RIP Paco Rabanne (1934 – 2023)

“Contact” (1967) van Gainsbourg, in een Colombier productie, mét kleding van Rabanne.

“Ik wou, voor het einde van mijn leven, de mooiste, de rustigste en de meest verlaten plek vinden, en ik vond die hier in Brittannië.”

Paco Rabanne

Paco Rabanne trok naar Brittanië om er in alle eenzaamheid zijn laatste dagen te slijten en hij stierf er gisteren of eergisteren.

Zijn voornemen doet me denken aan dat beginzinnetje van Paul Auster: ‘I was looking for a quiet place to die’.

Iedereen denkt bij Paco Rabanne aan de film Barbarella (1968) waar hij zogezegd de kleding voor ontwierp. Dat is maar half waar. Hij ontwierp welgeteld één jurk voor Jane Fonda. De rest van de kleding van Fonda werd door ene Jacques Fonteray gemaakt. Het was dat groene jurkje dat Rabanne ontwierp en ik moet er wel bij zeggen dat het het mooiste van de film was.

Overigens, laat u nooit verleiden tot het kijken van de film Barbarella, het is een werkelijk saaie film, de promofoto’s zijn leuker dan de film, alleen de orgasmotron kan enigszins bekoren omdat het echo’s van Reich oproept.

Paco Rabanne zal in de toekomst vooral herinnerd worden — naast Pierre Cardin en André Courrèges — voor zijn futuristische ‘space age’ couture die in plaats van stof gebruikt maakte van plastic en andere synthetische materialen. Rabanne maakte bovendien ook graag gebruik van metaal. Concurrerende modebedrijven vonden wat hij maakte geen couture maar metallurgie. Op een gegeven moment droeg Françoise Hardy een stalen maliënkolderbroekpak van Rabanne dat 38 kilogram woog. Zij vond het daarin moeilijk bewegen.

Maar draagbaarheid was de minste der zorgen van Rabanne . Hij noemde zijn 1966 collectie — zijn eerste onder eigen naam — ‘douze robes importables en matériaux contemporains’ — ‘twaalf ondraagbare jurken in hedendaagse materialen’. Met die ondraagbare jurken vond Rabanne zijn plaats in het twintigste-eeuwse avant-garde canon naast de onleesbare romans (James Joyce) en de onkijkbare films (Chantal Akerman). Ondraagbaarheid werd, net als plotloosheid, de grootste kunst.

Er is een erg goede documentaire “Paco Rabanne, 50 ans d’extravagances” (2018).

Rust zacht Paco.

RIP Barrett Strong (1941 – 2023)

“Smiling Faces Sometimes” (1971)

In de Verenigde Staten stierf Barrett Strong. Hij was zanger, pianist en songschrijver.

Hij scoorde de eerste hit voor Motown met “Money (That’s What I Want)” (1959). ‘Geld, dat is wat ik wil’, dat zo geestig gecoverd werd door The Flying Lizards in 1979. Het staat in mijn top 1000.

‘De beste dingen in het leven zijn gratis,’ zong hij daar ‘maar die mag je aan de bloemetjes en de bijtjes geven, ik wil geld, geld is wat ik wil.’

Strong zong dit lied maar hij schreef de tekst ervan niet. Tenminste, dat zegt Motown. Strong betwistte dat.

Maar hij schreef wel de teksten van “I Heard It Through the Grapevine” (1967), “War” (1970) en “Papa Was a Rollin’ Stone” (1972). Het eerste werd bekend in de versie van Marvin Gaye, het laatste in de handen van de Temptations. “War” was de enige hit van de relatief onbekende Edwin Starr. Met dubbele ‘r’.

“Grapevine”

“Grapevine” is een breakup song. Een meisje of een jongen moet via het roddelcircuit vernemen dat de geliefde met iemand anders aan het rotzooien is. Ach ja, alles geoorloofd in oorlog en liefde, nietwaar?

“Papa Was a Rollin’ Stone”

En de vader in “Papa Was a Rollin’ Stone”? Daar heeft die zoon dan weer weinig geluk mee gehad. Papa was een vrouwenzot die meer dan een gezin had en niet naar zijn kinderen omkeek. Al wat hij hen naliet was eenzaamheid. Het archetype van de afwezige vader in Afro-Amerikaanse gemeenschappen werd voor het eerst onder de aandacht gebracht in The Negro Family: The Case For National Action (1965) beter gekend als het Moynihan Report, zo genoemd naar de auteur Daniel Patrick Moynihan (1927-2003).

