Tag Archives: United Kingdom

RIP Jeff Beck (1944 – 2023)

“Shapes of Things” (1966) van The Yardbirds

Jeff Beck werd tot de beste gitaristen van zijn generatie gerekend. Geboren in Londen, kwam hij voor het eerst in de schijnwerpers als lid van The Yardbirds met wie hij op zijn tweeëntwintigste “Shapes of Things” (1966) uitbracht. Datzelfde jaar – maar solo – bracht hij “Beck’s Bolero” uit.

“Beck’s Bolero” (1966) van Jeff Beck

“Shapes of Things” is samen met “Eight Miles High” (1966) van The Byrds een van de eerste successen van de psychedelische rock en zijn plaat Truth waarop hij “Shapes of Things” herwerkte haalt vaak ‘de beste platen ooit’ lijstjes.

Je kan Beck aan de zijde van Jimmy Page zien in het Yardbirds concert in de film Blowup (1966) van Antonioni, een erg knullige scène.

Na die beginperiode had Beck geen echte hits meer maar hij genoot het grootste respect van zijn collega muzikanten. Je zou hem een muzikantenmusicus kunnen noemen. A musician’s musician zoals de Engelsen zeggen.

RIP Paul Johnson (1928 – 2023)

Ik leerde het werk van Paul Johnson in 2008 kennen nadat ik Umberto Eco’s On Ugliness (Over het lelijke) gelezen had. Daarin citeert Eco Sartre die zo genoot van de slechte adem van zijn leerkracht op de lagere school. Dat fascineerde me en ik besloot dieper te graven.

Sartre vertelde dit in zijn autobiografie De woorden (1964):

“Ik had twee redenen om mijn leraar [Barrault] te respecteren: hij had mijn welzijn op het oog, en hij had een sterke adem. Volwassenen horen lelijk, gerimpeld en onaangenaam te zijn. Toen ze me in hun armen namen, vond ik het niet erg om een lichte afkeer te moeten overwinnen. Dit was het bewijs dat deugdzaamheid niet gemakkelijk was. Er waren eenvoudige, kleine geneugten: rennen, springen, taartjes eten en de zachte zoetgeurende huid van mijn moeder kussen. Maar ik hechtte meer belang aan het gemengde, boekenwurmerige plezier dat ik beleefde aan het gezelschap van mannen van middelbare leeftijd. De afkeer die zij mij inboezemden, maakte deel uit van hun prestige; ik verwarde afkeer met ernst. Als de heer Barrault zich over mij heen boog, maakte zijn adem mij buitengewoon ongemakkelijk. IJverig ademde ik de afstotelijke geur van zijn deugden in.”

Les mots (1963) van Sartre, mijn vertaling

Nu heb ik u nog niet verteld hoe ik het werk van Paul Johnson leerde kennen maar toen ik in 2008 googelde op “Sartre” en “bad breath” kwam ik bij een recensie van het boek Intellectuals van Johnson, geschreven door ene Wendy Doniger en daarin schreef zij:

“…Bertrand Russell had zo’n slechte adem dat Lady Ottoline Morrell een tijdje weigerde met hem te slapen. Sartre was “walgelijk vuil”, en Connolly, liet toiletresten achter in de bodem van de staande klok van zijn gastheer.”

Wendy Doniger over Intellectuals

Zo leerde ik dus het werk van Johnson kennen. Via mijn fascinatie voor vieze luchtjes en slechte adem.

Paul Johnson. Geboren in Manchester. Journalist. Historicus met boeken die goed verkochten. Speechschrijver. Ooit links maar later conservatief.

Hij schreef A History of Christianity (1976) Modern Times: A History of the World from the 1920s to the 1980s (1983), A History of the American People (1997), het hierboven vermelde Intellectuals (1988) en nog meer dan vijftig andere boeken.

Rust zacht Paul.

RIP Fay Weldon (1931 – 2023)

Fay Weldon was een Brits auteur vooral bekend om haar boek The Life and Loves of a She-Devil (1983). Bij ons werd dat vertaald als Liefde en levens van een duivelin en er kwam ook een film met Meryl Streep en Roseanne Barr in de hoofdrollen.

She-Devil (1989)

‘She-devil’

Via dat woord ‘she-devil’ leerde ik Weldon kennen, toen ik het tegenkwam in het werk van de Gentse schrijver Pierre Louÿs. Het soort duivelinnen dat ik toen in gedachten had waren slechte vrouwen, succubi en heksen.

