Tag Archives: Dutch literature

RIP Paulien Cornelisse (1976–2026)

Op een toilet (de beste plek om nieuwe boeken te ontdekken) vond ik ooit Taal is zeg maar echt mijn ding (2009) van de te vroeg overleden Paulien Cornelisse, een boekje waar ondertussen meer dan zevenhonderdduizend exemplaren van verkocht zijn. Driekwart miljoen boekjes! In een taalgebied van 24 miljoen Nederlandstaligen! Een straf getal voor een boekje taalfilosofische grapjes en weetjes.

Het begint zo:

‘Mensen denken dat taal is uitgevonden om elkaar beter te begrijpen. De redenering gaat als volgt: in de oertijd konden we nog niet praten. Dat was lastig […].

Dus gingen mensen praten:

‘Hé, zie ik daar een mammoet? Verdomd als het niet waar is.’

‘Ja, je hebt gelijk. Weet je wat ik doe? Ik pak even een speer, en ik hol erachteraan.’

‘Is goed!’

‘Doe-doei’’

Twee jaar na dat boekje maakt Paulien een zaalshow met opnieuw een uiterst grappige sketch over het ontstaan van de taal. De zoektocht naar het eerste woord is ontzettend intrigerend. Haar sketch heet ‘De varens van onze taal’ omdat varens — net zoals het ‘uh-uh-uh-uh-uh-uh’ uit haar sketch — ook sinds hun ontstaan vierhonderd miljoen jaren onveranderd bleven.

Rust zacht Paulien.

RIP Edu Borger (1946 – 2026)

Edu Borger heeft een groot deel van zijn professionele carrière gewijd aan het vertalen van het strak gestructureerde proza van de Franse avant-gardist Georges Perec, maar ook van canonieke negentiende- en twintigste-eeuwse Franse auteurs. Zijn vertalingen verschenen bij vooraanstaande literaire uitgeverijen, waaronder De Bezige Bij.

‘Ik heb me zelf aanbeden, ik heb mezelf verafschuwd en daarna zijn we samen oud geworden.’

–Paul Valéry, vertaling Edu Borger


Tot zijn meest opmerkelijke vertaalde boekdelen behoren:
* De dingen (1968), een vertaling van Georges Perecs debuutroman Les Choses.
* Haat is een deugd (1997), een selectie uit de correspondentie van Gustave Flaubert, samengesteld voor de prestigieuze Privé-domein-reeks (deel 56).
* W of de jeugdherinnering (1988), een vertaling van Georges Perecs complexe, semi-autobiografische werk W, ou le souvenir d’enfance.
* Het leven een gebruiksaanwijzing (1995/2016), een vertaling van Georges Perecs structurele meesterwerk La Vie mode d’emploi.
* Chamfort: Een biografie (1997), een vertaling van Claude Arnauds biografische studie over de Franse Verlichtingsauteur Nicolas Chamfort.


Naast Perec en Flaubert heeft Borger ook werken vertaald van Patrick Modiano, Roland Topor en Annie Ernaux.


Recentelijk las ik nog zijn vertalingen van Geschiedenis en utopie (Histoire et utopie, 1960) van Cioran, Chamfort (1992) van Claude Arnaud en Bouvard et Pécuchet (1881) van Flaubert.

Rust zacht Edu.

RIP Jan Versteeg (1947–2021)

‘Verlaine. Het is alsof er een doek wordt weggetrokken en ik na veertig jaar opeens die klas 4 van de HBS-A weer zie. Een opmerkelijk francofiele klas: het smalle gezicht van Gerard Fagel, aankomend meesterkok, Filip Freriks, die toen al net zo sprak als nu, klasgenoten die in Bretagne of Creuse aan ‘zomerwerkkampen’ deelnamen – van vlooien vergeven bejaardenkrotjes opknappen bijvoorbeeld -, andere die al geregeld naar Parijs liftten.’

Die woorden schrijft Jan Versteeg in een stuk dat de titel draagt “Alles is er nog” en dat in 2002 in het literair magazine De Tweede Ronde verschijnt en nu op DBNL staat.

“Alles is er nog” staat nog steeds online maar vertaler Jan Versteeg, bekend voor zijn vertalingen van Bataille en Céline, is offline want hij stierf in 2021. Ik kom dat aan de weet omdat ik gisteren zijn vertaling van Manuscript gevonden te Zaragoza uit 1992 in huis haalde en ik dacht, hoe zou het nog met Jan Versteeg zijn? Hoe zou hij het stellen? Nu, niet zo best, hij is dood. Stierf zonder veel poespas in 2021. Bij DBNL is hij trouwens nog steeds niet dood, daar lopen ze wat achter, daar is hij nog springlevend.

