Tag Archives: music

RIP Areski Belkacem (1940 – 2026) 

Ik ben in Frankrijk op reis als ik hoor dat Areski Belkacem het loodje heeft gelegd. Hij kwam via Underground moderne, dat album van Radio Nova uit 2001, op mijn radar met de compositie “Comme à la radio” (1970), uitstaan uit een sessie met de Art ensemble of Chicago. Later ontdek ik “C’est normal” (1973).

“C’est normal” (1973), vooral die opmerking over ‘arbeiders, buitenlanders en “onproductievelingen”‘ blijft bij.

Thurston Moore is ook gek op het duo, zo blijkt. Niemand in België besteedt aandacht aan Areski, wiens naam maar een letter verschilt met ‘après ski’. Noch Sid Meuris, noch Kim Duchateau schrijven er iets over. Necropolis verwelkomt hem met open armen.

Rust zacht Areski

RIP Steve Barrow (1945 – 2026)

Blood & Fire (1970)

Steve Barrow was een Brits reggaekenner en geschiedkundige van dat genre. Hij runde van 1993 tot 2007 het label Blood and Fire, niet per se genoemd naar de 1970 song van Niney the Observer met die titel want vele reggaesongs hebben het over blood and fire, logisch met hun oudtestamentische verwijzingen. Hij schreef ook The Rough Guide to Reggae (2001) en compileerde de Lee Perry-bloemlezing Arkology (1997). Hij besteedde zijn hele leven aan de reggaekunde, vanaf zijn eerste reggaewinkeltje Daddy Kool in Londen tot zijn rusthuisdagen.

RIP Steve.

RIP Dexter Wansel (1950 – 2026)

Dexter Wansel was een Amerikaans muziekschrijver en muzikant, bekend voor songs als “Yellow Sunshine” (1973), zo’n proto disco song met flink wat gitaren, een beetje in de stijl van “The Mexican”, maar dan niet helemaal; “Life on Mars” (1976), zowel als rare-groove en als jazz-funk bestempeld; en het behoorlijk gladde en verleidelijke “Nights Over Egypt” (1981).

“Yellow Sunshine” (1973)
“Life on Mars” (1976)
“Nights Over Egypt” (1981)

Rust zacht Dexter, ik leg je bij de MFSB-kliek, daar zullen ze je zoeken.

RIP Beverley Martyn (1947 – 2026)

“Sweet Honesty” (1970)

Beverley Martyn was gedurende tien jaar de echtgenote van John Martyn (1948 – 2009). Ze maakten samen Stormbringer! (1970) en The Road to Ruin (1970).

Songs zoals “Sweet Honesty” en “Primrose Hill” moeten niet onderdoen voor het beste van Joni Mitchell, Joan Armatrading of Lani Hall.

“Primrose Hill”

Toen ze samen kinderen kregen liet ze haar man alleen verder werken. Die zou nog tracks uitbrengen als het geweldige “Solid Air” (1973).

RIP Afrika Bambaataa (1957 – 2026)

Party people, party people
Can y’all get funky?
–“Planet Rock” (1982)

Afrika Bambaataa is DJ en bandleider in New York als hij in 1982 met “Planet Rock” doorbreekt. Het is een nummer waar ik niet zoveel aan vind behalve dat het twee tracks van persoonlijke lievelingen Kraftwerk samplet: “Trans Europe Express” (1977) en “Numbers” (1981). Ik las ergens — ik weet niet meer waar — dat de Kraftwerkers ooit in de legendarische discotheek Paradise Garage in New York hun muziek plots hoorden en daar heel opgetogen over waren.

In het “A – Z van Electro” uit 1996 van David Toop heeft Bambaataa de letter ‘B’:

‘Stadsastronaut Afrika Bambaataa en producer Arthur Baker, samen met muzikant John Robie, vormden het trio achter een muzikale revolutie genaamd ”Planet Rock”‘.

Niet verwonderlijk heeft Kraftwerk de letter ‘K’. Toop weer:

‘Kraftwerk waren de ‘showroom dummies’ die Bambaataa ertoe brachten zich achter de oren te krabben en te zeggen: “Excuses voor mijn taalgebruik, maar dit is echt rare shit”. […] Het idee muziek te maken met zakrekenmachines sprak jongeren aan die gewend waren om op vinyl te scratchen.’