Maar de duivelin waar Weldon het over heeft is een heel ander type en dat type heeft de feministische literatuur van de laat twintigste eeuw enigszins beheerst.

De hoofdpersonages van Weldons romans zijn vaak dikke en lelijke vrouwen die verwikkeld zijn in de oorlog der seksen. Die eeuwige strijd tussen man en vrouw. Meteen ook de enige oorlog, zoals u weet, waarin elke partij regelmatig in het bed van de vijand belandt.

Afvallige feministe

Voorts blijkt Weldon een ‘afvallige feministe’ in de stijl van Germaine Greer.

Zo lees ik in De Morgen, naar aanleiding van de vertaling van Dagboek van een stiefmoeder (2009) haar terechte twijfels bij de nieuwe samgengestelde-gezinnen-moraal:

‘Ik wil tonen wat er kan mislopen wanneer je stukken van gezinnen aaneenlijmt. De bloedbanden, psychologische banden en de pikorde in een gezin blijken vaak sterker dan men zou willen. Het gaat me vooral om de kinderen. Mensen denken dat het allemaal erg goed werkt. Ze trouwen, scheiden, hertrouwen en rijgen relaties aaneen en dat is allemaal super, maar de kinderen, die worden op vreselijke manier heen en weer geslingerd. Ik vind dat afschuwelijk … Ik wil erop wijzen wat voor vernielende impact telkens wisselende gezinsstructuren kunnen hebben. Scheiden en hertrouwen en de kinderen daarin meesleuren gebeurt in een waas van verliefdheid. Maar die gaat over en daar sta je dan met je nieuw samengestelde gezin. Misschien, heel misschien was een affaire minder ingrijpend geweest.’

Fay Weldon

En in haar boek Dood van een duivelin (2017) is ze niet mals voor transvrouwen:

‘De man heeft nu de controle over het beste wapen dat altijd was voorbehouden aan de vrouw: het lichaam dat hij benijdde, de stemmingen en fijngevoeligheid. Hij kan haar worden, haar opzuigen, haar in zich opnemen.’

Fay Weldon

Geert Van der Speeten liet nog optekenen dat Weldon in het ‘feministische kamp […] niet graag gezien [was]. Met shockerend bedoelde uitlatingen dat verkrachting eigenlijk niet het ergste is wat een vrouw kan overkomen, of dat vrouwen mannen kleineren zoals mannen vroeger vrouwen kleineerden, werd ze als een verraadster aanzien.’

Gewaagd ja, dat over verkrachtingen. Alleen een vrouw kan zich zo’n uitspraken veroorloven.

Rust zacht Fay.

RIP Vivienne Westwood (1941 – 2022)

Ook van Brits modeontwerper Vivienne Westwood was werk op de Bodypoliticx tentoonstelling te zien waar ik mijn vorig overlijdenbericht naar verwees.

Jordan at SEX

Vivienne Westwood werd bekend tijdens de hoogdagen van de punk en new wave mode, twee undergroundstromingen die zij met haar kleding mee naar de oppervlakte stuwde.

Vivienne at SEX

In 1974 startte ze een modewinkeltje in Londen dat SEX heette en waar ze met haar zaken- en levenspartner Malcolm McLaren, later de manager van Sex Pistols, punkkledij verkocht. Gedaan met de gezonde man-vrouw missionaris-seks van de rock en roll, schenen zij te zeggen met hun van veiligheidsspelden voorziene confectie die elementen uit de kink- en bondagewereld incorporeerde.

Wie van dat soort mode houdt, kan terecht bij de films Liquid Sky en Cafe Flesh, allebei uit 1982.

Rust zacht Vivienne.

RIP Maxi Jazz (1957 – 2022)

“Insomnia” (1995)

Maxi Jazz was een Brits songschrijver, muzikant en zanger vooral bekend als zanger van de groep Faithless die met “Insomnia” (1995) en “Salva Mea” (1995) grote hits scoorden.

Semantisch hebben we hier te maken met een band die zichzelf ‘trouweloos’ of ‘ongelovig’ noemt en die faam bereikte met de hits “God is een deejay”, “Slapeloosheid” en “Red mij”, want dat betekent het potjeslatijn “Salva Mea”.

Het werk van Faithless duikt nergens op in de ‘best of ‘ lijstjes van de critici, niet bij Rolling Stone, niet bij Pitchfork, niet bij NME.

Rust zacht Maxwell.

RIP Terry Hall (1959 – 2022)

“Faith, Hope and Charity” (1982) . Terr Hall is de blanke man met het haar dat een beetje op dat van Robert Smith van The Cure lijkt.

