Tag Archives: music

RIP James Blood Ulmer (1940 – 2026)

In Amerika stierf James Blood Ulmer. Minstens een elpee in zijn oeuvre werd opgenomen door Bill Laswell.

Momentarily

Daar staat onder andere een track op van Erykah Badu. Een matige elpee van Laswell is beter dan een betere elpee van gelijk wie. Ook hier dus.

In het begin van zijn carrière maakte Ulmer avant-funk-achtige no wave die maar moeilijk te verhapstukken was maar daardoor behapbaar voor de blanke rockliefhebber die Rough Trade als een kwaliteitsgarantie zag. Trouser Press zegde dat alleen de reeds dode Jimi Hendrix zijn gelijke was. Maar dat doet nog weinig ter zake want rust zacht James.

RIP Areski Belkacem (1940 – 2026) 

Ik ben in Frankrijk op reis als ik hoor dat Areski Belkacem het loodje heeft gelegd. Hij kwam via Underground moderne (2001) van Radio Nova op mijn radar met de compositie “Comme à la radio” (1970), ontstaan uit een opnamesessie met de Art ensemble of Chicago. Later ontdek ik “C’est normal” (1973).

“C’est normal” (1973), vooral die opmerking over ‘arbeiders, buitenlanders en “onproductievelingen”‘ blijft bij.

Thurston Moore is ook gek op het duo, zo blijkt. Niemand in België besteedt aandacht aan Areski, wiens naam maar een letter verschilt met ‘après ski’. Noch Sid Meuris, noch Kim Duchateau schrijven er iets over. Necropolis verwelkomt hem met open armen.

Rust zacht Areski

RIP Steve Barrow (1945 – 2026)

Blood & Fire (1970)

Steve Barrow was een Brits reggaekenner en geschiedkundige van dat genre. Hij runde van 1993 tot 2007 het label Blood and Fire, niet per se genoemd naar de 1970 song van Niney the Observer met die titel want vele reggaesongs hebben het over blood and fire, logisch met hun oudtestamentische verwijzingen. Hij schreef ook The Rough Guide to Reggae (2001) en compileerde de Lee Perry-bloemlezing Arkology (1997). Hij besteedde zijn hele leven aan de reggaekunde, vanaf zijn eerste reggaewinkeltje Daddy Kool in Londen tot zijn rusthuisdagen.

RIP Steve.

RIP Dexter Wansel (1950 – 2026)

Dexter Wansel was een Amerikaans muziekschrijver en muzikant, bekend voor songs als “Yellow Sunshine” (1973), zo’n proto disco song met flink wat gitaren, een beetje in de stijl van “The Mexican”, maar dan niet helemaal; “Life on Mars” (1976), zowel als rare-groove en als jazz-funk bestempeld; en het behoorlijk gladde en verleidelijke “Nights Over Egypt” (1981).

“Yellow Sunshine” (1973)
“Life on Mars” (1976)
“Nights Over Egypt” (1981)

Rust zacht Dexter, ik leg je bij de MFSB-kliek, daar zullen ze je zoeken.

RIP Beverley Martyn (1947 – 2026)

“Sweet Honesty” (1970)

Beverley Martyn was gedurende tien jaar de echtgenote van John Martyn (1948 – 2009). Ze maakten samen Stormbringer! (1970) en The Road to Ruin (1970).

Songs zoals “Sweet Honesty” en “Primrose Hill” moeten niet onderdoen voor het beste van Joni Mitchell, Joan Armatrading of Lani Hall.

“Primrose Hill”

Toen ze samen kinderen kregen liet ze haar man alleen verder werken. Die zou nog tracks uitbrengen als het geweldige “Solid Air” (1973).

RIP Afrika Bambaataa (1957 – 2026)

Party people, party people
Can y’all get funky?
–“Planet Rock” (1982)

Afrika Bambaataa is DJ en bandleider in New York als hij in 1982 met “Planet Rock” doorbreekt. Het is een nummer waar ik niet zoveel aan vind behalve dat het twee tracks van persoonlijke lievelingen Kraftwerk samplet: “Trans Europe Express” (1977) en “Numbers” (1981). Ik las ergens — ik weet niet meer waar — dat de Kraftwerkers ooit in de legendarische discotheek Paradise Garage in New York hun muziek plots hoorden en daar heel opgetogen over waren.

In het “A – Z van Electro” uit 1996 van David Toop heeft Bambaataa de letter ‘B’:

‘Stadsastronaut Afrika Bambaataa en producer Arthur Baker, samen met muzikant John Robie, vormden het trio achter een muzikale revolutie genaamd ”Planet Rock”‘.

Niet verwonderlijk heeft Kraftwerk de letter ‘K’. Toop weer:

‘Kraftwerk waren de ‘showroom dummies’ die Bambaataa ertoe brachten zich achter de oren te krabben en te zeggen: “Excuses voor mijn taalgebruik, maar dit is echt rare shit”. […] Het idee muziek te maken met zakrekenmachines sprak jongeren aan die gewend waren om op vinyl te scratchen.’

Zo is het maar weer. Het was de tijd van de electro, toen de Roland TR-808 al op de markt was, maar techno nog geboren moest worden.

Rust zacht Bam.

RIP James Gadson (1939 – 2026)

James Gadson drumde op een liedje over zelfexpressie, toepasselijk “Express Yourself” (1970) getiteld.

Maar Gadsons grooves hoor je ook op “Lean On Me” (1972) en “Use Me” (1972) van Bill Withers, “I Want You” (1976) van Marvin Gaye, “Love Hangover” (1976) van Diana Ross en “Got to Be Real” (1978) van Cheryl Lynn.

RIP Chip Taylor (1940 – 2026)

Wild ding, je laat mijn hart zingen
Je maakt alles zo groovy, wild ding
Wild ding, ik denk dat ik van je hou
Maar ik wil het zeker weten!

Een paar dagen geleden stierf de Amerikaanse songschrijver Chip Taylor (1940 – 2026) de man achter “Wild Thing” (1965) en “Angel of the Morning” (1967), twee songs die er voor zouden moeten gezorgd hebben dat de brave man ‘binnen’ was, want het waren, denk ik, wereldhits.

Wie van ons heeft als tiener niet dronken rond het kampvuur “Wild Thing” meegebleird, ondertussen loerend en lonkend naar het “wild ding” dat hij of zij op het oog had, haar Hansje of zijn Grietje die de baby van de komende generatie in zijn of haar pupillen gebrand had staan maar die misschien niet de loerende blik beantwoordde maar andere ogen zocht? Ach, het genoegen, de teleurstelling, het drama, de verveling!

Desalniettemin, rust zacht Chip.

RIP Gino Paoli (1934 – 2026)

Wat is er?
Dat ik verliefd op je ben geworden
Dat het me nu niets meer kan schelen
Van al die andere mensen
Van al die mensen die niet jij zijn

“Che cosa c’è?”

Gino Paoli was auteur van “Che cosa c’è?” (Wat is er?, 1964), een song op de soundtrack van de prachtfilm Parthenope (2024) van Paolo Sorrentino.

Sorrentino is een regisseur die je voor de OSTs kan gaan bekijken, hoewel ik zijn laatste, La grazia, aan mij voorbij liet gaan.

Rust zacht Gino.