RIP Tom Phillips (1937 – 2022)

Thames & Hudson interviewde Phillips over A Humument in 2016

Tom Phillips was een Engels kunstenaar vooral bekend omwille van A Humument (1970 – 2005), een vermeerderd (en verminderd) boek dat Phillips voor het eerst in 1970 uitbracht maar waar hij zijn hele leven aan zou blijven verder werken.

Hij ‘verbouwde’ of ‘behandelde’ een Victoriaanse roman van ene Mallock, getiteld A Human Document (1892) tot A Humument, ‘an Doc’ weglatend uit de titel. Hij schrapte woorden en zinnen maar voegde ook veel toe. Hij overschilderde pagina’s, telkens woorden uitsparend om zo tot een volledig nieuw boek te komen.

Het is een standaardwerk binnen de appropriatie en in dit geval wordt niemands eigendomsrecht geschonden want de originele roman is al lang in het publieke domein.

Een geweldig werk.

Rust in vrede Tom.

RIP Christine McVie (1943 – 2022)

“Everywhere” (1987) van Fleetwood Mac

Christine McVie was een Britse muzikante en songschrijver bekend als zanger en keyboardspeler bij de band Fleetwood Mac.

Ze schreef voor hen “Everywhere” (1987) en “Little Lies” (1987).

Dat zijn voor mij geen favoriete nummers als je ze vergelijkt met bijvoorbeeld “Hypnotized” (1973) dat ik enkele weken nog grijs draaide.

Los daarvan is mijn relatie met Fleetwood Mac best ingewikkeld. Een beetje zoals die met Dire Straits.

Maar dan word ik herinnerd aan “Dreams” (1973) en ben ik weer helemaal verguld. Of ik twijfel. Is dat de schuld van Stevie Nicks?

Ik zwijg.

Rust zacht Christine.

RIP Hans Magnus Enzensberger (1929 – 2022)

Een portret van Enzensberger in 1961 op een Duitstalige zender.

Hans Magnus Enzensberger was een Duits schrijver en denker.

In 2008 ontdekte ik hem toen ik zijn essay “Die Aporien der Avantgarde” (1962) las in een Nederlandse vertaling. Ik heb dat boek niet meer dus ik weet niet meer wie die vertaling deed.

Het stuk maakte wel wat indruk omdat de futiliteit van de de avant-garde er uit de doeken gedaan werd. Of tenminste, futiliteit, dat is het juiste woord niet.

Maar Enzensberger durfde wel toen al, begin jaren zestig, het begrip avant-garde te relativeren. Als de regel in de creatieve sector wordt: het moet nieuw zijn, dan vestig je daar een nieuwe traditie mee en traditie is net waar avant-garde mee vecht. Op die manier heft de avant-garde zichzelf op. De postmodernist die ik toen was kon ik daar wel wat mee.

Ook het begrip aporia sprak mij aan. Het komt van ἀ- (niet, de zogenaamde privatieve ‘a’) en‎ πόρος (póros, ‘passage’). Daar waar men niet doorheen komt. Mooi. Het onoverbrugbare, ondoorwaadbare, onpasseerbare.

Eigenlijk is het een van de eerste essays over ‘de dood van de avant-garde’ waar men pas veel later over zou beginnen schrijven, toen het postmodernisme kwam. Het stuk bevat een genadeloze analyse van György Lukács kleingeestige verdediging van literair realisme en enkele stimulerende reflecties over de stompzinnigheid van het groeperen van kunstenaars in kunststromingen. Er zit ook een degelijke etymologische en semantische analyse van de term avant-garde bij.

Stefan Hertmans liet naar aanleiding van Enzensbergers dood op zijn Facebooktijdlijn een meter boeken van Enzensberger zien. Een kleine meter, dat wel. Het droeg wel wat bij tot zijn geloofwaardigheid. Van Hertmans dan.

Omdat ik bij Hertmans niet wilde achterblijven ging ik naar de universiteitsbieb maar vond er zo goed als niets. Bij de stadbibliotheek vond ik wel De telduivel (1997), dat heerlijk kinderboek dat wiskunde filosofische benadert.

Oh ja, Hans Magnus had een broer. Christian. Veel minder bekend maar van hem las ik wel een prikkelend boekje over vuil: Größerer Versuch über den Schmutz (1968), Groot essay over het vuil dus.

Rust zacht Hans.

RIP Irene Cara (1959 – 2022)

Irene Cara was een Amerikaanse zangeres bekend voor haar haar interpretatie van het nummer “Fame” (1980) in de gelijknamige film. Ze schreef ook mee aan het nummer “Flashdance… What a Feeling” (1983), een compositie van Moroder en Forsey.

“Fame”

Op de compilaties Disco Rotic I, II en III van begin jaren 2000 zingt ze het nummer “Breakdance”.

Ik geef u “Fame” uit 1980, uit de tijd dat het begon mogelijk te worden ‘famous for being famous’ te zijn. Bekend vanwege de roem. Een aantal jaren eerder, twaalf om precies te zijn, zei Andy Warhol al dat in de toekomst iedereen vijftien minuten roem zou verwerven. Het waren profetische woorden.

Als men vandaag die jongelingen in die “Fame”-videoclip ziet die in de danskledij van die tijd – die beenwarmers! – dan kan men daar alleen maar blijgezind van worden.

