Nathalie Baye was een Franse actrice. Ik zie dat François Ozon van haar afscheid neemt op Facebook en ik twijfel of ik haar uitvaart persoonlijk zal verzorgen of ik ze aan een van mijn doodgravers zal toevertrouwen, maar geen van hen voelt er iets voor. Ze zijn jonger dan ik, hun referentiekader is gestoeld op het Marshallplan, u weet wel, de naoorlogse financiële heropbouwinjectie die onze culturele annexatie door de Verenigde Staten bezegelde en de navelstreng met Frankrijk voorgoed doorknipte.
Ik twijfel er niet aan dat mijn ouders Maria Smet (1941 – 2024) en Willem Geerinck (1940 – 2000) — wat is het vreemd om die twee namen hier zo te schrijven — wel iets te melden zouden gehad hebben over Nathalie mocht ik hen die naam nog hebben kunnen voorleggen. Zij zaten nog met beide voeten in het model dat zei: ‘als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel’. Zij kenden als goede flaminganten het Franse chanson, de Franse film, de Franse geschiedenis en de Franse taal. Zij dachten dat Parijs nog steeds de kunsthoofdstad van de wereld was, zij wisten niet dat de nieuwe kunstenaars met Marcel Duchamp mee naar New York waren verhuisd.
Maar helaas, mijn ouders zijn dood; en ik, wees, moet voor deze necrologie mijn plan trekken. Hoewel ik wel een aanknopingspunt heb via een Belgische film met het woord ‘pornografisch’ in de titel, een eeuwig favoriet kwalitatief adjectief, besluit ik het over een andere boeg te gooien wanneer ik plots zie dat Nathalie in een film speelde over een brave vrouw die in een dorp woont en plots haar gedurende jaren vermiste man op haar drempel ziet staan. En dat terwijl zij reeds een andere man tot echtgenoot had genomen die ook beweerde haar vermiste man te zijn!
Nathalie is Bertrande in die film en Gérard Depardieu, de gewraakte dikkerd die nog enige jaren te leven heeft, is haar man Martin, achternaam Guerre. De zaak Martin Guerre is al vijfhonderd jaar populair, men blijft ze hervertellen en men zal die cause célèbre binnen vijfhonderd jaar of duizend jaar nog hervertellen. De zaak is gemaakt om te hervertellen tot in het oneindige, het bevat alle elementen van wat ons mens maakt en wat het zo moeilijk maakt om met enige precisie te zeggen wat mens-zijn eigenlijk inhoudt.
Twee tieners trouwen.
In mijn exemplaar van Geïllustreerd stuivers magazijn uit 1867 staat dat ze tien jaar oud waren.
‘In het stadje Artigues in het district van Rieux leefde, in het midden der zestiende eeuw, een jeugdig echtpaar waarvan de buren de zonderlingste geschiedenissen vertelden. Bertrande Robs, een zeer schoon meisje, was den jeugdigen leeftijd van weinig meer dan tien jaren — zoo als in die streken gebruikelijk was — gehuwd met Martin Guerre, die niet veel ouder was dan zij.’
Een ander stuivermagazine in mijn collectie, Nederlandsch Museum van 1844, informeert me dat ze ‘vroeg getrouwd’ waren:
“Martin Guerre van Biscaye, huwde in Januarij 1539 met Bertrande de Rols, en leefde verscheidene jaren met haar in het dorp Artigues, in het kerspel van Rieux, in boven-Languedoc. Hij woonde op een kleine prachthoeve, en bezat met zijne vrouw een vermogen, hetwelk voor menschen van hunnen stand aanzienlijk kon genoemd worden. Zij waren vroeg getrouwd en kregen eerst in het tiende jaar van hunne verbindtenis eenen zoon, wien zij den naam gaven van Sanxi Geurre.’
Enfin, het verhaal: Op een dag vertrekt Martin naar de oorlog en hij blijft heel lang weg, lang nadat de laatste kanonschoten geknald hebben en de doden geteld en begraven zijn. Wat denkt een vrouw dan? Mijn man is dood! Maar enkele jaren later komt ‘hij’ terug. Bertrande aanvaardt hem hoewel ze hem niet meer herkent. Er is een geboortevlek die een rol zal spelen. Daarna komt de echte Martin Guerre terug. Na diens terugkomst zijn er gevallen van brandstichting en Martin wordt ervan beschuldigd. Hij wordt uiteindelijk vrijgesproken.
Wie daar het mooist over geschreven heeft is vader Dumas, de grootste historische herverteller ooit:
‘We verbazen ons soms over de opvallende gelijkenis tussen twee personen die volslagen vreemden voor elkaar zijn, maar in feite is het juist het tegenovergestelde dat ons zou moeten verbazen. Waarom zouden we inderdaad niet eerder bewondering hebben voor een Scheppende Kracht die zo oneindig is in haar verscheidenheid dat ze nooit ophoudt met het voortbrengen van volkomen verschillende combinaties met precies dezelfde elementen? Hoe meer men nadenkt over deze wonderbaarlijke veelzijdigheid van vorm, hoe overweldigender ze lijkt.
[…]
‘Vier maanden later zat een vrouw bij de deur van een huis aan de rand van het dorp Artigues, vlakbij Rieux, en speelde met een kind van ongeveer negen of tien jaar oud. Ze was nog jong en had de bruine teint van zuidelijke vrouwen, en haar prachtige zwarte haar viel in krullen om haar gezicht. Haar flitsende ogen verraadden af en toe verborgen passies, die echter verborgen bleven onder een schijnbare onverschilligheid en lusteloosheid, en haar uitgemergelde gestalte leek het bestaan van een of ander geheim verdriet te erkennen. Een toeschouwer zou een verwoest leven hebben geraden, een verdord geluk, een zwaar gekwetste ziel.
[…]
‘Ze herinnerde zich dat er op de linkerschouder van haar man, bijna bij de nek, vroeger zo’n klein, bijna onzichtbaar, maar onuitwisbaar moedervlekje zat. Martin droeg zijn haar erg lang, waardoor het moeilijk te zien was of het vlekje er wel of niet was. Op een nacht, terwijl hij sliep, knipte Bertrande een haarlok weg op de plek waar dit teken zou moeten zitten – het was er niet!’
In 1983 schrijft de Amerikaanse historica Natalie Zemon Davis (1928 – 2023) The Return of Martin Guerre in het kader van een microhistorisch onderzoek, een genre toen erg in de mode, en komt er een film die zij adviseert, met Gérard Depardieu als Martin en Nathalie Baye als Bertrande, maar dat wist u al en bovendien, dat doet allemaal weinig ter zake nu, want rust zacht Nathalie.
