op de hoogte te brengen van cultfilms, maar Danny Peary, de schrijver ervan, zweeg daar in alle talen over het oeuvre van Franco, afgezien van een zijdelingse vermelding van Venus in furs (1969) in het lemma van Klaus Kinski.

Succubus

Nu ik het verder onderzoek, ook bij Sylvia Koscina krijgt Franco een vermelding, voor zijn film Deadly Sanctuary (1969), eigenlijk Marquis de Sade: Justine.

Continue reading

RIP Bruno Bischofberger (1940 – 2026)

De man met de zeis kwam de Zwitser Bruno Bischofberger (1940 – 2026) halen en hij bracht hem recht naar Dodenstad. De kunstdealer en verzamelaar, vooral bekend als gallerist van Andy Warhol, zal met de nodige plechtstatigheden door mij en mijn team ten grave gedragen worden.

De kunsthandelaars hebben een eigen perk, het bevindt zich tussen het perk van de kunstenaars en dat van de bankiers. Je vindt er illustere voorgangers zoals Jacopo Strada, Edme-François Gersaint en Edmond Bonnaffé; en er is alvast plaats voorzien voor Larry Gagosian en Charles Saatchi, nu nog twee krasse tachtigers zoals Bruno was, maar voor hoelang nog?

Bischofberger en zijn vrouw Yoyo lieten in Zürich een huis door de architect Ettore Sottsass bouwen. In Lanaken, Limburg staat ook woning van de Italiaanse grootmeester, gebouwd in opdracht van meubelmaker Ernest Mourmans.

Maar dat doet weinig ter zake, want rust zacht Bruno.