Zo is het maar weer. Het was de tijd van de electro, toen de Roland TR-808 al op de markt was, maar techno nog geboren moest worden.

Rust zacht Bam.

RIP James Gadson (1939 – 2026)

James Gadson drumde op een liedje over zelfexpressie, toepasselijk “Express Yourself” (1970) getiteld.

Maar Gadsons grooves hoor je ook op “Lean On Me” (1972) en “Use Me” (1972) van Bill Withers, “I Want You” (1976) van Marvin Gaye, “Love Hangover” (1976) van Diana Ross en “Got to Be Real” (1978) van Cheryl Lynn.

RIP Chip Taylor (1940 – 2026)

Wild ding, je laat mijn hart zingen
Je maakt alles zo groovy, wild ding
Wild ding, ik denk dat ik van je hou
Maar ik wil het zeker weten!

Een paar dagen geleden stierf de Amerikaanse songschrijver Chip Taylor (1940 – 2026) de man achter “Wild Thing” (1965) en “Angel of the Morning” (1967), twee songs die er voor zouden moeten gezorgd hebben dat de brave man ‘binnen’ was, want het waren, denk ik, wereldhits.

Wie van ons heeft als tiener niet dronken rond het kampvuur “Wild Thing” meegebleird, ondertussen loerend en lonkend naar het “wild ding” dat hij of zij op het oog had, haar Hansje of zijn Grietje die de baby van de komende generatie in zijn of haar pupillen gebrand had staan maar die misschien niet de loerende blik beantwoordde maar andere ogen zocht? Ach, het genoegen, de teleurstelling, het drama, de verveling!

Desalniettemin, rust zacht Chip.

RIP Gino Paoli (1934 – 2026)

Wat is er?
Dat ik verliefd op je ben geworden
Dat het me nu niets meer kan schelen
Van al die andere mensen
Van al die mensen die niet jij zijn

“Che cosa c’è?”

Gino Paoli was auteur van “Che cosa c’è?” (Wat is er?, 1964), een song op de soundtrack van de prachtfilm Parthenope (2024) van Paolo Sorrentino.

Sorrentino is een regisseur die je voor de OSTs kan gaan bekijken, hoewel ik zijn laatste, La grazia, aan mij voorbij liet gaan.

Rust zacht Gino.

RIP Country Joe McDonald (1942 – 2026)

Country Joe op Woodstock

In de VS stierf Country Joe McDonald bekend voor zijn lied “I-Feel-Like-I’m-Fixin’-to-Die Rag”. Wablieft, hoor ik u zeggen. Wacht, ik zing het u voor:

And it’s 1, 2, 3
What are we fighting for?
Don’t ask me,
I don’t give a damn
Next stop is Vietnam

Country Joe had zelf dienstgedaan in het Amerikaanse leger en in deze song protesteert hij tegen de Amerikaanse oorlog tegen Vietnam, een van de vreemdste oorlogen aller tijden: een deel van Vietnam was communistisch geworden en de VS wilde in het kader van de Koude Oorlog beletten dat de rest van Azië zou volgen. Wie kon daar nu het nut van inzien, van zo’n oorlog, helemaal aan de andere kant van de wereld, je wist niet waarvoor je vocht, niemand had je aangevallen, en economische belangen veroveren, welke? De intelligentsia waren tegen deze oorlog. Noam Chomsky was er uitgesproken tegenstander van, maar hij was jammer genoeg zelf een communismeapologeet.

Van het graf van Country Joe raad ik u aan door te stappen naar het graf van Henry Miller (1891 – 1980) een paar perken verder. Miller schreef in 1956 de roman Quiet Days in Clichy die veertien jaar later een Deense verfilming zou krijgen waar Country Joe muziek bij verzon. Zeer matige film, oké novella, maar Parijs tussen de twee wereldoorlogen? Prachttijd. Lees vooral ook Paris was our mistress (1947) van de fascinerende Amerikaanse schrijver — ook iemand met communistische sympathieën trouwens — Samuel Putnam, vader van de veel bekendere en, de tijd vliegt, ook al overleden filosoof Hilary.

Ik dwaal af, verschoning en rust zacht Joe.