“I love the smell of napalm in the morning.”–Apocalypse Now (1979)
“Ik hou van de geur van napalm in de ochtend.”
Bill Kilgore (Robert Duvall) in Apocalypse Now (1979)
Robert Duvall (1931 – 2026) was een Amerikaans acteur die het risico loopt in de toekomst alleen onthouden te worden voor het zinnetje ‘Ilove the smell of napalm in the morning,’ met stoere blote bast uitgesproken tegen een ziekelijk gele rokerige achtergrond in de Vietnamfilm Apocalypse Now (1979).
Deze ‘jongeman’ legde ook het loodje. In de amusante scène hieronder uit de film Harold and Maude vult zijn moeder een enquête in terwijl hij een fake pistool laadt en zichzelf ‘doodschiet’.
Bekende enquête scène uit Harod and Maude.
De jongeman is Bud Cort (1948 – 2026) en hij werd 77 en in deze toch wel geweldige film wordt hij in de rol van morbide Harold als vroege twintiger verliefd op Maude, een tamelijk onconventionele vrouw van 79. Zeker kijken die film. Bud Cort had ook een rol in het zeer geestige The Life Aquatic with Steve Zissou (2004). Rust zacht Bud!
Het is altijd prettig om iemand van bij ons te begraven. Iemand van bij ons die belangrijk genoeg is om een plek in Dodenstad te verdienen.
Trailer to ‘Brussels by night’
Voor mij blijft François Beukelaers voor eeuwig en altijd de man die in Brussels by night (1983) zegt, terwijl hij met zijn voeten op de zetel in een eersteklascoupé gaat zitten en de opmerking krijgt van een benepen dametje dat voor hem zit, ‘meneer dat is hier wel eerste klas hé’; hij dus zegt: ‘ik heb het hier ook eerste klas!´
De necrologen van dienst waren Filip Tielens en Ewoud Ceulemans, zij deden voor ons een gastverschijning.
Mijn gedachten kwamen niet aan bod, ik schreef ze gewoon in mijn dagboek op.
Dodenstad verwelkomt de eerste nieuwe bewoner van het jaar. Béla Tarr was een Hongaars filmmaker in de trage-cinema-traditie van Andrei Tarkovsky.
Trailer van The Turin Horse
Béla, in mijn hoofd blijf je verbonden met Nietzsche en Simenon. Over Nietzsche maakte je een film met de titel The Turin Horse (2011) en die titel verwijst naar Nietzsche die in Turijn een paard omhelsde dat door zijn baas mishandeld werd. Dit was het moment dat hij zijn verstand verloor en er voor altijd het zwijgen toe zou doen; een klein jaar nog en zijn piepgaatje zou zich voorgoed sluiten.
Van Simenon verfilmde je in 2007 heel vrijelijk De man uit Londen (1937).
Met de uitvaart van Brigitte Bardot zijn we een hele week bezig geweest. De toeloop was enorm. Er was een land in rouw. Wat zeg ik, de boomers van een continent waren in rouw. Brigitte Bardot was onze James Dean, onze Marlon Brando, ogenschijnlijk een rechtstreekse afstammelinge van rebel Jeanne D’arc.
Je danse donc je suis
Brigitte werd uitbundig gevierd en het laatste lied dat die laatste avond over de zerken van Dodenstad schalde — het was toen al bijna ochtend, de ochtenden beginnen nu al tien minuten later dan op het winterpunt van twee weken geleden — was “Je danse donc je suis” uit 1964. ‘Ik dans dus ik ben’, een woordspeling op Descartes’s ‘Je pense donc je suis.’
Udo Kier was een Duitse acteur gekend voor zijn karakterrollen, dat wil zeggen dat hij voornamelijk slechteriken, zonderlingen of buitenstaanders speelde. Het spreekt voor zich dat ik daar een bijzondere sympathie voor heb.
Udo is in popcultuurland vooral bekend voor zijn uitspraak in de film Flesh for Frankenstein (1973): ‘Om de dood te kennen Otto, moet je het leven in de galblaas neuken’. Otto is de assistent van dokter Frankenstein, die zoals u weet, in de originele roman uit 1818 met behulp van elektriciteit diverse stukken van stoffelijke overschotten uit slachthuizen, knekelhuizen en dissectiezalen — sommige menselijk, ander dan weer dierlijk — met behulp van elektrische vonken weer tot leven wenst te wekken.
