‘Als je verbanden wilt vinden, vind je die altijd, overal en in alles, de wereld explodeert in een netwerk, in een draaikolk van verwantschappen en alles verwijst naar alles, alles verklaart alles’ staat op p474 van mijn favoriete Umberto Eco roman De slinger van Foucault; en als Ratko Mladić (1942 – 2026) gisteren of zo sterft dringen de verwantschappen zich onmiddellijk in dichte drommen aan me op.
Onder het commando van Mladić werden achtduizend moslimmannen en -jongens afgemaakt in een oorlog die zowel een etnische als religieuze dimensie had en waar je als buitenlander voor de lol en voor veel geld in het weekend sniper mocht gaan spelen, de zogenaamde ‘Sniper Safaris’ in Sarajevo.
De gruweldaad van Mladić draagt de naam Srebrenica-slachting en het is de eerste genocide op Europees grondgebied sinds de Holocaust. De Nederlandse VN troepen die dat zagen gebeuren zijn daar nog altijd door getraumatiseerd.
Toch was er een Nobelprijswinnaar literatuur die zich geroepen voelde om dat te minimaliseren. Die man is Oostenrijker Peter Handke (1942), een openlijke sympathisant van de Servische president Slobodan Milošević, medestander van Mladic. Handke bezocht Milošević in zijn cel in Den Haag en sprak in 2006 zelfs op diens begrafenis.
Peter Handke is ook de auteur van het stuk Publikumsbeschimpfung (1966) dat ik in 2014 door theatergezelschap Fabuleus verwerkt zag als Liefdesverklaring in De Studio, een van de beste theaterstukken ooit.
‘Als je verbanden wilt vinden, vind je die altijd, overal en in alles, de wereld explodeert in een netwerk, in een draaikolk van verwantschappen en alles verwijst naar alles.’
Ratko Mladić, moge je ziel eeuwig geplaagd worden door de gruwelen van je daden en nimmer rust vinden. Zelfs het schandperk van mijn Dodenstad is teveel eer voor jou. Ik heb voor jou een nieuwe wens bedacht, RIS, wat staat voor ‘rust in schaamte’ i.p.v. ‘rust in vrede.’
Postscriptum 1
Voor de duidelijkheid, ik heb er niks op tegen dat Handke sympathie heeft voor de Serviërs. Het is duidelijk dat in deze oorlog — net als in zovele oorlogen — iedereen even vuil speelde . Ik ben sowieso geen specialist van dit ingewikkeld conflict, maar de slachting zelf lijkt mij onminimaliseerbaar. Dat neemt niet weg dat ik ook diep geschokt was door de beelden van de voetbalwedstrijd met een menselijk hoofd van de tegenpartij als bal door het andere kamp. Ik rafel de dingen graag uit elkaar tot de meest gruwelijke anekdota.
Postscriptum 2
Wie nieuwsgierig is naar het voetbalwedstrijdje met het menselijk hoofd door de Bosnische moedjahedien.
Hier de primaire bronnen:
‘… voetbal met het afgehakte hoofd van een geëxecuteerde gevangene. Foto’s tonen Bosnische leden van de moedjahedien die staan … Royer ontkende in een brief aan de auteur en in andere fora dat al-Qaida enige rol speelde in de oorlog of met de …’–Jihad Joe (2011) by J. M. Berger
‘Moedjahedien voetballen zelfs met een van hen …’–voice-over Djihad sur l’Europe (2023)
‘… De moedjahedien voetbalden met de broeders van het leger. Het was een spel vol liefde en vriendschap in de naam van Allah, zonder haat of slechte gevoelens …’–ondertitles Djihad sur l’Europe (2023)
Een naam die vaak in verband met de wreedheden van de tegenpartij genoemd wordt is Naser Orić (°1967).
Beide figuren blijven tot op de dag van vandaag diep polariserend. Islamitische Bosniakken zien Orić als een held die een uitgehongerde, belegerde bevolking verdedigde. Serviërs zien hem dan weer als een oorlogsmisdadiger vanwege de aanvallen op Servische dorpen. Omgekeerd wordt Mladić internationaal veroordeeld als de “Slachter van Bosnië” vanwege de genocide, maar wordt hij door Servische nationalisten nog altijd als een held beschouwd. Daarom kreeg Mladić een staatsbegrafenis.
Postscriptum 3
In het hedendaagse politieke discours worden de historische herinnering aan de genocide in Srebrenica in 1995, de aanslagen van 11 september (9/11) en de aanslagen van 7 oktober steeds vaker geanalyseerd als brandpunten in een retorisch en cultureel conflict tussen het globale zuiden en het westen. Commentatoren en staatsactoren gebruiken deze drie gebeurtenissen vaak om uiteenlopende interpretaties van het internationaal recht, humanitaire interventie en vermeende institutionele dubbele standaarden te benadrukken.
