Tag Archives: art

RIP Frank Stella (1936 – 2024)

Niet nader geïdentificeerd beeldmateriaal van Stella uit 1972, waar ook toenmalige kunstpaus William Rubin aan het woord komt.

Ik ben nooit echt tot Frank Stella‘s werk aangetrokken geweest. Vanaf het moment dat hij kleur gebruikte kwam het me voor als het soort kitsch waar ik niet zo gek van ben. Als doodgraver heb ik maar een beperkte hoeveelheid katzwijm voorhanden, ik zie hier immers zoveel talent passeren. Ik bedenk me dat in het jaar voor Stella’s geboorte, Paula Rego haar eerste licht zag en het jaar erna Allen Jones zijn allereerste angstschreeuw de wereld in stuurde. Beide vind ik — hoewel ze maar voorbeelden zijn — interessanter. Allen Jones leeft trouwens nog.

Continue reading

RIP Richard Serra (1938 – 2024)

Richard Serra, de Amerikaanse kunstenaar met zijn loodzware staande staalplaten — van het soort voor scheepsrompen bedoeld — die je doen voelen alsof je er elk moment door verpletterd kan worden; en die wij intellectuelen kennen van onze bezoeken aan musea als Voorlinden waar we ons recentelijk nog vergaapten aan nieuw werk van Anselm Kiefer, is niet meer.

The Trial of ‘Tilted Arc’ with Richard Serra (1986)

In 1981 kreeg Serra toestemming om een 36 meter lange metalen muur te plaatsen die een New Yorks plein in tweeën sneed. Zij die rond dat plein werkten vonden het spuuglelijk, Serra’s kunstvrienden verdedigden het luidkeels. Serra noemde het werk Tilted Arc, gekantelde boog. Acht jaar later werd het afgebroken.

Op de hoorzitting die voorafging aan de ontmanteling getuigden collega-kunstenaars met woorden van de volgende strekking: beperking van de vrije meningsuiting, het is hier net nazi-Duitsland, het is hier net de Sovjet-Unie, de vrouw van Richard zegde zelfs op aller-moedigste toon dat haar man en zij zouden verhuizen mocht ‘Tilted Arc’ worden verwijderd.

Toch waren er ook enkele intellectuelen die de sculptuur niet zo geslaagd vonden:

“Ik denk dat het volkomen legitiem is om je af te vragen of openbare ruimtes en openbare fondsen wel de juiste context zijn voor werk dat zo weinig mensen aanspreekt – hoezeer het concept beeldhouwkunst er ook door verruimd wordt.”

Calvin Tomkins

en

“[Richard Serra] bestrijdt het afschuwelijke door het afschuwelijke te vergroten. Aan de ellende van het werken in een lelijk en slecht ontworpen gebouw, voegt Serra nog meer ellende toe in de vorm van een sculptuur dat de meeste mensen lelijk vinden … dat het plein blokkeert, dat geen ruimte biedt om op te zitten, dat zon en uitzicht belemmert en het plein onbruikbaar maakt, zelfs op die momenten van vrijheid waarop het weer kantoormedewerkers toestaat om buiten te lunchen.”

Nathan Glazer

Op de hoorzitting die voorafging aan de verwijdering getuigden collega-kunstenaars met woorden van de strekking: beperking van de vrije meningsuiting, het is hier net nazi-Duitsland, het is hier net de Sovjet-Unie. De vrouw van Richard zegde zelfs op alle-moedigste toon dat haar man en zij zouden verhuizen mocht Tilted Arc worden verwijderd.

Het televisiestation Paper Tiger Television [zie boven] maakte een verslag van deze hoorzitting en riep op boze brieven naar Ronald Reagan te zenden.

Rust zacht Richard.

RIP Benoît van Innis (1960 – 2024)

Promofilmpje voor Instant Light

Als doodgraver heb ik zo mijn pleziertjes.

