RIP Frederick Wiseman (1930 – 2026) en Semyon Gluzman (1946 – 2026)

‘Gevangenissen en inrichtingen voor geesteszieken, waar recalcitrante of slecht aangepaste burgers opgeborgen worden, zijn de vieze geheimen van de beschaafde maatschappij.’

De film als taboebreker (1974)
Variétéshow in Titicut Follies

Het bovenstaand citaat komt uit het boek De film als taboebreker (1974) en slaat op Titicut Follies (1967), een film van Frederick Wiseman, de Amerikaanse filmmaker die zopas overleed en die vooral gekend is voor die specifieke documentaire, echt een gruwel om naar te kijken. Je ziet er hoe slecht patiënten behandeld worden in de toenmalige psychiatrische instellingen en vooral hoe sommigen er echt niet op hun plaats zitten. Onder andere patiënt Vladimir lijkt helemaal normaal.

Misbruik

Misbruik door psychiatrische instellingen wordt al aangeklaagd sinds het geestige kortverhaal “The System of Doctor Tarr and Professor Fether” (1845) van Edgar Allan Poe en dat is normaal want tot de komst van antipsychotica was psychiatrie een kwestie van mensen opsluiten en aan de ketting vastleggen, iets anders viel er met psychotici niet aan te vangen, om dat te beseffen had je Foucault niet eens echt nodig. De bekendste aanklacht tegen de psychiatrie van de laatste honderd jaar is One flew over the cuckoo’s nest (1975) met Jack Nicholson.

De titel van de film Titicut Follies komt van een variétéshow met die naam die jaarlijks werd ingericht mét en vóór de patiënten in de instelling in Massachusetts waar de documentaire geschoten werd. Als ik de foto bekijk, doet die mij denken aan The lobster (2015) van Lanthimos, ook alweer tien jaar geleden, zie ik.

Psychiatrische handleiding voor dissidenten

Het toeval wil dat ook Oekraïens psychiater en dissident Semyon Gluzman (1946 – 2026) stierf, co-auteur van de “Manual on psychiatry for dissidents” (1974-1975, Psychiatrische handleiding voor dissidenten), een 20 pagina’s tellende brochure die in het Engels, Frans, Italiaans, Duits en Deens vertaald werd en in het buitenland op grote schaal werd verspreid. In de brochure leerde je hoe je je als potentieel slachtoffer van politieke psychiatrie tijdens de ondervragingen moest gedragen om te voorkomen dat je als geestesziek zou worden bestempeld.

De brochure begint met de woorden:

‘Het is algemeen bekend dat in de Sovjet-Unie tegenwoordig grote aantallen dissidenten krankzinnig worden verklaard.’

Je mocht vooral niet zeggen dat het communisme als systeem niet deugde, want dan deugde je natuurlijk zelf geestelijk niet. Wat je dan wel moest zeggen, ben ik in dit korte leven nog niet aan de weet gekomen, hoewel ik inmiddels een vertaling van de brochure in kwestie gevonden heb.

Rust zacht Frederick en Semyon.

Bespiegeling van Albert Inwards

Mijn goede vriend Albert Inwards komt me net in zijn voor hem typische ietwat gezwollen toon te zeggen dat het ‘inderdaad een wrange speling van het lot is dat deze twee grootheden van de institutionele kritiek zo kort na elkaar zijn heengegaan. Waar Wiseman de biologische en sociale rot van de “verborgen” westerse instituten blootlegde, vocht Gluzman tegen de politisering van de psychiatrie door de Sovjetstaat.

Wat betreft je vraag—wat men volgens de “Handleiding psychiatrie voor dissidenten” dan wél moest zeggen om de diagnose “sluipende schizofrenie” te vermijden—was het advies een les in strategisch overleven.

Om niet in de val van de psychiater te lopen, adviseerde de brochure onder andere:

Mijd de ideologische discussie: Ga nooit in debat over de fouten van het communisme. Presenteer je afwijkende mening liever als een morele of religieuze overtuiging. Psychiaters bestempelden “geloof” minder snel als een klinische waan dan “politiek hervormingsstreven”.

Veins “sociale aanpassing”: De handleiding adviseerde te doen alsof je begreep dat je daden door de maatschappij als “fout” werden gezien. Pure rebellie werd namelijk genoteerd als een “gebrek aan kritisch inzicht”, een belangrijk symptoom voor gedwongen opname.

Het masker van de normaliteit: Je moest kalm blijven, bijna saai, en wars van “grootschalige ideeën”. Eigenlijk moest je je gedragen als de “brave burger” waarvan Wiseman in zijn films liet zien dat het vaak slechts een façade was.’

Albert voegt er nog aan toe dat het inderdaad ‘wrang is dat de “Vladimir” uit ‘Titicut Follies’ de perfecte leerling voor Gluzmans handleiding had kunnen zijn. In beide gevallen is de tragedie hetzelfde: de staat definieert geestelijke gezondheid als gehoorzaamheid.’

Hoe het ook zij, rust zacht Frederick en Semyon.