“War”

Hoewel ik volkomen begrijp waarom “War” zo populair is — het is een absolute meezinger — blijft het een saaie song met middelmatige lyrics. ‘Oorlog!’, ‘Waarvoor dient het?’, ‘Helemaal nergens voor!’.

Strong schreef zijn werk samen met Norman Whitfield, die verantwoordelijk voor de muziek was.

Als het werk van dit tweetal nieuw is voor u, check dan “Cloud Nine” (1968), “Hum Along and Dance” (1970), “Smiling Faces Sometimes” (1971) en “Just My Imagination (Running Away with Me)” (1971).

Met zo’n palmares zou je denken dat Strong rijk gestorven is, maar dat is niet het geval want in het verleden verkocht hij zijn eigendomsrechten voor twee miljoen dollar en hij richtte met dat geld een opnamestudio in die mislukte.

Rust zacht Barrett.

RIP Alastair Brotchie (? – 2023)

Alastair Brotchie was een Brits uitgever, mede-oprichter van het Londense Atlas Press dat zich specialiseerde in avant-garde met een gevoel voor humor. In Alfred Jarry en ‘patafysica onder andere.

Alfred Jarry op de fiets.

Mocht ik in Londen hebben gewoond, ik had meneer Brotchie vast gekend.

Op mijn volgend visitekaartje geef ik mezelf de titel: ‘doctor in de ‘patafysica.’

Rust zacht Alastair.

RIP Tom Verlaine (1949 – 2023)

“Marquee Moon” (1977)

Tom Verlaine was een Amerikaans songschrijver, gitarist en zanger best gekend omwille van diens album Marquee Moon (1977) van zijn band Television.

Bij geboorte heette hij Miller, hij noemde zich naar de Franse dichter Paul Verlaine.

Hij was een tijd het lief van Patti Smith.

I remember
Ooh, how the darkness doubled
I recall
Lightning struck itself

“Marquee Moon” (1977) van Television

‘Ik herinner me,’ dichtte hij, ‘hoe de donkerte zich verdubbelde. Ik weet nog hoe de bliksem zichzelf trof’.

Hij zette die tekst op een muzikale compositie en gaf die de titel “Marquee Moon”.

Een marquee is zo’n overhangend bord bij een theaterzaal of bioscoop dat zowel dient om de wachtenden droog te houden als om reclame te maken voor wat er binnen speelt.

Ik kreeg dit album ooit cadeau van Didier, zwart en gay, en mijn beste vriend op de middelbare school nadat ik met Jean-Marc gebroken had vanwege diens steeds ongerijmdere gedrag. Jean-Marc gooide zich enkele jaren later onder een trein. Didier woont nu op La Gomera.

Didier hield niet van dit album, ik kan me wel voorstellen waarom. Het is typisch rock en rock – zoals wij allemaal weten – is voor alcohollievende hetero’s. Dat de foto van Robert Mapplethorpe was, zal Didier niet geweten hebben.

Verlaine maakte nog heel wat soloplaten maar zou nooit meer dezelfde aandacht krijgen als met Marquee Moon. Een van zijn nummers werd gecoverd door Bowie, dat wel. Ik moest tijdens dit schrijven denken aan Anton Fier, die een tijdje geleden stierf en even fel gesmaakt door kenners als onbekend bij het grote publiek was.

Als ik besluit die twee namen samen te googelen kom ik bij een boek van Chris Stamey uit. Die stelt vast dat talent, kunde, grootte van publiek en belangstelling vaak niet hand in hand gaan.

Rust zacht Tom.

RIP Alfred Leslie (1927 – 2023)

Alfred Leslie met een aantal photo-shopwerken en een mini-overzicht van zijn loopbaan.

Alfred Leslie was een Amerikaans schilder.

Hij begon zijn carrière als abstract expressionist maar schakelde in de jaren zestig al over naar realistisch figuratief werk.

Leslie maakte ook enkele films. Zijn bekendste is de kortfilm Pull My Daisy (1959), de verfilming van een hoofdstuk van Beat Generation een toneelstuk gebaseerd op On the road van beatauteur Kerouac.

