RIP Wim T. Schippers (1942 – 2026)

Wim T. Schippers is niet meer. Hij was een jeugdheld. Ik berichtte eerder over hem hier.

Schippers was kunstenaar, radiomaker en televisiemaker. In elk van die hoedanigheden was hij een beoefenaar van het dadaïsme. Op drie pagina’s in het boek Het carnaval van het zijn wordt hij geëerd met zijn pindakaasvloer en zijn stuk voor herdershonden Going to the dogs.

Going to the dogs (1986)

Afgezien van tijd heb ik slechts enkele keren centen in Schippers geïnvesteerd, dat was bij de aankoop van de Sjef van Oekel strips waar ik hard mee moest lachen.

Garage, Haarleem by Andy Field (Hubmedia)
Shit! Mijn auto vergeten!

De echtgenote van Schippers, Ellen Jens, had gedurende bijna veertig jaar ook een relatie met televisiepresentator Adriaan van Dis, stierf al in 2023. Zij was de producer voor VPRO van zowel haar man als van van Dis. Van Dis zei over Jens: ‘Zij was verre van lichtzinnig – maar het is wat het is: zij verstond de kunst met twee mannen te leven. Oprecht én goochelend. Alleen benauwde lieden begrijpen dat niet.’ Jens producete ook Jeskefet. Alleen van Dis leeft nu nog. Ook hij krijgt een plaats in Dodenstad.

Maar dat doet allemaal weinig ter zake want rust zacht Wim.

RIP David Hockney (1937 – 2026)

David Hockney is dood maar nog steeds wereldbekend van schilderijen als Een grotere plons (1967): springerige witte lijnen en omhoog schietende schuimvlakken in een strak, modernistisch zwembad; en Portret van een kunstenaar (zwembad met twee figuren) (1972), een volledig aangeklede man aan de rand van een zwembad peinzend kijkend naar een onderwaterzwemmer.

Secret Knowledge (2001)

Maar Hockney — en dat schijnt iedereen vergeten — is ook de laatste theoreticus die de Westerse kunstgeschiedenis volledig zou herschrijven door overtuigend aan te tonen dat oude meesters vanaf de vroege renaissance (ca. 1420) optische hulpmiddelen zoals holle spiegels, lenzen en de camera obscura gebruikten om beelden te projecteren en te traceren. Dit verklaart volgens hem de plotselinge toename van het fotografische realisme in die periode. De BBC maakte er een docu over.

RIP James Blood Ulmer (1940 – 2026)

In Amerika stierf James Blood Ulmer. Minstens een elpee in zijn oeuvre werd opgenomen door Bill Laswell.

Momentarily

Daar staat onder andere een track op van Erykah Badu. Een matige elpee van Laswell is beter dan een betere elpee van gelijk wie. Ook hier dus.

In het begin van zijn carrière maakte Ulmer avant-funk-achtige no wave die maar moeilijk te verhapstukken was maar daardoor behapbaar voor de blanke rockliefhebber die Rough Trade als een kwaliteitsgarantie zag. Trouser Press zegde dat alleen de reeds dode Jimi Hendrix zijn gelijke was. Maar dat doet nog weinig ter zake want rust zacht James.

RIP Carlo Petrini (1949 – 2026)

In Italië stierf de oprichter van de slow food beweging. Carlo Petrini kon het in 1989 niet over zijn rug laten gaan dat McDonald’s haar eerste ‘restaurant’ in Rome naast de Spaanse trappen opende.

Het toeval wil dat ik me recentelijk in positieve zin over McDonald’s heb uitgelaten. De voorspelbaarheid, de prijs, de camaraderie onder de werknemers die ik er vaak zie, zeker op reis ben ik een fan.

RIP Marjane Satrapi (1969 – 2026)

Het lijk van mevrouw Marjane Satrapi was nog niet koud of er werden al rekeningen vereffend. Persepolis (2000) zou een Westers, imperialistisch en islamofoob propagandavehikel zijn. Gesluierde vrouwen en bebaarde mannen werden er als baarlijke duivels voorgesteld. Er moeten toch manieren zijn om zich te emanciperen zonder de verderfelijke westelijkheid te omarmen, vroegen Houria Bouteldja (°1973) en co. zich af.

