Meneer Crofts zat achter een liedje over een zomerbriesje, “Summer Breeze” uit 1972, prachtig gecoverd door Jackie Mittoo. Zijn co-auteur stierf al in 2022.
Rust zacht Darrell.
James Gadson drumde op een liedje over zelfexpressie, toepasselijk “Express Yourself” (1970) getiteld.
Maar Gadsons grooves hoor je ook op “Lean On Me” (1972) en “Use Me” (1972) van Bill Withers, “I Want You” (1976) van Marvin Gaye, “Love Hangover” (1976) van Diana Ross en “Got to Be Real” (1978) van Cheryl Lynn.
De dood van Glen Baxter heeft me weer in de problemen gebracht. Ik stond geprogrammeerd om de uitvaart te verzorgen, er was zelfs een Belgische delegatie met Kamagurka en Herr Seele, en vanuit Nederland was Jaco Groot afgezakt.
Maar toen ik me aan het voorbereiden was op mijn eulogie, stuitte ik op de uitspraak van Glen Baxter dat hij zich geïnspireerd voelde door de Bretoniaanse invulling van het denkbeeldige:
‘Ik geef de voorkeur aan het denkbeeldige waarin alledaagse voorwerpen plotseling interessanter kunnen worden. Dat aspect spreekt me erg aan. Ik ben het eens met Bretons definitie van ‘het wonderbaarlijke’: ‘Het wonderbaarlijke is nooit beter gedefinieerd dan als zijnde in volledig contrast met het fantastische.’’
Continue readingWild ding, je laat mijn hart zingen
Je maakt alles zo groovy, wild ding
Wild ding, ik denk dat ik van je hou
Maar ik wil het zeker weten!
Een paar dagen geleden stierf de Amerikaanse songschrijver Chip Taylor (1940 – 2026) de man achter “Wild Thing” (1965) en “Angel of the Morning” (1967), twee songs die er voor zouden moeten gezorgd hebben dat de brave man ‘binnen’ was, want het waren, denk ik, wereldhits.
Wie van ons heeft als tiener niet dronken rond het kampvuur “Wild Thing” meegebleird, ondertussen loerend en lonkend naar het “wild ding” dat hij of zij op het oog had, haar Hansje of zijn Grietje die de baby van de komende generatie in zijn of haar pupillen gebrand had staan maar die misschien niet de loerende blik beantwoordde maar andere ogen zocht? Ach, het genoegen, de teleurstelling, het drama, de verveling!
Desalniettemin, rust zacht Chip.
Len Deighton werd 94. Hij was een Brits auteur actief in de thrillerschrijverij. Zijn bekendste titel is The IPCRESS File (1962), verfilmd met Michael Caine in de hoofdrol.
Wat hem echt een plaatsje in Dodenstad doet verdienen is deze uitspraak, die hij deed in London Match (1985), vertaald als Naspel in Londen:
‘De tragedie van het huwelijk is dat vrouwen trouwen en denken dat hun man zal veranderen, terwijl mannen trouwen en denken dat hun vrouw nooit zal veranderen.’
Rust zacht Len.
In de VS sterft actieheld Chuck Norris (1940 – 2026). In de documentaire Reel Bad Arabs (2006) staat Chuck Norris centraal als symbool voor de held die systematisch ‘slechte Arabieren’ bestrijdt. Regisseur Jack Shaheen analyseert hierin verschillende van diens projecten om aan te tonen hoe Hollywood een vijandbeeld creëerde.
De belangrijkste Chuck Norris-films die Shaheen bespreekt zijn The Delta Force (1986), Invasion U.S.A. (1985), Missing in Action (1984) en The President’s Man: Ground Zero (2002).
Ik ben geen complotdenker maar de link Hollywood-Israël wordt in deze docu wél uitgespeeld. Voor zover ik me herinner werden nogal wat films die in Reel Bad Arabs aan bod komen, door een productiemaatschappij met Israëlische roots gefinancierd en geproduceerd. En natuurlijk anti-dateren vele van deze films 9/11, in zekere zin was de fictie een voorafspiegeling van de brute werkelijkheid.