Rust zacht Leslie.

RIP Dean Daughtry (1946 – 2023)

“Spooky” door Classic IV waar Dean lid van was. Het nummer kwam eerst uit als intrumental.

Dean Daughtry was een Amerikaans muzikant bekend omwille van zijn bijdrage aan “Spooky” (1967), een nummer dat wereldbekend zou worden dankzij ontelbare covers, waarvan de bekendste misschien die van Dusty Springfield is.

“Liefde is een beetje gek met een griezelig klein meisje zoals jij”.

–“Spooky”

Zij draaide het geslacht om en maakte van een ‘spooky little girl like you’ een ‘spooky little boy like you’. Spooky.

Zwoel nummer.

Rust zacht Dean.

RIP Agustí Villaronga (1953 – 2023)

In a Glass Cage (1986)

Twee Spaanse regisseurs sterven op twee dagen tijd. De oogst is goed. Ook deze regisseur, Agustí Villaronga, dacht ik net als de vorige geen aandacht waard. Tot ik In a Glass Cage (1986) onderzocht.

In a Glass CageTras el cristal in het Spaans, is het verhaal van holocaustkinderverkrachter Klaus die na een zelfmoordpoging in een een ‘ijzeren long’ belandt omdat hij – afgezien van zijn hoofd – volledig verlamd is. Een ijzeren long is een cabine waarin je hele lichaam ligt, je hoofd steekt eruit. Het ding trekt zichzelf op de tonen van je hart vacuüm waardoor je borstkas zich uitzet en je ‘ademt.’

Een beetje in de stijl van Sitcom van Ozon, meldt een jongen zich aan om voor de verlamde man te zorgen. Angelo blijkt een vroeger slachtoffer van Klaus en hij begint de verlamde wreedaard zelf misbruiken.

En hier komt inspiratiebron Gilles de Rais aan bod. Gilles de Rais is de bekendste kinderbeul en verkrachter aller tijden. Georges Bataille schreef ooit zijn biografie. Ik las die en ik herinner me nog heel duidelijk hoe de Rais soms op de jongensborstkasjes ging zitten terwijl ze aan het sterven waren. Hij perste met zijn gewicht de laatste lucht uit hun jongenslijven en longen.

Dat doet Angelo ook met Klaus, waarna hij de stikkende man met mond-op-mondbeademing terug tot leven blaast. Als Angelo ophoudt met blazen snakt Klaus wanhopig naar de jongen zijn adem.

Heel wreed.

De film krijgt al vrij snel een surrealistische wending maar het blijft een werkelijk nare film, eens te meer omdat het allemaal erg stylish in beeld is gebracht.

RIP Eugenio Martín (1925 – 2023)

Horror Express (1972)

Eugenio Martín was een Spaans filmregisseur die voornamelijk herinnerd zal worden voor zijn film Horror Express (1972), een film met de horrorhelden Christopher Lee en Peter Cushing.

De film speelt zich af op een trein die in 1906 onderweg is van Siberië naar Europa. Ook op de trein: een kist van een antropoloog met een opgegraven bevroren stoffelijk overschot dat wel eens de ‘missing link’ zou kunnen zijn. Er blijkt een wezen in die verzameling botten te huizen die de passagiers een voor een afmaakt.

God weet of dit in 1972 in een Vlaamse krant gerecenseerd werd en wat men er dan over zei.

Het plot is slim, de dialogen vrij goed geschreven en het geheel is uiteraard onpretentieus.

Heel aardig is het plotelement van de optografie, het geloof dat iemand voor hij sterft het laatste wat hij zag op zijn netvlies bewaart.

RIP Marcel Zanini (1923 – 2023)

“Tu veux ou tu veux pas” (1969)

Marcel Zanini was een in Turkije geboren Franse muzikant best gekend voor zijn song “Tu veux ou tu veux pas” (1969).

“Nem Vem Que não Tem” (1967)

Enfin, ik zeg zijn song, maar het was helemaal zijn song niet. Hij vertaalde of hij zong een vertaalde versie van “Nem Vem Que não Tem” (1967) van Carlos Imperial, een lied eerst op de Braziliaanse markt gebracht door Wilson Simonal voor Odeon.

De versie van Bardot.

Jullie kennen het nummer van de versie die Bardot uitbracht in 1970.