Tag Archives: literature

Robin Morgan (1941 – 2026)

Amper een week na het overlijden van de Amerikaanse feministe Gloria Steinem sterft ook haar medestander Robin Morgan (1941 – 2026). Beiden hadden grote bezwaren tegen pornografie. De bezwaren van Steinem vertelde ik u vorige week, die van Morgan, negen jaar vóór die van Steinem, gaan zo:

…”pornografie is de theorie, verkrachting de praktijk.”

Dat statement was meer dan zomaar een soundbite, want de titel van het essay is “Theory and practice: pornography and rape”. Het essay werd verzameld in Going too far: The personal chronicle of a feminist (1977). De bewering dat pornografie in dezelfde lijn ligt als verkrachting zal een constante blijven in feministische kringen.

Voorts schreef Morgan venijnige én broodnodige tirades tegen macho-figuren van de Amerikaanse tegencultuur. Zo moest de in 2019 overleden Paul Krassner het in 1970 al ontgelden:

‘Vaarwel aan de sympathieke “pro-vrouwenbevrijdings” Paul Krassner, met al zijn verbouwereerde woede over het feit dat vrouwen hun gevoel voor humor ‘over deze kwestie’ hebben verloren en niet meer lachen om kleine grapjes die hen vernederen en kwetsen: vaarwel aan de herinnering aan zijn “Instant Pussy”-spuitbusposter, aan zijn column voor het vrouwenhatende mannenblad Cavalier, aan zijn droom van een ‘Rape-In’ tegen de echtgenotes van wetgevers, aan zijn […] schattige anekdotes over het jonge dochtertje dat hij net zo vaak ziet als elke fatsoenlijk gescheiden vader van middelbare leeftijd […]; vaarwel voor altijd aan het idee dat een man mijn broeder is die, net als Paul, voor de nacht een prostituee koopt als verjaardagscadeau voor een mannelijke vriend, of die, net als Paul, in alfabetische volgorde de namen afhaspelt van mensen uit de vrouwenbeweging waarmee hij heeft geneukt, namen afhaspelt in de beste kleedkamertraditie—als bewijs dat hij geen seksistische onderdrukker is.’

Het intrigerende aan dit soort teksten is dat ze in dit taalgebied vast en zeker ook geschreven zijn met andere protagonisten, andere zondebokken en andere aanklagers. Ik vind ze nog wel maar dat doet nu weinig ter zake want rust zacht Robin.

RIP Jan Versteeg (1947–2021)

‘Verlaine. Het is alsof er een doek wordt weggetrokken en ik na veertig jaar opeens die klas 4 van de HBS-A weer zie. Een opmerkelijk francofiele klas: het smalle gezicht van Gerard Fagel, aankomend meesterkok, Filip Freriks, die toen al net zo sprak als nu, klasgenoten die in Bretagne of Creuse aan ‘zomerwerkkampen’ deelnamen – van vlooien vergeven bejaardenkrotjes opknappen bijvoorbeeld -, andere die al geregeld naar Parijs liftten.’

Die woorden schrijft Jan Versteeg in een stuk dat de titel draagt “Alles is er nog” en dat in 2002 in het literair magazine De Tweede Ronde verschijnt en nu op DBNL staat.

“Alles is er nog” staat nog steeds online maar vertaler Jan Versteeg, bekend voor zijn vertalingen van Bataille en Céline, is offline want hij stierf in 2021. Ik kom dat aan de weet omdat ik gisteren zijn vertaling van Manuscript gevonden te Zaragoza uit 1992 in huis haalde en ik dacht, hoe zou het nog met Jan Versteeg zijn? Hoe zou hij het stellen? Nu, niet zo best, hij is dood. Stierf zonder veel poespas in 2021. Bij DBNL is hij trouwens nog steeds niet dood, daar lopen ze wat achter, daar is hij nog springlevend.

Ik las Versteeg voor het eerst ergens eind jaren negentig in zijn vertalingen van De Erotiek (1957) en De tranen van Eros (1961) en ook zijn vertaling van Le Mort.

Rust zacht Jan.

RIP Len Deighton (1929 – 2026)

Len Deighton werd 94. Hij was een Brits auteur actief in de thrillerschrijverij. Zijn bekendste titel is The IPCRESS File (1962), verfilmd met Michael Caine in de hoofdrol.

The Ipcress File trailer.

Wat hem echt een plaatsje in Dodenstad doet verdienen is deze uitspraak, die hij deed in London Match (1985), vertaald als Naspel in Londen:

‘De tragedie van het huwelijk is dat vrouwen trouwen en denken dat hun man zal veranderen, terwijl mannen trouwen en denken dat hun vrouw nooit zal veranderen.’

Rust zacht Len.