Wie geen zin heeft om Orientalism (1978) van Edward Said (1935 – 2003) te doorploegen, kan ik van harte Reel Bad Arabs aanbevelen.
Rust zacht Chuck.
‘De vraag is’, zei ik, ‘of veel mensen haar graf gaan komen bezoeken.’
‘Dat kan me niet eens zoveel schelen, als we Bettina Köster niet kunnen begraven, hoeft het voor mij niet meer’, zei Jahsonic, mijn muzikale doodgraver.
‘Waarom?’
‘Luister. Een luie cover van “Lay Lady Lay” uit 1993, een van mijn favoriete Dylan songs. Ze doet die song recht aan.’
‘Oké dan.’
Rust zacht Bettina.
Wat is er?
“Che cosa c’è?”
Dat ik verliefd op je ben geworden
Dat het me nu niets meer kan schelen
Van al die andere mensen
Van al die mensen die niet jij zijn
Gino Paoli was auteur van “Che cosa c’è?” (Wat is er?, 1964), een song op de soundtrack van de prachtfilm Parthenope (2024) van Paolo Sorrentino.
Sorrentino is een regisseur die je voor de OSTs kan gaan bekijken, hoewel ik zijn laatste, La grazia, aan mij voorbij liet gaan.
Rust zacht Gino.
In Duitsland sterft filosoof Jürgen Habermas. Hij werd 96 en was actief binnen de bij links populaire denkstroming ‘Kritische Theorie’. Hij riep op tot redelijkheid in een per definitie onredelijke wereld. Daar is niet veel moed voor nodig. Hij verdedigde ‘redelijke accommodatie’ voor minderheden, een nobel concept dat tot een aantal ongewenste nevenverschijnselen leidde. Ik heb nooit iets van hem gelezen. Van zijn intellectuele tegenstander Peter Sloterdijk, las ik best veel en die verklaarde in 1999 in een open brief aan Habermas dat de Kritische Theorie dood was:
‘Ach, beste Habermas, het is voorbij. De Kritische Theorie is op 2 september jl. gestorven. Ze was al geruime tijd bedlegerig, de kribbige, oude dame, nu is ze van ons heengegaan.’
Sloterdijk
In Amerika sterft doemdenker Paul R. Ehrlich, bekend van zijn boek The population bomb (1968) waarin hij de mensheid wilde waarschuwen voor het einde der dagen omwille van een bevolkingsexplosie en waar hij in de inleiding schreef:
‘Ik begreep de bevolkingsexplosie al lang op rationeel vlak. Op een snikhete nacht in Delhi, een paar jaar geleden, begon ik het ook emotioneel te begrijpen. […] De straten leken te wemelen van de mensen. Mensen die aten, mensen die zich wasten, mensen die sliepen. Mensen die elkaar bezochten, ruzie maakten en schreeuwden. Mensen die hun handen door het raam van de taxi staken om te bedelen. Mensen die hun behoefte deden. Mensen die zich vastklampten aan bussen. Mensen die dieren hoedden. Mensen, mensen, mensen, mensen… Sinds die nacht ken ik het gevoel van overbevolking.’
Het is frappant dat zowel Maarten Boudry als diens intellectuele tegenpool Rutger Bregman het boek nonsens vinden. Het wordt afgekraakt in Het verraad aan de verlichting (2025) én in De geschiedenis van de vooruitgang (2013).
Er is alvast een iemand in het hedendaagse debat die zich graag laat beïnvloeden door Ehrlich en dat is Ilja Leonard Pfeijffer. Hoeveel keer dat ik die man al heb horen oproepen het kapitalisme af te schaffen omdat het uitgaat van een ‘eindige planeet’ en ‘oneindige groei’, kan ik niet op een hand tellen.
Goed om weten voor de doemdenkers: het einde van de bevolkingsgroei is in zicht. Men verwacht het rond 2084 met een totaal van 10 miljard en een beetje. Daarna gaan de cijfers naar beneden en ik hoop voor mijn nog ongeboren nageslacht dat we uiteindelijk terug kunnen keren naar een miljard of twee. Hopelijk zijn er dan nog genoeg seculieren om de wereldwijde scheiding tussen kerk en staat te waarborgen.
Desalniettemin, rust zacht Paul.