Dick Matena stief en ik haal nog eens strips in huis. Ik las De laatste dagen van E. A. Poe (1988), Mozart & Casanova (1991) en Sartre & Hemingway (1992).
Sartre en Hemingway eindigt zeer donker met de zelfmoord van een zekere Eva, door Matena verzonnen om de boel tussen Sartre en Hemingway, die elkaar minstens een keer in het echt ontmoetten in de Ritz in tijdens de bevrijding van Parijs, aan elkaar te breien. Moest het zo donker? Matena had haar evengoed met haar verdronken gewaande baby kunnen hebben laten verenigen.
Mozart en Casanova is rommeliger, maar bevat een gelijkaardige scène, krak dezelfde als in Sartre en Hemingway eigenlijk. Meisje blijft alleen thuis, boef breekt in en om haar te lokken speelt hij piano, en zij denkt, hé, wie speelt daar piano? Ze gaat erop af, in fictie loopt iedereen altijd naar het gevaar, nooit ervan weg. Het overkomt Eva en hier ook Constanze, het liefje van Mozart. Maar dat terzijde. Mozart en Casanova verwisselen van lichaam en ziel. Zielsverhuizing en lichaamsverwisseling, favoriet thema. Casanova is eigenlijk een belichaamde Satan die nu in het lichaam van Mozart heeft postgevat, op het einde van de strip vindt de ziel van Satan het lijf van Sade, een hoertje beklaagt zich dat de seks met hem pijnlijk was.
De necrologie van Geert De Weyer in De Morgen maakt melding van het feit dat Matena op een bepaald moment in zijn carriere echt niet meer aan de bak kwam wegens te libertijnse strips, een periode dat zelfs Wolinski hem boycotte.
Er was een tijd, in de jaren tachtig was dat, dat ik gek op strips was. Ik had toen RanXerox ontdekt en Echo des savannes. In de Kammenstraat, ik denk echt dat het daar was, was een stripbibliotheek. In steden als Parijs en Barcelona bezochten we stripzaken. In Antwerpen had je Mekanik. Die stripzaken verdeelden ook sm-achtige erotiek van Bettie Page en tijdschriften als Glamour en Diva.
Dat waren de pre-internetdagen toen de wereld nog een terra incognita was.
Maar dat doet allemaal weinig ter zake want rust zacht Dick.