RIP Paul R. Ehrlich (1932 – 2026)

In Amerika sterft doemdenker Paul R. Ehrlich, bekend van zijn boek The population bomb (1968) waarin hij de mensheid wilde waarschuwen voor het einde der dagen omwille van een bevolkingsexplosie en waar hij in de inleiding schreef:

‘Ik begreep de bevolkingsexplosie al lang op rationeel vlak. Op een snikhete nacht in Delhi, een paar jaar geleden, begon ik het ook emotioneel te begrijpen. […] De straten leken te wemelen van de mensen. Mensen die aten, mensen die zich wasten, mensen die sliepen. Mensen die elkaar bezochten, ruzie maakten en schreeuwden. Mensen die hun handen door het raam van de taxi staken om te bedelen. Mensen die hun behoefte deden. Mensen die zich vastklampten aan bussen. Mensen die dieren hoedden. Mensen, mensen, mensen, mensen… Sinds die nacht ken ik het gevoel van overbevolking.’

Het is frappant dat zowel Maarten Boudry als diens intellectuele tegenpool Rutger Bregman het boek nonsens vinden. Het wordt afgekraakt in Het verraad aan de verlichting (2025) én in De geschiedenis van de vooruitgang (2013).

Er is alvast een iemand in het hedendaagse debat die zich graag laat beïnvloeden door Ehrlich en dat is Ilja Leonard Pfeijffer. Hoeveel keer dat ik die man al heb horen oproepen het kapitalisme af te schaffen omdat het uitgaat van een ‘eindige planeet’ en ‘oneindige groei’, kan ik niet op een hand tellen.

Goed om weten voor de doemdenkers: het einde van de bevolkingsgroei is in zicht. Men verwacht het rond 2084 met een totaal van 10 miljard en een beetje. Daarna gaan de cijfers naar beneden en ik hoop voor mijn nog ongeboren nageslacht dat we uiteindelijk terug kunnen keren naar een miljard of twee. Hopelijk zijn er dan nog genoeg seculieren om de wereldwijde scheiding tussen kerk en staat te waarborgen.

Desalniettemin, rust zacht Paul.

RIP Michael Silverblatt (1952 – 2026)

In de VS sterft Michael Silverblatt (1952 – 2026) die een radioprogramma had over literatuur dat Bookworm heette. Supra interviewt Silverblatt W.G. Sebald (1944–2001) in 2001 — dus niet lang voor diens dood — voor een halfuurtje, onder andere over wie hem beïnvloedde. Sebald vermeldt Adalbert Stifter (1805–1868) en Gottfried Keller (1819–1890). In Logis in einem Landhaus brengt Sebald expliciet hommage aan deze schrijvers.

Silverblatt was verbonden aan het radiostation KCRW dat uitzond vanuit Californië, het station was ook de thuishaven van het gevierde en betreurde genie Joe Frank (1938 – 2018).

Rust zacht Michael.

RIP Johan Carey (1934 – 2025)

Er werd weer wat gestorven en alles verliep naar wens dankzij mijn solide team doodgravers.

De ene deed Rob Reiner, de regisseur die door zijn eigen zoon werd doodgestoken, de man die twee romans van Stephen King (het breken van de voeten in Misery, auch!) verfilmde; de man van de cultklassieker This is spinal tap (‘deze speaker gaat tot elf!’) die ik nooit zo grappig vond; en ook de man van When Harry met Sally… (1989) met Meg Ryans fake orgasme in dat restaurant. Erg vertederend in die film, Meg, dat moet ik je nageven.

Een ander deed de uitvaart van de Franse schoonheid Françoise Brion die 92 geworden was en onder andere in L’Immortelle de hoofdrol had gespeeld, een film van erotomaan Alain Robbe-Grillet. Françoise maakt de tijd van de stoeipoezen mee en gaat een paar keer totaal gratuit uit de kleren in de film Les Bijoux de famille, dat was in 1975, te midden van het gouden decennium van de stoeipoezerij.

Een derde doodgraver verzorgde de uitvaart van Carl Carlton (iemand lachte Karl Karton!, ik zette hem op zijn plaats, ‘we zijn hier wel in Dodenstad hé jongen!’), de Amerikaanse zanger van “Everlasting Love” en het erg vrolijke nummer “She’s a Bad Mama Jama (She’s Built, She’s Stacked)”.

Zelf hield ik me bezig met de laatste groet aan John Carey (1934 – 2025) wiens boek The intellectuals and the masses (1992) ik ooit van kaft tot kaft heb gelezen, het is tot op heden van enige invloed op mijn kennis van de twintigste-eeuwse literatuur; zo’n boek net zoals dat van Mario Praz, waar je bij elke lezing nieuwe informatie uithaalt. The intellectuals and the masses is het verhaal van de modernistische schrijvers van de eerste helft van de 20ste eeuw die om de proletenmeute uit te sluiten expres zo ontoegankelijk mogelijk gingen schrijven. Ik zou te ver gaan deze schrijvers fascistoïde te noemen, maar antidemocratisch waren ze beslist.