Soms neem ik eigenhandig de beitel ter hand en kap een opschrift in een grafsteen.

Ik deed dat met die van de Belgische illustrator Benoît van Innis die niet minder dan 35 bijdragen mocht leveren aan The New Yorker. Niet minder dan 35. Maar ook niet meer.

Dat hij nooit is doorgebroken als echte ‘artiest’ is hem altijd dwars blijven zitten. Geen nood, hier wordt hij in eer hersteld. Hij krijgt een mooier plekje dan veel ‘echte’ artiesten: op dat heuveltje, net een beetje hoger, lommerrijk omgeven door treurberken, waar ook Paul Ibou ligt.

Op zijn steen kap ik:

‘Ik struikel wankel door de harde vaste eeuwigheid’ van Federico García Lorca. Benoît hield daarvan.

Ik moet aan Roland Topor denken als ik Benoît zie.

Er is een promofilmpje voor Instant Light, een coronatentoonstelling die Benoît hield in Mechelen met tekeningen die hij dagelijks maakte in die surreële periode.

Op de achtergrond leest Ann Meskens mooie woorden uit Mijn laatste snik (1982) van Luis Buñuel.

Ann leest mooi voor. Ook de tekst doet mij aan Topor denken, aan Mémoires d’un vieux con (1975) bijvoorbeeld.

Iedereen hield van Benoît.

Rust zacht Benoît.

RIP Günter Brus (1938 – 2024)

Günter Brus stierf en met hem de laatste der geweldkunstenaars die gekend stonden als Weense actionisten, een nare kunststroming die ik me alleen maar wens te herinneren als achtergrond van Sweet Movie (1974) van Dušan Makavejev.

Kunst. Skandal. Wiener Aktionisten. Günter Brus. Otto Muehl.

Die onvriendelijke woorden schreef ik op Facebook. Ik overdreef want je kan bezwaarlijk een geschiedenis van de 20ste-eeuwse kunsten schrijven zonder een hoofdstuk aan deze Weense grensoverschrijders van de jaren zestig te wijden. Bovendien wil ik het verleden nooit afzweren. ‘Transcend and include’ zeg ik altijd met de woorden van Ken Wilber, ik ga daar vandaag niet plots van afwijken.

Continue reading

RIP Carl Andre (1935 – 2024)

Carl Andre’s werk is bij 24:25

In de Verenigde Staten stierf de Amerikaanse kunstenaar Carl Andre. Hij was bekend voor twee dingen. Ten eerste Equivalent VIII (1966), een ‘kunstwerk’ bestaande uit een stapel van honderdtwintig vuurvaste bakstenen. Ten tweede zijn huwelijk met kunstenaar Ana Mendieta, wiens videowerk onlangs nog in het Middelheim te zien was. Toen die in 1985 na een ruzie met hem uit het raam van hun appartement op de 34ste verdieping viel en stierf, was hij de hoofdverdachte. Hij werd bij gebrek aan bewijs vrijgesproken.

Ik hou niet zo van zijn werk, en van het minimalisme in de kunsten ben ik sowieso een koele minnaar.

In de gedateerde maar geestige achtdelige televisiedocumentaire The Shock of the New (1980), fileert Robert Hughes de ontologie van Equivalent VIII . Dat hij daar de pissijn van Duchamp niet bij betrekt neem ik hem maar een beetje kwalijk, omdat ik van dat pissijn wél hou.

Hughes zegt:

‘Het wezenlijke verschil tussen een sculptuur als Andre’s Equivalent VIII, 1978, en elk ander kunstwerk dat daarvoor in het verleden bestond, is dat Andre’s reeks bakstenen niet slechts gedeeltelijk, maar volledig afhankelijk is van het museum voor zijn context. Een Rodin op een parkeerplaats is nog steeds een misplaatste Rodin; Andre’s bakstenen op dezelfde plaats kunnen alleen maar een stapel bakstenen zijn.’

