Tag Archives: 2026

RIP Georg Baselitz (1938 – 2026) 

Het is met enige tegenzin dat ik de Duitse schilder Georg Baselitz hier zal begraven. Ik kon haast mijn lach niet inhouden toen men mij belde en vroeg of ik in mijn eulogie een vergelijking met Gerhard Richter wilde maken. Ik vertik het. Ik zal iets zeggen over Jean Rustin, dat wel. Rustin was de meester van de lelijkheid, in die zin dat ik via Rustin wél de schoonheid van de lelijkheid kon zien. Bij Georg zie ik dat amper, behalve bij sommige van zijn tekeningen. En dan is er nog de zaak van dat zelfportret van hem, naakt met een gigantische piemel, maar een afzichtelijk, schijnbaar uit etensresten samengesteld lichaam.

Enfin, ik zal er het beste van maken, hopelijk komen er geen klachten. Dodenstad mag dan wel geen concurrentie hebben, slechte reviews kunnen we missen als kiespijn.

En desalniettemin, rust zacht Georg.

RIP Beverley Martyn (1947 – 2026)

“Sweet Honesty” (1970)

Beverley Martyn was gedurende tien jaar de echtgenote van John Martyn (1948 – 2009). Ze maakten samen Stormbringer! (1970) en The Road to Ruin (1970).

Songs zoals “Sweet Honesty” en “Primrose Hill” moeten niet onderdoen voor het beste van Joni Mitchell, Joan Armatrading of Lani Hall.

“Primrose Hill”

Toen ze samen kinderen kregen liet ze haar man alleen verder werken. Die zou nog tracks uitbrengen als het geweldige “Solid Air” (1973).

RIP Desmond Morris (1928 – 2026)

We weten al sinds Charles Darwin (1809–1882) dat we van apen ‘afstammen’ maar Desmond Morris ‘bewees’ dat we in essentie nog steeds apen ‘zijn’. In tijden van bio-aversie en bio-fobie is het goed om schrijvers als Morris en bij ons Griet Vandermassen (°1970) te lezen. Zij tonen aan dat het verschil in gedrag tussen mannen en vrouwen voor een groot deel van biologische oorsprong is.

By the way, Vandermassen heeft een nieuw boek uit, Wie is er bang voor sekseverschillen?, het verzamelt veel van haar columns in De Standaard van de laatste jaren.

Maar dat doet allemaal weinig ter zake vandaag, want rust zacht Desmond.

RIP Nathalie Baye (1948 – 2026)

Ik zie dat François Ozon op Facebook afscheid neemt van Nathalie Baye en ik twijfel of ik haar uitvaart persoonlijk zal verzorgen of ik ze aan een van mijn doodgravers zal toevertrouwen, maar geen van hen voelt er iets voor, ze kennen haar niet eens. Ze zijn jonger dan ik, hun referentiekader is gestoeld op het Marshallplan, u weet wel, de naoorlogse financiële heropbouwinjectie die onze culturele annexatie door de Verenigde Staten bezegelde en de navelstreng met Frankrijk voorgoed doorknipte.

Mijn ouders Maria Smet (1941 – 2024) en Wim Geerinck (1940 – 2000) — wat is het vreemd om die twee namen hier zo te schrijven — zouden wel iets te melden hebben gehad over Nathalie mocht ik hen die naam nog hebben kunnen voorleggen. Zij zaten nog met beide voeten in het model dat zei: ‘als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel’. Zij kenden als goede flaminganten het Franse chanson, de Franse film, de Franse geschiedenis en de Franse taal. Zij dachten dat Parijs nog steeds de kunsthoofdstad van de wereld was, zij wisten niet dat de nieuwe kunstenaars met Marcel Duchamp mee naar New York waren verhuisd.

