Dexter Wansel was een Amerikaans muziekschrijver en muzikant, bekend voor songs als “Yellow Sunshine” (1973), zo’n proto disco song met flink wat gitaren, een beetje in de stijl van “The Mexican”, maar dan niet helemaal; “Life on Mars” (1976), zowel als rare-groove en als jazz-funk bestempeld; en het behoorlijk gladde en verleidelijke “Nights Over Egypt” (1981).
“Yellow Sunshine” (1973)
“Life on Mars” (1976)
“Nights Over Egypt” (1981)
Rust zacht Dexter, ik leg je bij de MFSB-kliek, daar zullen ze je zoeken.
Willie Colón was een Amerikaanse muzikant actief in de salsa. Salsa, gek genoeg, betekent ook saus en sauzen, het werkwoord, we weten allemaal wat dát woord betekent. Dansen, sjansen en sauzen liggen in elkaars verlengde. Of ze maken deel uit van een spectrum, zoals u wil.
Toen ik eind jaren negentig en begin jaren 2000 discotheekmuziek verzamelde, kocht ik “Set Fire To Me” (1986), de clubhit van Colón, bij Serge die toen bij dikke Gilbert werkte.
De plaat laat zich goed mixen met “Rotation” (1979) van Herb Alpert en met “My Spine (Is The Bassline)” (1982) van Shriekback.
Hij is bekend voor zijn productie van “Ti sento” (1985) maar ook voor de Italo-disco projecten Tantra (“Hills of Katmandu”, 1979) en Azoto (“San Salvador”, 1979).
Alvaro Vitali was een Italiaans acteur en komiek, vooral bekend om zijn rol als Pierino in een reeks Italiaanse komediefilms uit de jaren ‘80.
Dat waren sekskomedies, een genre waar ik een bijzonder zwak voor heb, smoelentrekkerij en al. Over de mannen die er in voorkomen, stuk voor stuk klungelige sukkels, schreef de Italiaanse academicus Giacomo Manzoli:
‘Het lot van de neurotische, van de seksuele revolutie uitgesloten mannen uit de komedies van de jaren 1970 (gespeeld door onder andere Lando Buzzanca, Alvaro Vitali, Lino Banfi en Pippo Franco), was impotentie, castratie, neurose, dodelijke psychische stoornissen of, zeldzamer, homoseksualiteit’.
Foday Musa Suso was een componist en muzikant van Gambia. Hij heeft op verschillende albums samengewerkt met Bill Laswell, zowel als muzikant als co-producer:
”Muso” uit Watto Sitta
Watto Sitta (1984) werd uitgebracht onder de naam Mandingo en dat zijn Bill Laswell, Jeff Bova en Foday Musa Suso, met Suso als componist en co-producer samen met Laswell. Het album bevat bijdragen van artiesten zoals Herbie Hancock en Aïyb Dieng.
Sound-System (1984) is een album van Herbie Hancock, mede geproduceerd door Laswell, waarop Suso meespeelt op nummers als “Junku” en “Sound System”. Deze tracks combineren elektronische muziek met traditionele Afrikaanse instrumenten. De sound is heel erg gelijkend op die van “Rock It” (1983).
“Early Warning” uit Village Life, op deze track speelt Suso jammer genoeg niet.
En dan is er Village Life (1985), een samenwerking tussen Herbie Hancock en Foday Musa Suso, geproduceerd door Bill Laswell. Het album combineert jazzfusion met Mandé-muziek en werd live opgenomen in de studio zonder overdubs. Op dit album laat men de electronica vallen.
David Johansen was een Amerikaans zanger bekend als frontman van het proto-punk ensemble de New York Dolls. Hij was medeschrijver van hun cult hits “Trash” (1973) and “Personality Crisis” (1973).
White Trash Boulevard (1988), dit is een bijzonder klein boekje, van tien op zeven centimeter.
Gary Indiana was een Amerikaans auteur en criticus. Hij behoorde tot de generatie gay schrijvers en kunstenaars die bijna volledig door AIDS werd uitgeroeid, denk aan de acht jaar jongere Keith Haring.
Als je gay was en jong in de jaren tachtig dan kan je vandaag in een interview zeggen: ‘Tegen de tijd dat ik 25 was, had ik 50 vrienden verloren aan aids en op dat moment ben ik gestopt met tellen.’
De woorden zijn niet van Gary Indiana maar ze hadden wel uit zijn mond kunnen komen.
Patti Astor is gestorven. Ze was bekend voor haar prominente aanwezigheid in de kunstscene in het New York van de jaren zeventig en tachtig. Als men de getuigenissen mag geloven was ze daar koningin van, wereldbekend in NYC.
In Duitsland stierf Damo Suzuki, de Japanse zanger die gedurende twee à drie jaar leadzanger bij de Duitse cultband Can was en bij wie hij teksten verzon en zong voor songs zoals “Mushroom” (1971) and “Vitamin C” (1972). Doe geen moeite die teksten te begrijpen, ze zijn als nonsensgedichten, al hebben ze bestaande woorden.
“Mushroom” (1971)
Maar daar gaat het niet om. Can is een ijkpunt in het domein van de artrock — het woord kunstrock heeft nooit ingang gevonden — waar ook Velvet Underground wat potten gebroken heeft.
“Vitamin C” (1972)
Ik leg Damo naast Jaki Liebezeit en Holger Czukay; het wachten is op Irmin Schmidt, zolang kan dat niet meer duren want Schmidt is inmiddels 87 of zo.