Terry Hall was een Brits muzikant en zanger best gekend voor zijn bijdragen aan the Specials en Fun Boy Three.

Fun Boy Three hebben een lied over gekken die het gekkenhuis overgenomen hebben: “The Lunatics (Have Taken Over the Asylum)” maar ik geef u “Faith, Hope and Charity” (1982) uit datzelfde album, waarin men u verzekert dat ieder het zijne verdient, dat geld niet aan de bomen groeit maar baby’s wel van vrouwen komen. Alsof u dat nog niet wist.

Rust zacht Terry.

RIP Mike Hodges (1932 – 2022)

Openingssène van Get Carter, met het thema van de soundtrack.

Mike Hodges was een Brits regisseur en schrijver best gekend voor het schrijven en regisseren van Get Carter (1971) waarbij hij zich baseerde op een pulproman.

De film wordt tot de beste van het Verenigd Koninkrijk gerekend en is vandaag nog erg genietbaar. Allereerst is er Michael Caine, dan is er het totaal gebrek aan gemoraliseer, de soundtrack van Roy Budd en het snelle monteerwerk van John Trumper.

Britt Ekland aan de telefoon met Caine.

De film is van 1971 en de seksuele revolutie raast als een sneltrein door Europa. In deze periode lijkt het erop dat je als vrouw geen enkele rol krijgen kon als je niet bereid was je borsten te laten zien: er is Britt Ekland die ingaat op het telefoonseksverzoek van haar vriendje Carter terwijl zijn vrouw in dezelfde kamer waar hij belt zenuwachtig heen en weer aan het schommelen is in haar schommelstoel terwijl ze naar het ongewogen gezicht van haar man kijkt terwijl aan de andere kant Britt in het bed aan het kronkelen is; er is de vrijpartij met Geraldine Moffat; er is de vrouw die verplicht wordt zich te ontkleden vooraleer ze een dodelijk spuitje krijgt; er is het naakte vrouwenlijk dat uit de rivier gevist wordt.

Drugs zijn ook nooit ver weg. Zo druppelt Caine een of ander goedje in zijn neus als hij per trein op zijn bestemming aankomt.

Terwijl deze film niet tot de verkrachtingswraakfilms gerekend wordt, is hij dat wel. De verkrachting wordt hier verzinnebeeld door een pornofilm waar Caine met tranen in de ogen naar kijkt. Hij ziet hoe zijn nichtje (er wordt gesuggereerd dat het wel eens zijn dochter zou kunnen zijn) in een pornofilm ‘genomen’ wordt.

In een bepaalde scène zegt hij daar beschuldigend over tegen diegene die zijn nichtje voor de camera haalde:

‘Wat zou jij ervan gevonden hebben als het jouw nichtje was dat genaaid werd in die film?’

Get Carter (1971)

Hodges regisseerde heel wat meer. Er was Flash Gordon en ook Pulp, die er erg geestig uitziet.

Rust zacht Mike.

RIP George Oban (1954 – 2022)

“Crazy Beat” (1985) by Motion (George Oban)

Toen ik Cut d’n’ Mix nog eens uit mijn boekenkast haalde – overigens voor de verkeerde reden, ik dacht er een citaat van Jean Genet in aan te treffen maar het bewuste citaat bleek eigenlijk in Subculture: The Meaning of Style te staan, een ander boek van Dick Hebdige – werd ik getroffen door het opschrift:

‘But what are roots? Music is shapeless, colourless.’

‘Maar wat zijn roots? Muziek is vormloos, kleurloos.’

George Oban

Het zinnetje was me nooit eerder opgevallen en toen ik George Oban googelde, bleek dat de brave man afgelopen januari overleden was.

Ooit speelde Oban bas in Aswad, een Britse reggaeband.

Zijn nummer “Crazy Beat” (1985), dat hij opnam als Motion, staat op Bill Brewsters compilatie Tribal Rites die op Eskimo Recordings uitkwam.

Rust zacht George Oban

RIP Keith Levene (1957 – 2022)

“Death Disco” (1979)

Keith Levene was een Engels gitarist die ik ooit door wat gericht gegoogel op het spoor kwam.

Hij maakte deel uit van The Clash en van Public Image Ltd, Johnny Rottens project na de Sex Pistols.

Hierboven hoort u hem op “Death Disco” (1978). U kan hem ook zien want hoe gek het ook klinkt, ze kwamen ermee op Top of the Pops.

RIP Keith Levene