Tag Archives: American music

RIP Afrika Bambaataa (1957 – 2026)

Party people, party people
Can y’all get funky?
–“Planet Rock” (1982)

Afrika Bambaataa is DJ en bandleider in New York als hij in 1982 met “Planet Rock” doorbreekt. Het is een nummer waar ik niet zoveel aan vind behalve dat het twee tracks van persoonlijke lievelingen Kraftwerk samplet: “Trans Europe Express” (1977) en “Numbers” (1981). Ik las ergens — ik weet niet meer waar — dat de Kraftwerkers ooit in de legendarische discotheek Paradise Garage in New York hun muziek plots hoorden en daar heel opgetogen over waren.

In het “A – Z van Electro” uit 1996 van David Toop heeft Bambaataa de letter ‘B’:

‘Stadsastronaut Afrika Bambaataa en producer Arthur Baker, samen met muzikant John Robie, vormden het trio achter een muzikale revolutie genaamd ”Planet Rock”‘.

Niet verwonderlijk heeft Kraftwerk de letter ‘K’. Toop weer:

‘Kraftwerk waren de ‘showroom dummies’ die Bambaataa ertoe brachten zich achter de oren te krabben en te zeggen: “Excuses voor mijn taalgebruik, maar dit is echt rare shit”. […] Het idee muziek te maken met zakrekenmachines sprak jongeren aan die gewend waren om op vinyl te scratchen.’

Zo is het maar weer. Het was de tijd van de electro, toen de Roland TR-808 al op de markt was, maar techno nog geboren moest worden.

Rust zacht Bam.

RIP James Gadson (1939 – 2026)

James Gadson drumde op een liedje over zelfexpressie, toepasselijk “Express Yourself” (1970) getiteld.

Maar Gadsons grooves hoor je ook op “Lean On Me” (1972) en “Use Me” (1972) van Bill Withers, “I Want You” (1976) van Marvin Gaye, “Love Hangover” (1976) van Diana Ross en “Got to Be Real” (1978) van Cheryl Lynn.

RIP Chip Taylor (1940 – 2026)

Wild ding, je laat mijn hart zingen
Je maakt alles zo groovy, wild ding
Wild ding, ik denk dat ik van je hou
Maar ik wil het zeker weten!

Een paar dagen geleden stierf de Amerikaanse songschrijver Chip Taylor (1940 – 2026) de man achter “Wild Thing” (1965) en “Angel of the Morning” (1967), twee songs die er voor zouden moeten gezorgd hebben dat de brave man ‘binnen’ was, want het waren, denk ik, wereldhits.

Wie van ons heeft als tiener niet dronken rond het kampvuur “Wild Thing” meegebleird, ondertussen loerend en lonkend naar het “wild ding” dat hij of zij op het oog had, haar Hansje of zijn Grietje die de baby van de komende generatie in zijn of haar pupillen gebrand had staan maar die misschien niet de loerende blik beantwoordde maar andere ogen zocht? Ach, het genoegen, de teleurstelling, het drama, de verveling!

Desalniettemin, rust zacht Chip.

RIP Country Joe McDonald (1942 – 2026)

Country Joe op Woodstock

In de VS stierf Country Joe McDonald bekend voor zijn lied “I-Feel-Like-I’m-Fixin’-to-Die Rag”. Wablieft, hoor ik u zeggen. Wacht, ik zing het u voor:

And it’s 1, 2, 3
What are we fighting for?
Don’t ask me,
I don’t give a damn
Next stop is Vietnam

Country Joe had zelf dienstgedaan in het Amerikaanse leger en in deze song protesteert hij tegen de Amerikaanse oorlog tegen Vietnam, een van de vreemdste oorlogen aller tijden: een deel van Vietnam was communistisch geworden en de VS wilde in het kader van de Koude Oorlog beletten dat de rest van Azië zou volgen. Wie kon daar nu het nut van inzien, van zo’n oorlog, helemaal aan de andere kant van de wereld, je wist niet waarvoor je vocht, niemand had je aangevallen, en economische belangen veroveren, welke? De intelligentsia waren tegen deze oorlog. Noam Chomsky was er uitgesproken tegenstander van, maar hij was jammer genoeg zelf een communismeapologeet.

Van het graf van Country Joe raad ik u aan door te stappen naar het graf van Henry Miller (1891 – 1980) een paar perken verder. Miller schreef in 1956 de roman Quiet Days in Clichy die veertien jaar later een Deense verfilming zou krijgen waar Country Joe muziek bij verzon. Zeer matige film, oké novella, maar Parijs tussen de twee wereldoorlogen? Prachttijd. Lees vooral ook Paris was our mistress (1947) van de fascinerende Amerikaanse schrijver — ook iemand met communistische sympathieën trouwens — Samuel Putnam, vader van de veel bekendere en, de tijd vliegt, ook al overleden filosoof Hilary.

Ik dwaal af, verschoning en rust zacht Joe.

