Tag Archives: 1946

RIP Tim Curry (1946 – 2026)

Ook Tim Curry is dood, de man die in jarretels en korset te zien was in de zeer saaie film The Rocky Horror Picture Show (1975) waarvan je ten onrechte zou kunnen denken dat hij interessant is vanwege de titelgelijkenis met de geestige film The Little Shop of Horrors (1960) van Roger Corman.

Echter. Desalniettemin.

“Paradise Garage” (1979) by Tim Curry

Curry bracht ook een plaat uit over onze favoriete nachtclub Paradise Garage.


I went down to Paradise Garage
And took my place in line
The cashier said
“Are you alright?”
I said “I’m feelin’ fine”

–“Paradise Garage” (1979) by Tim Curry

Rust zacht Tim.

RIP Dolly Parton (1946 – 2026) 

Nu Dolly dood is kom ik allerlei over haar aan de weet. Vroeger was ze gewoon de zangeres van “Jolene” (op die song werd wild gedanst in café Bar Tabac waar ik begin jaren 2000 vaak uitging en hij kreeg een plaats in de door mij gecompileerde Jahsonic 1000) en van de song “9 to 5” (een meezinger uit mijn jeugd); nu blijkt ze plots een held voor Belgisch roodgroen, ik wist dat niet. In de interviews die ik met haar te zien krijg bedankt ze God net iets teveel naar mijn goesting maar dat doet allemaal weinig ter zake want rust zacht Dolly).

Op de foto van links naar rechts: Tomlin, Parton en Fonda in 9 to 5. Ik heb een zwak voor Tomlin.

Wist u trouwens dat een andere Parton, James Parton (1822 – 1891), schrijver was van Life of Voltaire (1886)?

RIP Frederick Wiseman (1930 – 2026) en Semyon Gluzman (1946 – 2026)

‘Gevangenissen en inrichtingen voor geesteszieken, waar recalcitrante of slecht aangepaste burgers opgeborgen worden, zijn de vieze geheimen van de beschaafde maatschappij.’

De film als taboebreker (1974)
Variétéshow in Titicut Follies

Het bovenstaand citaat komt uit het boek De film als taboebreker (1974) en slaat op Titicut Follies (1967), een film van Frederick Wiseman, de Amerikaanse filmmaker die zopas overleed en die vooral gekend is voor die specifieke documentaire, echt een gruwel om naar te kijken. Je ziet er hoe slecht patiënten behandeld worden in de toenmalige psychiatrische instellingen en vooral hoe sommigen er echt niet op hun plaats zitten. Onder andere patiënt Vladimir lijkt helemaal normaal.

Continue reading

RIP Diane Keaton (1946 – 2025)

De kreeftenscène uit Annie Hall (1977)

Diane Keaton was een Amerikaanse actrice gekend voor rollen in films als Annie Hall (1977), Interiors (1978) en Something’s Gotta Give (2003).

Interiors heeft veel indruk op me gemaakt.

De meet-cute uit Annie Hall (1977)

Ik vraag me af of ze familie was van Buster.

Als ik me niet vergis, is Diane Keaton Woody Allen altijd blijven verdedigen tegen zij die hem beschuldigen van grensoverschrijdend gedrag.

Rust zacht Diane.

RIP Jean-Pierre Bouyxou (1946 – 2025)

Jean-Pierre Bouyxou was een Frans filmmaker, schrijver en erotomaan.

Zijn magazine Fascination (30 nummers) verscheen tussen 1978 en 1986.

Haast iedereen van zijn generatie is dood, alleen de Belg Roland Lethem leeft nog.

Rust zacht Jean-Pierre.

RIP Walter Swennen (1946 – 2025)

RIP Walter Swennen, lang leve Stefaan Vermuyten (°1959).

Ik moet denken aan Thomas Browne die in Religio medici (1643) zegt:

‘Iedere mens is niet alleen zichzelf; er zijn vele Diogenessen geweest, en evenzoveel Timons, hoewel slechts weinigen van die naam; mensen worden opnieuw geleefd; de wereld is nu zoals hij was in voorbije eeuwen; er was toen niemand, maar er is sindsdien iemand geweest die hem evenaart, en die als het ware zijn herleefde zelf is.’ Borges, in zijn pantheïstische buien, heeft het vaak over dit dictum van Browne.

Rust zacht Walter.

RIP Guillaume Bijl (1946 – 2025)

Guillaume Bijl was een Belgisch kunstenaar gekend voor werk zoals Autorijschool Z (1979) en TV-Quiz Decor (1993), ‘echte’ omgevingen die 99% getrouw door Bijl werden nagebouwd op plekken waar je normaal gezien kunst zou verwachten maar die passend in het in “Kunstliquidatieproject” (1980) door nuttiger ruimtes vervangen werden. In deze context dwingen de termen simulacrum en hyperrealiteit zich op. Ik zal ze niet gebruiken.

Continue reading

RIP Linda Williams (1946 – 2025)

Hard Core: Power, Pleasure (1989)

Linda Williams was een Amerikaanse academica bedrijvig in de filmstudies en auteur van het boek Hard core: power, pleasure (1989), een vroege academische studie van pornografie. Ze schreef ook het essay “Film bodies: gender, genre, and excess” (1991) waarin ze de definitie van de parapluterm ‘body genres’ — de lichaamsgenres dus — uitbreidde met het genre van de melodrama.

‘In Hard core: power, pleasure zette Linda Williams eigenhandig de hele trend van de academische studie van pornografie op de kaart. De publicatie was wat gedurfd, met het beladen woord hardcore in de titel. De omslag zelf zag eruit als een sensationalistische seksroman, met de Miami Beach art deco-belettering uit de jaren tachtig die populair was in de pornofilms die in dit boek worden besproken.’

Met die woorden beschreef Sholem Stein het belangrijkste boek van Williams.

Rust zacht Linda.

RIP Marianne Faithfull (1946 – 2025)

Er is maar een nummer van Marianne Faithfull waar ik echt van hou, waarvan het lijkt alsof het voor mij persoonlijk is gemaakt, en dat is “Why D’Ya Do It” (1979).

“Why D’Ya Do It” (1979)

Waarom deed je wat je deed?

Vast werd Marianne tijdens haar 78-jarige leven meer dan eens bedrogen — wie overkwam het nooit? Maar misschien overkwam het Marianne vaker met haar liederlijke levensstijl tijdens de zedenverwildering van de jaren zestig, hobbelend langs de boulevard der gebroken dromen. Hoe het ook zij, toen ze het gedicht “Why D’Ya Do It” (1979) van Heathcote Williams (1941 – 2017) hoorde, wou ze het absoluut op plaat zetten, in haar autobiografie noemt ze het nummer haar Frankenstein.

Continue reading

RIP David Lynch (1946 – 2025)

‘Ideeën komen op ons af, we creëren ze niet, we vangen ze gewoon, net als vis. Geen enkele chef-kok krijgt ooit de eer voor het maken van de vis, wél voor het bereiden van de vis.’

D. Lynch
Messcène uit Blue Velvet

Ideeën zijn als vissen

Wat David Lynch over die vissen zei heb ik altijd onthouden. Het is natuurlijk een door en door platonische houding: u weet, Plato beweert dat het idee van een stoel de eigenlijke stoel voorafgaat en dat een schilderij van een stoel dus twee stappen van de werkelijkheid verwijderd is, vermits hij de ‘idee’ van de stoel de werkelijkheid noemt, niet de stoel zelf .

Continue reading