‘Verlaine. Het is alsof er een doek wordt weggetrokken en ik na veertig jaar opeens die klas 4 van de HBS-A weer zie. Een opmerkelijk francofiele klas: het smalle gezicht van Gerard Fagel, aankomend meesterkok, Filip Freriks, die toen al net zo sprak als nu, klasgenoten die in Bretagne of Creuse aan ‘zomerwerkkampen’ deelnamen – van vlooien vergeven bejaardenkrotjes opknappen bijvoorbeeld -, andere die al geregeld naar Parijs liftten.’
Die woorden schrijft Jan Versteeg in een stuk dat de titel draagt “Alles is er nog” en dat in 2002 in het literair magazine De Tweede Ronde verschijnt en nu op DBNL staat.
“Alles is er nog” staat nog steeds online maar vertaler Jan Versteeg, bekend voor zijn vertalingen van Bataille en Céline, is offline want hij stierf in 2021. Ik kom dat aan de weet omdat ik gisteren zijn vertaling van Manuscript gevonden te Zaragoza uit 1992 in huis haalde en ik dacht, hoe zou het nog met Jan Versteeg zijn? Hoe zou hij het stellen? Nu, niet zo best, hij is dood. Stierf zonder veel poespas in 2021. Bij DBNL is hij trouwens nog steeds niet dood, daar lopen ze wat achter, daar is hij nog springlevend.
Ik las Versteeg voor het eerst ergens eind jaren negentig in zijn vertalingen van De Erotiek (1957) en De tranen van Eros (1961) en ook zijn vertaling van Le Mort.
Rust zacht Jan.



