Drummer dood. Sly Dunbar is niet meer. In zekere zin heb ik reeds gerouwd, al mijn tranen geplengd bij de dood van zijn compagnon bassist Robbie Shakespeare (1953-2021), het duo was onafscheidelijk.
Sly en Robbie vormden tussen het midden van de jaren 70 en het midden van de jaren 80 de meest invloedrijke reggae-ritmesectie.
Ik herinner me hoe de filosofe een cassettebandje van Taxi Gang (een pseudoniem van Sly en Robbie) bij zich had toen ik samen met mijn vrouw begin jaren negentig naar Indonesië, Maleisië en Thailand reisde.
Toen ik eind jaren negentig en begin jaren 2000 platen verzamelde, vond ik een exemplaar van “Don’t Stop the Music”, een nummer dat ze onder de naam Bits & Pieces hadden opgenomen, een cover van het discoliedje. Ik heb dat veel gedraaid.
En dan is er nog “Boops (Here To Go)” (1987), geproduceerd door Bill Laswell, van een album dateerden matig is. Dit nummer hoorde ik voor het eerst in Tom Tom Club in Antwerpen. Toen ik het in het internettijdperk probeerde te vinden, kostte me dat enige tijd, omdat ik dacht dat de tekst “civil check, arms open wide” was in plaats van “Si boops deh. With arms open wide”.
Compass Point
Daarnaast speelt het duo een centrale rol in de opnamestudio Compass Point op de Bahama’s, waar Sly en Robbie de spil vormden van de huisband Compass Point All Stars. Iedereen nam daar op, tot Serge Gainsbourg toe.
Tot slot: Sly speelde ook de drums op de cultplaat Padlock (1985) van Gwen Guthrie, geproduceerd door Larry Levan.
Rust zacht Sly
