Tag Archives: Spanish cinema

RIP Agustí Villaronga (1953 – 2023)

In a Glass Cage (1986)

Twee Spaanse regisseurs sterven op twee dagen tijd. De oogst is goed. Ook deze regisseur, Agustí Villaronga, dacht ik net als de vorige geen aandacht waard. Tot ik In a Glass Cage (1986) onderzocht.

In a Glass CageTras el cristal in het Spaans, is het verhaal van holocaustkinderverkrachter Klaus die na een zelfmoordpoging in een een ‘ijzeren long’ belandt omdat hij – afgezien van zijn hoofd – volledig verlamd is. Een ijzeren long is een cabine waarin je hele lichaam ligt, je hoofd steekt eruit. Het ding trekt zichzelf op de tonen van je hart vacuüm waardoor je borstkas zich uitzet en je ‘ademt.’

Een beetje in de stijl van Sitcom van Ozon, meldt een jongen zich aan om voor de verlamde man te zorgen. Angelo blijkt een vroeger slachtoffer van Klaus en hij begint de verlamde wreedaard zelf misbruiken.

En hier komt inspiratiebron Gilles de Rais aan bod. Gilles de Rais is de bekendste kinderbeul en verkrachter aller tijden. Georges Bataille schreef ooit zijn biografie. Ik las die en ik herinner me nog heel duidelijk hoe de Rais soms op de jongensborstkasjes ging zitten terwijl ze aan het sterven waren. Hij perste met zijn gewicht de laatste lucht uit hun jongenslijven en longen.

Dat doet Angelo ook met Klaus, waarna hij de stikkende man met mond-op-mondbeademing terug tot leven blaast. Als Angelo ophoudt met blazen snakt Klaus wanhopig naar de jongen zijn adem.

Heel wreed.

De film krijgt al vrij snel een surrealistische wending maar het blijft een werkelijk nare film, eens te meer omdat alles in stijl en schwung baadt.

RIP Eugenio Martín (1925 – 2023)

Horror Express (1972)

Eugenio Martín was een Spaans filmregisseur die voornamelijk herinnerd zal worden voor zijn film Horror Express (1972), een film met de horrorhelden Christopher Lee en Peter Cushing.

De film speelt zich af op een 19de-eeuwse trein, onderweg van Siberië naar Europa. Ook op de trein: een kist van een antropoloog met een opgegraven bevroren stoffelijk overschot dat wel eens de ‘missing link’ zou kunnen zijn. Er blijkt een wezen in die verzameling botten te huizen die de passagiers een voor een afmaakt.

Ik ben benieuwd of dit in 1972 in een Vlaamse krant gerecenseerd werd en wat men er dan over zei.

Het plot is slim, de dialogen goed geschreven en het geheel is uiteraard onpretentieus.

Heel aardig is het plotelement van de optografie, het geloof dat iemand voor hij sterft het laatste wat hij zag op zijn netvlies bewaart.