Het was een tijdje geleden dat ik haar werk beluisterd had, maar L’Île Re-Sonante (1967) van de in Parijs geboren Éliane Radigue heb ik vaak opgezet. Dat is dronemuziek, en ‘drone’ is verwant aan ‘dreun’, dus verwacht u aan monotone, dreinerige ‘muziek’. Ik zet muziek tussen aanhalingstekens want velen zullen zeggen dat het geen muziek is maar ‘geluid’, en dat mag. Toch is ze wereldberoemd bij avontuurlijke muziekliefhebbers en muzikanten.
Wie van ASMR houdt zal een aanknopingspunt hebben met de begrippen ‘white noise’ en ‘brown noise’.
Nu het over dreunen en dreinen gaat, de mooiste der drone-composities is die van Wagner uit 1854, uit de prelude van Rheingold, prachtig is die. Wij hebben die Rheingoldprelude leren kennen via de film Nosferatu the Vampyre (1979) met Klaus Kinski, uit de scène waar het hoofdpersonage per paard de tocht naar het kasteel van de vampier aanvat, ergens in Transsylvanië, want daar wonen die altijd. Die scène duurt lang, Herzog heeft er zijn tijd voor genomen en bijna die volledige prelude uitgespeeld.
De eerste recensent die Radigue positieve pers gaf, was de Amerikaan Tom Johnson (1939 – 2024) in de Village Voice in 1973. Nadat hij een opvoering van Psi 847 gezien had schreef hij.
‘Er is iets heel bijzonders aan de muziek van Éliane Radigue, maar na er bijna een week over nagedacht te hebben, kan ik nog steeds niet precies zeggen wat het is.” […] Misschien ben ik beïnvloed door Morton Feldman, die een paar jaar geleden ironisch opmerkte dat iedereen, omdat we in het jet-tijdperk leven, vindt dat we daar ook jet-tijdperk-muziek bij moeten maken. […] Een groot deel van de muziek die vandaag de dag wordt geschreven, is nog steeds gericht op snelheid, luidheid, virtuositeit en maximale input, maar de muziek van Éliane Radigue is de antithese van dat alles.’
Dat optreden was op 19 en 20 maart 1973 in The Kitchen. Ik was daar graag bijgeweest.
U zal in de toekomst nog gezelschap krijgen van Fernando Arrabal, Ernest Ranglin en Dieter Rams, mevrouw Radigue maar voor nu, rust zacht Éliane.