Persopolis (2007)

Als u ondanks deze ‘kritiek’ niet genoeg kan krijgen van dit verhaal, van vrouwen die zich ontworstelen aan theocratische dictaturen die voor hen de allerslechtste deal zijn, lees dan ook Khomeini, Sade and Me (2014) by Abnousse Shalmani, bij ons vertaald als Khomeini, Sade en ik en waarin de auteur bij het begin van haar boek Sade citeert die hen die republikein willen worden tot een extra inspanning oproept .

Maar bovenal, rust zacht Marjane.

RIP Areski Belkacem (1940 – 2026) 

Ik ben in Frankrijk op reis als ik hoor dat Areski Belkacem het loodje heeft gelegd. Hij kwam via Underground moderne (2001) van Radio Nova op mijn radar met de compositie “Comme à la radio” (1970), ontstaan uit een opnamesessie met de Art ensemble of Chicago. Later ontdek ik “C’est normal” (1973).

“C’est normal” (1973), vooral die opmerking over ‘arbeiders, buitenlanders en “onproductievelingen”‘ blijft bij.

Thurston Moore is ook gek op het duo, zo blijkt. Niemand in België besteedt aandacht aan Areski, wiens naam maar een letter verschilt met ‘après ski’. Noch Sid Meuris, noch Kim Duchateau schrijven er iets over. Necropolis verwelkomt hem met open armen.

Rust zacht Areski

RIP Edgar Morin (1921 – 2026)

In Frankrijk overleed de socioloog Edgar Morin (1921 – 2026). De brave man werd maar liefst 104.

Hij schreef veel maar wij lazen enkel stukken van Les stars (De sterren, 1957), een boek dat we via Midnight Movies (1983) op het spoor kwamen.

Je leest er onder andere:

“We ervaren de bioscoop in een staat van dubbel bewustzijn, een verbazingwekkend fenomeen waarbij de illusie van de werkelijkheid onlosmakelijk verbonden is met het besef dat het in wezen een illusie is.”

“Niemand die de donkere zalen bezoekt is werkelijk een atheïst. Maar onder de filmgaande massa’s kan de sekte van gelovigen worden onderscheiden die relikwieën dragen en zich op andere manieren aanbidding toeëigenen: de fanatici, de fans.”

Rust zacht Edgar.

RIP Steve Barrow (1945 – 2026)

Blood & Fire (1970)

Steve Barrow was een Brits reggaekenner en geschiedkundige van dat genre. Hij runde van 1993 tot 2007 het label Blood and Fire, niet per se genoemd naar de 1970 song van Niney the Observer met die titel want vele reggaesongs hebben het over blood and fire, logisch met hun oudtestamentische verwijzingen. Hij schreef ook The Rough Guide to Reggae (2001) en compileerde de Lee Perry-bloemlezing Arkology (1997). Hij besteedde zijn hele leven aan de reggaekunde, vanaf zijn eerste reggaewinkeltje Daddy Kool in Londen tot zijn rusthuisdagen.

RIP Steve.

RIP Dexter Wansel (1950 – 2026)

Dexter Wansel was een Amerikaans muziekschrijver en muzikant, bekend voor songs als “Yellow Sunshine” (1973), zo’n proto disco song met flink wat gitaren, een beetje in de stijl van “The Mexican”, maar dan niet helemaal; “Life on Mars” (1976), zowel als rare-groove en als jazz-funk bestempeld; en het behoorlijk gladde en verleidelijke “Nights Over Egypt” (1981).

“Yellow Sunshine” (1973)
“Life on Mars” (1976)
“Nights Over Egypt” (1981)

Rust zacht Dexter, ik leg je bij de MFSB-kliek, daar zullen ze je zoeken.

RIP Claudine Longet (1942 – 2026)

Claudine Longet was een Franse zangeres en actrice vooral bekend voor haar rol in The party (1968) waarin ze “Nothing to lose” zingt terwijl Peter Sellers, onbeschaamd in de huid van de Indische karikatuur Hrundi V. Bakshi, een geval van ‘brownface’ dat je je nu niet meer kan voorstellen, op de achtergrond vreselijk hard naar het toilet moet.

“Nothing to lose”

In de Verenigde Staten herinnert men zich ook nog de dood van haar vriendje de skikampioen, die zich ‘in de buik had geschoten’ toen hij haar wilde laten zien hoe het vuurwapen werkte. Dat trok hier in Europa minder de aandacht.

Rust zacht Claudine.