In Amerika stierf James Blood Ulmer. Minstens een elpee in zijn oeuvre werd opgenomen door Bill Laswell.
Momentarily
Daar staat onder andere een track op van Erykah Badu. Een matige elpee van Laswell is beter dan een betere elpee van gelijk wie. Ook hier dus.
In het begin van zijn carrière maakte Ulmer avant-funk-achtige no wave die maar moeilijk te verhapstukken was maar daardoor behapbaar voor de blanke rockliefhebber die Rough Trade als een kwaliteitsgarantie zag. Trouser Press zegde dat alleen de reeds dode Jimi Hendrix zijn gelijke was. Maar dat doet nog weinig ter zake want rust zacht James.
Dexter Wansel was een Amerikaans muziekschrijver en muzikant, bekend voor songs als “Yellow Sunshine” (1973), zo’n proto disco song met flink wat gitaren, een beetje in de stijl van “The Mexican”, maar dan niet helemaal; “Life on Mars” (1976), zowel als rare-groove en als jazz-funk bestempeld; en het behoorlijk gladde en verleidelijke “Nights Over Egypt” (1981).
“Yellow Sunshine” (1973)
“Life on Mars” (1976)
“Nights Over Egypt” (1981)
Rust zacht Dexter, ik leg je bij de MFSB-kliek, daar zullen ze je zoeken.
Party people, party people Can y’all get funky? –“Planet Rock” (1982)
Afrika Bambaataa is DJ en bandleider in New York als hij in 1982 met “Planet Rock” doorbreekt. Het is een nummer waar ik niet zoveel aan vind behalve dat het twee tracks van persoonlijke lievelingen Kraftwerk samplet: “Trans Europe Express” (1977) en “Numbers” (1981). Ik las ergens — ik weet niet meer waar — dat de Kraftwerkers ooit in de legendarische discotheek Paradise Garage in New York hun muziek plots hoorden en daar heel opgetogen over waren.
In het “A – Z van Electro” uit 1996 van David Toop heeft Bambaataa de letter ‘B’:
‘Stadsastronaut Afrika Bambaataa en producer Arthur Baker, samen met muzikant John Robie, vormden het trio achter een muzikale revolutie genaamd ”Planet Rock”‘.
Niet verwonderlijk heeft Kraftwerk de letter ‘K’. Toop weer:
‘Kraftwerk waren de ‘showroom dummies’ die Bambaataa ertoe brachten zich achter de oren te krabben en te zeggen: “Excuses voor mijn taalgebruik, maar dit is echt rare shit”. […] Het idee muziek te maken met zakrekenmachines sprak jongeren aan die gewend waren om op vinyl te scratchen.’
Zo is het maar weer. Het was de tijd van de electro, toen de Roland TR-808 al op de markt was, maar techno nog geboren moest worden.
Meneer Crofts zat achter een liedje over een zomerbriesje, “Summer Breeze” uit 1972, prachtig gecoverd door Jackie Mittoo. Zijn co-auteur stierf al in 2022.
James Gadson drumde op een liedje over zelfexpressie, toepasselijk “Express Yourself” (1970) getiteld.
Maar Gadsons grooves hoor je ook op “Lean On Me” (1972) en “Use Me” (1972) van Bill Withers, “I Want You” (1976) van Marvin Gaye, “Love Hangover” (1976) van Diana Ross en “Got to Be Real” (1978) van Cheryl Lynn.
Wild ding, je laat mijn hart zingen Je maakt alles zo groovy, wild ding Wild ding, ik denk dat ik van je hou Maar ik wil het zeker weten!
Een paar dagen geleden stierf de Amerikaanse songschrijver Chip Taylor (1940 – 2026) de man achter “Wild Thing” (1965) en “Angel of the Morning” (1967), twee songs die er voor zouden moeten gezorgd hebben dat de brave man ‘binnen’ was, want het waren, denk ik, wereldhits.
Wie van ons heeft als tiener niet dronken rond het kampvuur “Wild Thing” meegebleird, ondertussen loerend en lonkend naar het “wild ding” dat hij of zij op het oog had, haar Hansje of zijn Grietje die de baby van de komende generatie in zijn of haar pupillen gebrand had staan maar die misschien niet de loerende blik beantwoordde maar andere ogen zocht? Ach, het genoegen, de teleurstelling, het drama, de verveling!