The intellectuals and the masses
Continue reading →

RIP Tom Lehrer (1928 – 2025)

Tom Lehrer (1928 – 2025) was an Amerikaanse singer-songwriter en winkundige. Hij ging de geschiedenis in als de auteur van het nummer “Smut” (1965) in het kader van de toenmalige censuurprocessen.

“Smut” (1965)

“Smut” laat zich letterlijk als ‘vuiligheid’ vertalen, maar eigenlijk slaat het op pornografie. Als je Tom zo bezig ziet, dan moet je nog het meest aan een Amsterdams cabaretier denken.

Rust zacht Tom.

RIP Mario Vargas Llosa (1936 – 2025)

De Zuid-Amerikaanse schrijver Mario Vargas Llosa sterft.

Op de cover van het boek staat ‘Dans la chapellerie’ van Edgar Degas uit de Thyssen-Bornemisza collectie

Jahsonic, naast hoofddoodgraver van Dodenstad ook zelfverklaard erotomaan en pornosoof, kan het maar over een ding hebben. Llosa’s niet zo bekende maar toch zeer geprezen opstel van boeklengte De eeuwigdurende orgie (1975) waarover Joost Zwagerman optekent:

‘In de overvloed aan literatuur over Madame Bovary kom je helaas maar zelden iets tegen over het mannelijke van en in Emma Bovary. Mario Vargas Llosa is een van de weinigen die zich erin hebben verdiept. In De eeuwigdurende orgie benadrukt Vargas Llosa dat er achter die bevalligheid van Emma soms ‘een echte kerel’ schuilgaat.’

De orgie uit de titel van dat opstel verwijst naar wat Flaubert in 1858 in een brief naar een zekere Marie-Sophie schrijft:

‘Alleen door zich te verliezen in de literatuur als in een eeuwigdurende orgie kan een mens het bestaan verdragen.’

Rust zacht Mario.

RIP Arthur Frommer (1929 – 2024)

Hoewel ik hem uiteraard al in betere doen gezien heb, stelt Leonardo het redelijk goed. Hij maakte mij attent op de dood van Arthur Frommer. Hij heeft via zijn connecties een bevel getekend om diens stoffelijk overschot naar hier te laten overbrengen.

Europe on $5 a Day

‘Frommer?,’ vraag ik.

‘Een gids, Jahsonic. Iemand die in de jaren vijftig en zestig gerugzakte Amerikaanse jongelingen de weg op het continent wees. Voor vijf dollar per dag, beloofde hij hen.’

Het doet me onmiddellijk denken aan mijn eigen jeugd, toen ik als zestienjarige met Jean-Marc van Sint-Niklaas naar de Atlantische Oceaan en van daar naar de Middellandse Zee liftte. Op die reis van drie weken heb ik maar achtduizend frank uitgegeven, wat belachelijk weinig was, zelfs naar de normen van toen. Wij aten dan ook drie weken aan een stuk stokbrood met confituur. Geen wonder dat ik op het einde ziek werd en in het ziekenhuis diende opgenomen te worden.

‘Ah, de reisgidserij, een van mijn favoriete studiegebieden,’ zegt Leonardo, me wakker makend uit mijn dromerijen, ‘Frommer kwam al in 1957 met zijn Europe on $5 a Day, dat was vóór Lonely Planet, die pas zestien jaar later met hun Across Asia on the Cheap (1973) deden wat Arthur hen voorgedaan had. Voor het gemak vergeet ik Hitch-hiker’s Guide to Europe van 1971 nog’, voegt Leonardo eraan toe, die — zo mag nog maar eens blijken — een ongelofelijke drang naar volledigheid heeft.

‘In Nederland heeft Pieter Stokvis nog geschreven over hoe de Nederlanders in de 19de eeuw in de Baedeker en de Murray afgeschilderd werden.’

Ik weet dat allemaal niet, ik vraag me gewoon af waar ik het graf van Frommer een plaats moet geven. Bij de Amerikaanse schrijvers? In het historisch perk, naast Starke, Baedeker en Murray?

‘Ja, doe dat maar,’ zegt Leonardo, ‘leg hem maar bij Starke, Baedeker en Murray.’

‘Doe ik baas’, zeg ik, ‘goed wetende dat ik eigenlijk de baas ben nu en ik hem niet meer baas moet noemen; en mij tegelijkertijd afvragend: heeft Leonardo mijn gedachten gelezen? Ik heb toch niets gezegd?

Het doet er weinig toe, want, rust zacht Arthur.