RIP Glen Baxter (1944 – 2026)

De dood van Glen Baxter heeft me weer in de problemen gebracht. Ik stond geprogrammeerd om de uitvaart te verzorgen, er was zelfs een Belgische delegatie met Kamagurka en Herr Seele, en vanuit Nederland was Jaco Groot afgezakt.

Glen Baxter interviewed by Gil Roth

Maar toen ik me aan het voorbereiden was op mijn eulogie, stuitte ik op de uitspraak van Glen Baxter dat hij zich geïnspireerd voelde door de Bretoniaanse invulling van het denkbeeldige:

‘Ik geef de voorkeur aan het denkbeeldige waarin alledaagse voorwerpen plotseling interessanter kunnen worden. Dat aspect spreekt me erg aan. Ik ben het eens met Bretons definitie van ‘het wonderbaarlijke’: ‘Het wonderbaarlijke is nooit beter gedefinieerd dan als zijnde in volledig contrast met het fantastische.’’

Glen Baxter zei dat in in een interview ergens in de jaren tachtig.

Nu, Breton, kom ik acht uur later te weten, is op het moment dat hij die uitspraken doet vooral gefrustreerd omdat er in NYC een tentoonstelling wordt georganiseerd over ‘surrealistische’ kunst (of de voorlopers ervan) die hij zelf altijd met de term ‘merveilleux’ aangeduid had, maar die daar in de States ‘fantastic’ wordt genoemd.

Ik begrijp al langer op welk verschil hij doelt, ik heb dat zelf geleerd bij Todorov, die een onderscheid maakte tussen het Tolkiense fantastische waarin een nieuwe wereld wordt gebouwd waarin alles klopt, een parallelle wereld met een interne logica.

Het échte fantastische, gestoeld op twijfel volgens Todorov en de zijnen, waar je mij ook mag toe rekenen, houdt van werkelijkheden waar plots totaal onverklaarbare elementen in opduiken, die een verstoring van het gewone veroorzaken die geen enkele logica gehoorzaamt.

Het is die wereld die Baxter verbeeldt, in de verf gezet met onderschriften die uitblinken in ‘understatement’.

Maar goed, ik wist dat allemaal al, ook dat stuk over NYC, die tentoonstelling heet trouwens ‘Fantastic Art, Dada, Surrealism’ en speelde zich af in de New Yorkse winter van 1936, en toch verlies ik mij uren en en uren en uren in opzoekingen naar de theoretische onderbouw van Breton. En ik vind die ook.

En ‘en route’ vind ik ook Bretons fantasie dat hij een kasteel zou bezitten waarin al zijn vrienden wonen en ik moet denken aan Marianne Moore die gewag maakte van ‘ingebeelde tuinen, met echte padden erin’, al heel lang een van mijn favoriet mentale beelden.

En toen het over kastelen ging, het was blijkbaar nog niet erg genoeg, ik had blijkbaar nog niet genoeg tijd verspild, kom ik nog bij de ‘Innerlijke burcht’ van Theresa van Avila uit de 16de eeuw, en ook daar verlies ik enkele uren.

Kortom, men heeft mij van mijn taak ontheven. Leonardo, mijn toegewijde werknemer die zich de laatste tijd iets teveel aan het permitteren is — wat kan die jongen mij soms op de zenuwen werken — is mijn bibliotheek binnengestormd, heeft mij een tekst onder de ogen geduwd en mij streng toegesproken:

–‘Chef, het is tijd, ofwel leest ú dit voor ofwel doe ik het, maar de mensen staan te wachten, Glen Baxter moet begraven worden en u heeft nog niets.’

Ik heb het hem dan maar laten doen, en Leonardo was ‘professioneel’, mijn god wat haat ik dat woord ‘professioneel’, het klinkt zo fantasieloos. Maar goed, Leonardo heeft zich dus ‘professioneel’ van zijn taak gekweten. Wat had ik graag zelf die mensen toegesproken. Ach, vijgen na Pasen, maar desalniettemin, rust zacht Glen.