RIP Natalie Zemon Davis (1928 – 2023)

De historica Natalie Zemon Davis is vooral bekend omdat ze meewerkte aan de Franse film Le retour de Martin Guerre (1982) waarin Gérard Depardieu een boer speelt die op twaalfjarige leeftijd trouwt met een dertienjarig meisje, van zijn bruid wegloopt, vele jaren later terugkeert om de draad weer op te pikken. Al snel wordt hij beschuldigd niet de ware Martin Guerre te zijn, het is een van de eerste gedocumenteerde zaken over identiteitsfraude.

Davis maakte een jaar na de film ook een boek over het verhaal van Martin Guerre.

Pas in het internettijdperk zou Davis bewust op mijn radar komen. Ik had toen De literaire onderwereld (1982) van Robert Darnton en Pestdamp en bloesemgeur (1982) van Alain Corbin gelezen.

Davis bleek net als Darnton en Corbin vertegenwoordiger van een nieuwe vorm van geschiedschrijving: de microgeschiedenis.

‘Microhistory’ is een term die begin jaren tachtig opduikt, precies op tijd om de leemte nagelaten door het verdwijnen van de ‘grote verhalen’, de ‘metanarratieven’ zoals Lyotard ze in 1979 muntte, op te vullen. Microgeschiedenis wilde zich bezighouden met de geschiedenis van de kleine man, van boeren, van vrouwen, kinderen, arbeiders, ambachtsmannen, het gewone volk.

Vroeger ging geschiedschrijving over koningen en veldheren. Dat was macrogeschiedenis, dat waren de grote verhalen. In postmoderne tijden waren veldslagen en koningshuizen plots passé.

Enter Darnton, Corbin en Davis. Maar ook Carlo Ginzburg met zijn De kaas en de wormen (1976) Peter Burkes Popular Culture in Early Modern Europe (1978) en Emmanuel Leroy Laduries Het carnaval van Romans (1979).

Eigenlijk was het een beetje onnozel om voor dit soort boeken een nieuwe term te bedenken. Oude wijn in nieuwe zakken.

Want wat met deze passage uit La Sorcière (1862, De heks, nooit naar het Nederlands vertaald) van Jules Michelet (1798 – 1874), waarin Michel zijn methodiek beschrijft?:

‘Het doel van mijn boek was niet een geschiedenis van hekserij te schrijven, maar een eenvoudige en indrukwekkende formule neer te zetten hoe een heks leeft […] Mijn kracht ligt in het feit dat ik uitga van een levende werkelijkheid, de heks, een warme en vruchtbare werkelijkheid.’

Michelet

De heks, ‘een levende werkelijkheid, een warme en vruchtbare werkelijkheid.’ De Engelse vertaler noemt haar een ademende werkelijkheid, een mooie toevoeging.

Dat is toch ook microgeschiedenis? Het narratieve van de historische roman en het geheugenwerk van geschiedschrijving in een mooie rondedans?

Rust zacht Natalie.

PS. De laatste weken ben ik op zoek gegaan naar metaforen die historici bezigen in de geschiedschrijving. De eerste die me opviel was iemand die zijn afspraak (de Engelsen zeggen rendez-vous) met de geschiedenis heeft gemist. Mooi is dat. Men zegt dat geregeld over Bart De Wever die Vlaanderen nooit onafhankelijk zal krijgen. Andere metaforen zijn de vergeetputten van de geschiedenis, de plooien van de geschiedenis. In die putten en tussen die plooien verdwijnen brokken geschiedenis. Je kan ook op het pad van de geschiedenis komen. En er is ook het voortschrijden of de loop van de geschiedenis, waarbij ik me de geschiedenis voorstel als een oude grijze man die over het geschiedenispad hobbelt, snel, snel.