RIP Neil Sedaka (1939 – 2026)

Ook dood: de Amerikaanse songwriter, pianist en zanger Neil Sedaka. Hij verkocht wereldwijd miljoenen platen en schreef of mede-schreef meer dan vijfhonderd nummers voor zichzelf en andere artiesten, waarbij hij voornamelijk samenwerkte met tekstschrijvers Howard Greenfield en Phil Cody.

Dat was in de pre-Beatles dagen en je moet maar even naar pulp als “Oh! Carol“ (1959), populair op de popcornscene in Vrasene; “One Way Ticket” (1959), door Eruption in een disco-versie gebracht; ”Breaking Up Is Hard to Do” (1962); en “Stupid Cupid” (Connie Francis), dat kruipt vaak in mijn hoofd, ‘stupid Cupid stop picking on me!’, luisteren om te beseffen dat hun tijd om was.

Maar Sedaka schreef wel vijfhonderd nummers. Dat is ongeveer zoveel als Serge Gainsbourg.

Rosemary Blue

Hier, voor vandaag, een nummer van Sedaka en zijn tekstschrijver Greenfield gebracht door de betreurde Andy Bey (1939 – 2025) van zijn cultplaat Experience and Judgment (1974).

RIP Willie Colón (1950 – 2026)

“Set Fire to Me”

Willie Colón was een Amerikaanse muzikant actief in de salsa. Salsa, gek genoeg, betekent ook saus en sauzen, het werkwoord, we weten allemaal wat dát woord betekent. Dansen, sjansen en sauzen liggen in elkaars verlengde. Of ze maken deel uit van een spectrum, zoals u wil.

Toen ik eind jaren negentig en begin jaren 2000 discotheekmuziek verzamelde, kocht ik “Set Fire To Me” (1986), de clubhit van Colón, bij Serge die toen bij dikke Gilbert werkte.

De plaat laat zich goed mixen met “Rotation” (1979) van Herb Alpert en met “My Spine (Is The Bassline)” (1982) van Shriekback.

Rust zacht Willie.

RIP Steve Cropper (1941 – 2025)

“(Sittin’ On) The Dock of the Bay” (1968)

We namen afscheid van songschrijver en gitarist Steve Cropper die met Booker T. & the M.G.’s furore maakte, vaak tot middernacht wachtte, naar eigen zeggen maar beter hout kon vasthouden, en aan de kaaien van de dokken ging zitten om te kijken hoe de getijden in en uit rolden.

Steve was zo wit als een witte keukenhanddoek, ik vind dat u dat moet weten, zijn band was gemengd van kleur.

Rust zacht Steve.


RIP Jack DeJohnette (1942 – 2025)

Jazzdrummer Jack DeJohnette sterft en ik blader door mijn oude LIFE magazines om te zien of ik iets slims kan zeggen over het begin van zijn carrière.

Uit de elpee Sorcery (1974)

Ja hoor, hier een stuk uit 1967:

‘Jazz verkeert in een crisis. De muziek heeft zijn massale aantrekkingskracht verloren. Er wordt al lang niet meer op gedanst. En ‘new wave’-muzikanten als Ornette Coleman, John Coltrane en Charles Mingus hebben alle regels van harmonie en ritme naast zich neergelegd om vergaande, expressionistische improvisaties naar voren te schuiven, waardoor het puristische publiek nog verder is vervreemd.

Uiteindelijk heeft rock-‘n-roll, het bastaardkind van de jazz, in verschillende, elk uur veranderende vormen – ‘hard’, ‘folk’, ‘blues’ en recentelijk ‘psychedelisch’ – een hele nieuwe generatie luisteraars voor zich gewonnen.

Zonder het jonge publiek is jazz ten dode opgeschreven. Esthetisch en historisch gezien kan het niet worden voortgezet.

[…]

Jack DeJohnette die op de stevige randen van zijn drums slaat, bassist Ron McClure die jammert en brult, Keith Jarrett die met één hand de pianosnaren tokkelt en met de andere het toetsenbord bespeelt, en Lloyd die schor huilt op zijn tenorsaxofoon …’

Nee, toch niet, hier ga ik het op de uitvaart niet over kunnen hebben, het artikel gaat eigenlijk over saxofonist Charles Lloyd. Het zegt dus weinig of niets over DeJohnette zelf. Het zegt iets over de toestand waarin jazz zich in 1967 bevond, hier mooi verwoord door Richard Saltonstall, Jr. maar een paar jaar later nog mooier en veel gebalder samengevat door Zappa toen hij zei: ‘jazz is niet dood, het ruikt alleen een beetje vreemd.’

Even door mijn platenkast met de duim over de ruggen wrijven, welke plaat ga ik tijdens de dienst draaien?

Ik vind deze, Sorcery (1974) [zie boven], een spirituele jazzplaat uit de tijd dat spirituele jazz, wij noemden dat soms ook kozmigroov, populair was.

Rust zacht Jack.