In de VS stierf Country Joe McDonald bekend voor zijn lied “I-Feel-Like-I’m-Fixin’-to-Die Rag”. Wablieft, hoor ik u zeggen. Wacht, ik zing het u voor:
And it’s 1, 2, 3 What are we fighting for? Don’t ask me, I don’t give a damn Next stop is Vietnam
Country Joe had zelf dienstgedaan in het Amerikaanse leger en in deze song protesteert hij tegen de Amerikaanse oorlog tegen Vietnam, een van de vreemdste oorlogen aller tijden: een deel van Vietnam was communistisch geworden en de VS wilde in het kader van de Koude Oorlog beletten dat de rest van Azië zou volgen. Wie kon daar nu het nut van inzien, van zo’n oorlog, helemaal aan de andere kant van de wereld, je wist niet waarvoor je vocht, niemand had je aangevallen, en economische belangen veroveren, welke? De intelligentsia waren tegen deze oorlog. Noam Chomsky was er uitgesproken tegenstander van, maar hij was jammer genoeg zelf een communismeapologeet.
Van het graf van Country Joe raad ik u aan door te stappen naar het graf van Henry Miller (1891 – 1980) een paar perken verder. Miller schreef in 1956 de roman Quiet Days in Clichy die veertien jaar later een Deense verfilming zou krijgen waar Country Joe muziek bij verzon. Zeer matige film, oké novella, maar Parijs tussen de twee wereldoorlogen? Prachttijd. Lees vooral ook Paris was our mistress (1947) van de fascinerende Amerikaanse schrijver — ook iemand met communistische sympathieën trouwens — Samuel Putnam, vader van de veel bekendere en, de tijd vliegt, ook al overleden filosoof Hilary.
Ook dood: de Amerikaanse songwriter, pianist en zanger Neil Sedaka. Hij verkocht wereldwijd miljoenen platen en schreef of mede-schreef meer dan vijfhonderd nummers voor zichzelf en andere artiesten, waarbij hij voornamelijk samenwerkte met tekstschrijvers Howard Greenfield en Phil Cody.
Dat was in de pre-Beatles dagen en je moet maar even naar pulp als “Oh! Carol“ (1959), populair op de popcornscene in Vrasene; “One Way Ticket” (1959), door Eruption in een disco-versie gebracht; ”Breaking Up Is Hard to Do” (1962); en “Stupid Cupid” (Connie Francis), dat kruipt vaak in mijn hoofd, ‘stupid Cupid stop picking on me!’, luisteren om te beseffen dat hun tijd om was.
Maar Sedaka schreef wel vijfhonderd nummers. Dat is ongeveer zoveel als Serge Gainsbourg.
Rosemary Blue
Hier, voor vandaag, een nummer van Sedaka en zijn tekstschrijver Greenfield gebracht door de betreurde Andy Bey (1939 – 2025) van zijn cultplaat Experience and Judgment (1974).
Willie Colón was een Amerikaanse muzikant actief in de salsa. Salsa, gek genoeg, betekent ook saus en sauzen, het werkwoord, we weten allemaal wat dát woord betekent. Dansen, sjansen en sauzen liggen in elkaars verlengde. Of ze maken deel uit van een spectrum, zoals u wil.
Toen ik eind jaren negentig en begin jaren 2000 discotheekmuziek verzamelde, kocht ik “Set Fire To Me” (1986), de clubhit van Colón, bij Serge die toen bij dikke Gilbert werkte.
De plaat laat zich goed mixen met “Rotation” (1979) van Herb Alpert en met “My Spine (Is The Bassline)” (1982) van Shriekback.
We namen afscheid van songschrijver en gitarist Steve Cropper die met Booker T. & the M.G.’s furore maakte, vaak tot middernacht wachtte, naar eigen zeggen maar beter hout kon vasthouden, en aan de kaaien van de dokken ging zitten om te kijken hoe de getijden in en uit rolden.
Steve was zo wit als een witte keukenhanddoek, ik vind dat u dat moet weten, zijn band was gemengd van kleur.