Ik las Versteeg voor het eerst ergens eind jaren negentig in zijn vertalingen van De Erotiek (1957) en De tranen van Eros (1961) en ook zijn vertaling van Le Mort.

Rust zacht Jan.

RIP Cees Nooteboom (1933 – 2026)

‘Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil.’

De zin is van Cees Nooteboom en hij tekende hem op in zijn roman Rituelen (1980). Het is een prachtige zin, een aformismeboek waardig, maar ik was hem helaas vergeten.

Hij komt uit de openingsalinea van die roman:

‘Op de dag dat Inni Wintrop zelfmoord pleegde stonden de aandelen Philips 149.60 . De slotkoers van Amsterdamse Bank was 375 geweest en Scheepvaart Unie was gezakt naar 141,50. Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil. En dat is wat hij zich herinnerde, áls hij zich iets herinnerde, de koersen, en dat de maan in de gracht geschenen had, en dat hij zich had opgehangen in zijn wc omdat hij in zijn eigen horoscoop in Het Parool voorspeld had dat zijn vrouw ervandoor zou gaan met een ander en dat hij, Leeuw, dan zelfmoord zou plegen. Het was een volmaakte voorspelling. Zita ging ervandoor met een Italiaan en Inni pleegde zelfmoord. Een gedicht van Bloem had hij ook nog gelezen, maar hij wist niet meer welk. De hond, dat eigenwijze dier, liet het wat dat betreft afweten.’

Een ook die alinea was ik vergeten.

En dat prachtige schilderij op de cover? Van wie is dat? Magritte? Heb ik dat ooit geweten? In elk geval ben ik het nu vergeten.

Maar dat doet vandaag weinig ter zake want rust zacht Cees.

RIP Jan Cremer (1940 – 2024)

‘Goed, goed, goed, mag niet klagen’, Jan Cremer geïnterviewd in New York.

Ook ik, Leonardo, hoofddoodgraver van Dodenstad was ooit jong.

En toen las ik Ik, Jan Cremer (1964), de laatste schelmenroman der Nederlandse taal, en ik herinner me hoe onze held Jan op een nacht op het dek van een boot met een vrouw vrijde die haar maandstonden had. Hij had dat niet door en werd ’s ochtend helemaal bebloed wakker, zonder zich te kunnen wassen.

En in een andere scène is hij ’s nachts aan het liften en een auto die hem voorbijrijdt gooit een brandende peuk uit het raam. Hij ziet dat gloeiend puntje vliegen en rent het honderden meters achterna omdat hij zoveel zin in tabak heeft. Het is mooi dat ik mij dat nog herinner.

Rust zacht Jan.

RIP Wim de Bie (1939 – 2023)

‘Ik vind trouwens die hele lente een obsceen jaargetijde. Met die bloemen die maar schaamteloos opengaan, zodat je in die kelken kan kijken. En zie je die vieze meeldraden en stampers open en bloot hangen. Nou, ik heb daar niet om gevraagd. Laten ze die viezigheid voor zich houden!’–Wim de Bie als O. den Beste, oud-leraar Duits.
Continue reading →

RIP Jeroen Brouwers (1940 – 2022)

Jeroen Brouwers was a Dutch writer known for such novels as Sunken Red (1981).

Sunken Red, Cassiers play.

Sunken Red (1981) is the story of the author locked up with his mother in a Japanese concentration camp.

Published after the death of his mother, it is a reflection of the coping process of his years in these Japanese internment camps. 

Guy Cassiers directed a play based on the English translation of the book. It starred Dirk Roofthooft.

RIP K. Schippers (1936 – 2021)

K. Schippers was a Dutch poet (“Ja”), prose writer and art critic (Eb, 1992).

There are so many reasons to praise Schippers but I shall give only one. The magazine Barbarber (1958–71) which he co-founded and edited, introduced the nobrow sensibility to The Netherlands.

An issue of Barbarber

Nobrow means the appreciation and mixing of high and low culture, exemplified in the case of Barbarber on the high culture side by Duchamp, Satie, Schwitters and Carroll and at the low culture side by Krazy Kat, Laurel and Hardy, The Killing, Kiss Me Deadly at the low end.

The word barbarber is a portmanteau of barbaar (barbarian) and rabarber (rhubarb).