Mededoodgraver Dennis Tiefus – werkzaam op een naburig kerkhof met een ‘deurbeleid’ dat enigszins andere accenten legt dan het onze – meldt de dood van Raoul Vaneigem. Vaneigem was een Belgische Situationist die de spektakelmaatschappij wilde bestrijden met een revolutie van het alledaagse leven. Hij was daar op het moment van zijn dood nog steeds mee bezig.
Het waren de woorden waarmee ik de dood van Vaneigem op Facebook aankondigde. In de comments schreef ik een schampere opmerking over een bekende slogan van Vaneigem.
Ernst
‘Werk om te overleven, overleef door te consumeren, overleef om te consumeren, de helse cyclus is compleet’, tekende Vaneigem op in 1967 in zijn boek Traité de savoir-vivre à l’usage des jeunes générations‘ een boek dat in het Engels vertaald werd met de veel sprekender titel The revolution of everyday life.
Die harakiri-eske pipi/kaka/arbeit/dodo/njamnjam-slogan over werken, consumeren en overleven spreidt een dodelijke ernst tentoon die mij vandaag nog maar amper kan bekoren. Dezelfde gedachte werd veel poëtischer en vooral speelser uitgedrukt in het werk ‘I Shop, Therefore I Am’ (1987) en werk van de Amerikaanse kunstenaar Barbara Kruger.
Een paar dagen later
Een paar dagen later bekende ik op datzelfde Facebook dat ik me wat had laten meeslepen door mijn viscerale anti-communisme en wat schamper uit de hoek was gekomen over die ene uitspraak. Gelieve dat te negeren, vroeg ik en ik voegde eraan toe dat ik het er op uitvaart ook niet over had gehad.
Tijdens mijn voorbereidingen voor de afscheidsplechtigheid had ik namelijk Self-portraits and caricatures, Vaneigems biografie uit 2014 gevonden.
Via die biografie kom ik te weten — ik wist dat al maar was het vergeten — dat Vaneigem niet alleen communist was maar ook classicus en dat hij een groot zwak had voor Comte de Lautréamont (1846 – 1870), schrijver van Les chants de Maldoror (1869) een maf boek bekend voor het zinnetje ‘mooi als de toevallige ontmoeting op een operatietafel van een naaimachine en een paraplu.’
Lautréamont
Wat blijkt? Lautréamont was het onderwerp van de thesis van Vaneigem, én Vaneigem had ook een zwak voor mystici en voor ketters; die interesse delen we, dacht ik toen.
En!
Ik vind ook de tekst van ‘Poésie I‘ en ‘II‘, teksten van Comte de Lautréamont die ik nog nooit eerder onder ogen kreeg, en ik vind die geweldig. Het zijn geen gedichten, zoals die de titel voorspelt, maar prozagedichten zoals Baudelaire ze bedacht heeft en ze dragen mooie zinnen als:
‘Ideeën worden beter. De betekenis van woorden speelt hierbij een rol. Plagiaat is noodzakelijk. Vooruitgang brengt het met zich mee. Het volgt de zin van een auteur op de voet, maakt gebruik van diens uitdrukkingen, wist een gebrekkig idee uit en vervangt dit door het juiste.’
Er is ook een heerlijke passage die zijn afkeer voor romantische auteurs als het ware uitrochelt, hij noemt ze stuk voor stuk weekhoofden:
Sinds Racine is de poëzie geen millimeter vooruitgekomen. Ze is achteruitgegaan. Aan wie hebben we dat te danken? Aan de weekhoofdige groten van onze tijd. Aan de weeklappen: Chateaubriand, de melancholische Mohikaan; Sénancourt, de man in jurk; Jean-Jacques Rousseau, de norse socialist; Anne Radcliffe, het krankzinnige spook; Edgar Poe, de mameluk van alcoholdromen; Maturin, de handlanger van de duisternis; George Sand, de besneden hermafrodiet; Théophile Gautier, de onvergelijkelijke kruidenier; Leconte, de gevangene van de duivel; Goethe, de betraande zelfmoordenaar; Sainte-Beuve, de lachende zelfmoordenaar; Lamartine, de huilende ooievaar; Lermontov, de brullende tijger; Victor Hugo, de doodse, groene bonenstaak; Mickiewicz, de navolger van Satan; Musset, de dandy zonder intellectueel hemd; en Byron, het nijlpaard van helse oerwouden.
Verder gaat de tekst o.a. over maximes, een lievelingsonderwerp hier ten huize.
Sterk dat de dood van Raoul mij plots meer dan honderd jaar terugvoert in de tijd. Vaneigem, deel uitmakend van een beweging die zich verzette van de spektakelmaatschappij voert mij mee naar een spektakel van de jaren zeventig van de de 19de eeuw waar haast niemand getuige van was. Als van Gogh de schilder was die geen schilderijen verkocht, dan was Lautréamont de schrijver die geen boeken verkocht. Van Gogh schilderde doeken die de wereld deden ontvlammen, maar niemand keek, Lautrémont schreef boeken die de wereld op zijn kop zetten maar niemand las ze. Raoul schreef boeken over revoluties van elke dag die nooit gebeurden. De wereld draaide gewoon door. Raoul, stierf en hij haalde noch de pagina’s van De Morgen, noch die van De Standaard. Desalniettemin, rust zacht, Raoul.