Flesh for Frankenstein
Zelf heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om een van mijn favoriete nobrowscènes opnieuw te bekijken uit de film Docteur Jekyll et les femmes (1981) van de Poolse regisseur Walerian Borowczyk, de scène rond minuut 14 waarin Udo Kier in de rol van Jekyll tijdens een feestmaal zegt:
‘Volgens Kant zijn we vrije en onafhankelijke actoren, unieke verschijnselen. In zijn systeem zijn ruimte en tijd transcendentale begrippen …
Een disgenoot antwoordt:
‘Momenteel leven we in een tijdperk van verlichting. Dat betekent dat we wetenschap niet als apriorisch of aprioristisch beschouwen.’
Docteur Jekyll et les femmes
Het hele gesprek dat daarop volgt is — hoewel nonsens — mooi en geloofwaardig geschreven; en als ik de credits mag geloven, vloeide het uit de pen van Borowczyk zelf. Het gesprek wordt gemonteerd op flarden van spartelende vrouwen die met messteken om het leven gebracht worden.
Als Frankenstein een herinterpretatie is van een 19de-eeuwse bespiegeling over het tot leven wekken van dode materie, dan is Docteur Jekyll et les femmes een variatie op Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde (1886), het verhaal van een medisch experiment waarin een arts door een chemisch drankje alternerend opgesplitst wordt in zijn goede en kwade zelf. Ik kan me zo het plezier voorstellen dat Kier bij het voorbereiden van zijn rol moet gehad hebben. Trouwens, de soundtrack van deze ‘pulpfilm’ is van elektroakoestische held Bernard Parmegiani.
Je hebt je kunnen verdiepen in Frankenstein en in Jekyll en Hyde en in talloze andere verhaallijnen. Je speelde in tweehonderdtwintig films. Tijd om te rusten Udo.
Wat cultuurpessimistisch gezeur van de regisseur, over hoe er steeds sneller gemonteerd wordt zodanig dat wij nietsvermoedende consumenten belet worden na te denken.
Peter Watkins was een Engelse filmmaker wiens vijf minuten bekendheid zich voltrok in de jaren zestig toen hij een fake documentaire uitbracht over wat de gevolgen zouden zijn van een nucleaire oorlog in Engeland.
Daarna ging hij films maken die een kruising waren tussen Herbert Marcuse en Guy Debord, maar minder slim dan de eerste en niet zo spectaculair als de tweede.
Hij krijgt een plaats naast Godard, die zal dat misschien niet zo fijn vinden, maar ook die is dood en de doden hebben weinig zeggenschap.
Een mooie jongen stierf. Björn Andrésen was zestien toen hij in 1971 wereldbekend werd als de veertienjarige Tadzio, homoerotisch sekssymbool in de film Death in Venice (1971). Björn vond dat niet fijn. En toen hij op de cover belandde van The beautiful boy (2003) van Germaine Greer, die toen nog bekendstond als een radicaal feministe maar ondertussen nog slechts een TERF is, vond hij dat andermaal niet fijn. Maar goed, Björn, het was je lot, je hebt het toch zeventig jaar moedig en met waardigheid gedragen.
Scènes uit ‘Death in Venice’ (1971) die Björn Andrésen tonen op de tonen van “Heavenly” van de band Cigarettes after sex.
Ook dood is de Deen Jørgen Leth, auteur van de televisiedocumentaire Een zondag in de hel (1977), een verslag van Parijs-Roubaix met alle grote wielrenners van mijn jeugd. Mijn vader luisterde daar naar op de radio. Ik leerde het werk van Leth kennen via Lars von Trier maar ik ben vooral wild van de documentaire 66 Scenes from America (1982).
Andy Warhol scène van ‘66 Scenes from America‘ (1982)
In die documentaire eet Andy Warhol een hamburger in alle stilte op zegt dan, na een heel lange en ongemakkelijke stilte: ‘mijn naam is Andy Warhol en ik heb net een hamburger opgegeten.’ De rest van die documentaire is ook zeer de moeite waard. Statische video-opnames van plaatsen, wegen en landschappen. Af en toe een monoloogje, onder andere een serie taxichauffeurs. Een barman die cocktails maakt. Wapperende Amerikaanse vlaggen.