Continue reading

RIP Afrika Bambaataa (1957 – 2026)

Party people, party people
Can y’all get funky?
–“Planet Rock” (1982)

Afrika Bambaataa is DJ en bandleider in New York als hij in 1982 met “Planet Rock” doorbreekt. Het is een nummer waar ik niet zoveel aan vind behalve dat het twee tracks van persoonlijke lievelingen Kraftwerk samplet: “Trans Europe Express” (1977) en “Numbers” (1981). Ik las ergens — ik weet niet meer waar — dat de Kraftwerkers ooit in de legendarische discotheek Paradise Garage in New York hun muziek plots hoorden en daar heel opgetogen over waren.

In het “A – Z van Electro” uit 1996 van David Toop heeft Bambaataa de letter ‘B’:

‘Stadsastronaut Afrika Bambaataa en producer Arthur Baker, samen met muzikant John Robie, vormden het trio achter een muzikale revolutie genaamd ”Planet Rock”‘.

Niet verwonderlijk heeft Kraftwerk de letter ‘K’. Toop weer:

‘Kraftwerk waren de ‘showroom dummies’ die Bambaataa ertoe brachten zich achter de oren te krabben en te zeggen: “Excuses voor mijn taalgebruik, maar dit is echt rare shit”. […] Het idee muziek te maken met zakrekenmachines sprak jongeren aan die gewend waren om op vinyl te scratchen.’

Zo is het maar weer. Het was de tijd van de electro, toen de Roland TR-808 al op de markt was, maar techno nog geboren moest worden.

Rust zacht Bam.

RIP James Gadson (1939 – 2026)

James Gadson drumde op een liedje over zelfexpressie, toepasselijk “Express Yourself” (1970) getiteld.

Maar Gadsons grooves hoor je ook op “Lean On Me” (1972) en “Use Me” (1972) van Bill Withers, “I Want You” (1976) van Marvin Gaye, “Love Hangover” (1976) van Diana Ross en “Got to Be Real” (1978) van Cheryl Lynn.

RIP Glen Baxter (1944 – 2026)

De dood van Glen Baxter heeft me weer in de problemen gebracht. Ik stond geprogrammeerd om de uitvaart te verzorgen, er was zelfs een Belgische delegatie met Kamagurka en Herr Seele, en vanuit Nederland was Jaco Groot afgezakt.

Glen Baxter interviewed by Gil Roth

Maar toen ik me aan het voorbereiden was op mijn eulogie, stuitte ik op de uitspraak van Glen Baxter dat hij zich geïnspireerd voelde door de Bretoniaanse invulling van het denkbeeldige:

‘Ik geef de voorkeur aan het denkbeeldige waarin alledaagse voorwerpen plotseling interessanter kunnen worden. Dat aspect spreekt me erg aan. Ik ben het eens met Bretons definitie van ‘het wonderbaarlijke’: ‘Het wonderbaarlijke is nooit beter gedefinieerd dan als zijnde in volledig contrast met het fantastische.’’

Continue reading

RIP Chip Taylor (1940 – 2026)

Wild ding, je laat mijn hart zingen
Je maakt alles zo groovy, wild ding
Wild ding, ik denk dat ik van je hou
Maar ik wil het zeker weten!

Een paar dagen geleden stierf de Amerikaanse songschrijver Chip Taylor (1940 – 2026) de man achter “Wild Thing” (1965) en “Angel of the Morning” (1967), twee songs die er voor zouden moeten gezorgd hebben dat de brave man ‘binnen’ was, want het waren, denk ik, wereldhits.

Wie van ons heeft als tiener niet dronken rond het kampvuur “Wild Thing” meegebleird, ondertussen loerend en lonkend naar het “wild ding” dat hij of zij op het oog had, haar Hansje of zijn Grietje die de baby van de komende generatie in zijn of haar pupillen gebrand had staan maar die misschien niet de loerende blik beantwoordde maar andere ogen zocht? Ach, het genoegen, de teleurstelling, het drama, de verveling!

Desalniettemin, rust zacht Chip.