–Robert Hughes

Desalniettemin, rust zacht Andre.

RIP Giovanni Anselmo (1934 – 2023)

Untitled (Sculpture That Eats) (1968) van Giovanni Anselmo

Giovanni Anselmo was een Italiaans kunstenaar die werkte binnen de arte povera scene. Ik geloof dat er een moment is geweest in de Italiaanse kunst dat alle kunstenaars binnen dat ‘arme kunst’ paradigma werkten. Ik heb er – enkele voorbeelden niet te na gesproken  – werkelijk een hekel aan, geef mij maar de oppervlakkigheid van pop art.

Het werk waarvoor Anselmo zijn voorlopige plaats – de eeuwigheid zal hij vrees ik niet halen  – in de geschiedenisboeken krijgt is ‘Senza titolo (Struttura che mangia)’, ‘Zonder titel (Structuur die eet)’. Het werk bestaat uit een granieten paaltje waar de kunstenaar een krop sla tegenhoudt met een andere granieten blok. Met een ijzerdraad bindt hij het geheel vast. Naarmate de krop sla verwelkt, wordt de biomassa kleiner en zal de granieten blok naar beneden vallen. Waarop de museumdirectie een nieuwe krop sla moet gaan halen bij de sla-boer. Want, tja, de structuur heeft de sla opgegeten.

Desalniettemin, rust zacht Giovanni

RIP Graziella Magherini (1927 – 2023)

‘Toen ik uit de portiek van Santa Croce tevoorschijn kwam, werd ik overvallen door een hevige hartklopping (hetzelfde symptoom dat in Berlijn een zenuwtoeval wordt genoemd); mijn innerlijke levensbron was plots opgedroogd en ik vreesde voortdurend al lopend op de grond te vallen.’

Dat lezen we in ‘Rome, Napels en Firenze’ (1817), een reisverslag van de Franse schrijver Stendhal (1783 – 1842), waarin hij vertelt hoe hij onwel wordt door de pracht van Firenze.

Die hartkloppingen waren honderdzestig jaar later de aanleiding om een nieuw syndroom te benoemen – het syndroom van Stendhal – een psychische aandoening die optreedt als iemand volledig overrompeld wordt door de schoonheid van kunst.

Continue reading

RIP Robert Irwin (1928 – 2023)

Ik ken twee Robert Irwins. De ene is een schrijver en leeft nog. Ik las ooit het boek Exquisite corpse van hem toen ik op vakantie was in Le Crotoy. Irwin blijkt ook een intellectuele tegenstander van Edward Said te zijn, zoals ik dat ben.

‘Confused visitors step out of the elevator and think they’re looking at an empty room,’ zegt de voice-over als het gaat over een van de eerste architecturale interventies van Irwin.

Maar de Robert Irwin die stierf was een visueel kunstenaar die ooit als abstract expressionist begon. Al vrij snel kwam hij tot de slotsom dat zijn werk in dat genre waardeloos was. Je kan een van zijn schilderijen nog zien op de hoes van The Trumpet Artistry of Chet Baker (1954). Nogal wat jazzplaten hadden hoezen met abstract expressionistische schilderijen want de band tussen jazz en abstract impressionisme was vrij innig. Beiden werden beschouwd als improvisatorische performancekunsten en deelden hetzelfde publiek.

Continue reading

RIP Fernando Botero (1932 – 2023)

Fernando Botero was een beeldend kunstenaar uit Colombia die wereldbekend werd met zijn schilderijen en sculpturen van zwaarlijvige, geblokte mensen.

Trailer van de 1998 documentaire

Botero zwom tegen de stroom in. Het menselijk lichaam was in zijn tijdsgewricht volledig uit de mode. Abstracte schilderkunst was al wat van tel was. Geen wonder dat de kunstwereld lauw reageerde op zijn werk. Maar bij mensen van buiten die kunstwereld was hij razend populair.

Continue reading