RIP Jean-Marie Straub (1933 – 2022)

De geschiedenis zal niet mild zijn voor de films van Straub en Huillet.

Niet saai genoeg, zullen sommigen zeggen, zij die alleen de saaiheid van Guy Debord saai genoeg vinden.

Veel te saai, zal de rest zeggen.

Slecht geacteerd, nog anderen.

Maar dat is het punt niet, zullen zijn verdedigers zeggen.

Onder die verdedigers op het tijdstip van overlijden waren Patrick Duynslaegher, die die Bachfilm aanprees en Bart Versteirt van het subsidievehikel Fantômas, die blij was dat zijn magazine reeds in het verleden veel aandacht aan Straub en Huillet gegeven had.

Ik gebruikte het woord subsidievehikel. Verschoning. Maar nu ik het toch liet vallen, de films van het duo Straub en Huillet zijn typische producten van gesubsidieerde naoorlogse staatscinema. Over het algemeen heb ik het daar niet zo mee.

Oordelen

Wil u zelf oordelen over de films van Straub en Huillet? Dat kan. Vele van hun films staan integraal op YouTube. Zelf post ik hier de film over het Louvre, ‘Une visite au Louvre’ (2004), waarin onder andere dagboekfragmenten van Cézanne voorgelezen worden.

‘Une visite au Louvre’ (2004)

Ik post ook een tweede film over Schoenberg, ‘Einleitung zu Arnold Schoenbergs Begleitmusik zu einer Lichtspielscene’ (1973), omdat ik daar getroffen werd door een dictum van Brecht.

Einleitung zu Arnold Schoenbergs Begleitmusik zu einer Lichtspielscene’ (1973)

“Zij die tegen het fascisme zijn zonder tegen het kapitalisme te zijn, die zeuren over de barbarij die voortkomt uit de barbarij, zijn als mensen die hun deel van het kalf willen eten, maar het kalf niet willen slachten.”

“Die gegen den Faschismus sind, ohne gegen den Kapitalismus zu sein, die über die Barbarei jammern, die von der Barbarei kommt, gleichen Leuten, die ihren Anteil vom Kalb essen wollen, aber das Kalb soll nicht geschlachtet werden.”

Bertolt Brecht

Mocht dit een politieke column zijn, eerder dan een overlijdensbericht, ik zou op de magistrale denkfout van Brecht wijzen.

Politiek

Oh ja, Straub en Huillet waren grote fans van John Ford. Waarom, dat kom ik ooit wel eens te weten, maar nu niet, want nu moet ik naar een volgende dode. De dood slaapt nooit, verzuimt nooit haar werk te doen.

Alhoewel, bij het ter perse gaan van dit artikel lezen wij (ondanks de paywall, foei, belastingsgeld ontvangen en dan het publiek niet laten meelezen) in dat tijdschrift Fantômas dat zij van John Ford hielden ‘omwille van de zeer concrete manier waarop hij met geschiedenis en gemeenschap omging.’

In een panelgesprek van 1970 waar ook Pierre Clémenti, Miklós Jancsó en Glauber Rocha aan deelnamen zei Straub:

“For example John Ford’s movies are profoundly political.”

“De films van John Ford, bijvoorbeeld, zijn ten diepste politiek.”

Jean-Marie Straub

Daar heb ik de volgende bedenking bij. Hoe dacht Straub over de film over Vietnam waar Ford bij betrokken was en waar hij zich niet afkerig van die oorlog toonde?

Ach, zoals Hermans ooit zei, op het einde krijgt iedereen altijd ongelijk. En op een moment zoals dit, als je net een aantal films van Straub en Huillet hebt proberen te verhapstukken, wenste je dat Straub en zijn vrouw films als die van John Ford hadden gemaakt. Verstrooiend en verheffend. Niet dus.

Rust in vrede Jean-Marie Straub

RIP Azio Corghi (1937 – 2022)

In Italië stierf de componist Azio Corghi.

Als ik aan naoorlogse klassieke muziek denk, dan komen afbeeldingen van platenhoezen in mij op. Die zijn vaak erg mooi.

Consonancias y Redobles (1973)

Op de YouTubestroom van dit stuk Consonancias y Redobles (1973) van Corghi wordt Augustus Light (1957) van Hans Hofmann getoond.

RIP George Oban (1954 – 2022)

“Crazy Beat” (1985) by Motion (George Oban)

Toen ik Cut d’n’ Mix nog eens uit mijn boekenkast haalde – overigens voor de verkeerde reden, ik dacht er een citaat van Jean Genet in aan te treffen maar het bewuste citaat bleek eigenlijk in Subculture: The Meaning of Style te staan, een ander boek van Dick Hebdige – werd ik getroffen door het opschrift:

‘But what are roots? Music is shapeless, colourless.’

‘Maar wat zijn roots? Muziek is vormloos, kleurloos.’

George Oban

Het zinnetje was me nooit eerder opgevallen en toen ik George Oban googelde, bleek dat de brave man afgelopen januari overleden was.

Ooit speelde Oban bas in Aswad, een Britse reggaeband.

Zijn nummer “Crazy Beat” (1985), dat hij opnam als Motion, staat op Bill Brewsters compilatie Tribal Rites die op Eskimo Recordings uitkwam.

Rust zacht George Oban