Tag Archives: United States

RIP Terence Parsons (1939 – 2022)

In de Verenigde Staten stierf de filosoof Terence Parsons. Parsons was vooral bekend omwille van zijn werk rond het onbestaande.

De man stierf eind juli van dit jaar al. Ik kwam erachter dat hij een onbestaand object geworden toen ik me voor de zoveelste keer in het niet-bestaande verdiepte. De interesse deze keer gewekt na een bezoek aan het Mundaneum in Bergen. Toen stelde ik mij de vraag, mocht men de wereld in een boomstructuur willen gieten, en willen tweedelen middels vertakkingen, zou men zo’n tweedeling niet kunnen beginnen met het ‘echte’ versus het ‘onechte’? Of het materiële versus het immateriële?

Ik stel voor dat we zo tewerk gaan. We zetten in een kamer twee grote manden en schrijven woorden op papiertjes. Die gooien we ofwel in de linkermand ofwel in de rechtermand.

In de linkermand gooien we het ingebeelde, verzonnene, fictieve, imaginaire en denkbeeldige. In de mand aan de rechterkant al wat echt bestaat.

Rechts de dingen – zoals ik al zei – levend of dood: dus banken, stoelen, stootkarren, stiletto’s en stinten. En rhino’s en ringratten. Rozen en rododendrons. Later zullen we de rechtermand leegmaken om die weer te tweedelen: deze keer in het levende en het dode, maar daar vertel ik een andere keer wel eens over.

Het is de linkermand die vandaag onze aandacht vraagt. Op de papiertjes die we erin gooiden staan getallen, woorden (ja papiertjes met het woord ‘woorden’ erop), kleuren, goudbergen, gevoelens, draken, sfinxen, centauren, eenhoorns, zeemeerminnen, vierkante cirkels en ronde vierkanten.

En God natuurlijk.

Waarom begin ik over die tweedeling tussen het echte en het onechte? Omdat zij gelinkt is aan een fundamenteel filosofisch probleem dat de mens als narratief wezen volkomen weet te negeren. Namelijk de problematische aard van een zin als:

“Sherlock Holmes woont in Londen, op het adres Baker Street 221-B.”

De zin is tot een klassieker binnen de filosofie uitgegroeid.

Luisteraars slaan niet tilt als zij deze zin horen. Zij liggen niet aan diggelen van cognitieve dissonantieschok. Wel integendeel. Zij spitsen hun oren, gebiologeerd prevelend, ‘ga verder…’.

Waarom zouden zij tilt moeten slaan? Omdat Holmes nooit in die straat woonde, hij woonde zelfs in Londen niet, sterker nog, Holmes heeft nooit bestaan.

Maar wij luisteren en knikken en verlangen naar meer.

Ik heb afgelopen week het boek van Parsons, Nonexistent Objects (1980), in huis gehaald. Toen ik het begon te lezen, over Pegasus, centauren, Sherlock Holmes, goudbergen, ronde vierkanten en vierkante cirkels, toen ging het me iets te veel over het verschil to be versus to exist, over zijn vs. bestaan dus. Parsons, en dit is een obsessie van de analytische filosofie, wil bovendien alles in formules gieten.

In plaats van gewoon die linkermand samen leeg te maken en te kijken wat voor moois daar allemaal inzit. En vervolgens samen door Meinongs jungle te banjeren. Dat zou toch mooi kunnen zijn? Hij doet het niet, het was zijn rol niet in dit leven.

Daarom las ik tegelijkertijd Het boek van de denkbeeldige wezens (1957) van Borges, mooi vertaald door Annie Sillevis. Borges, de man die van het onbestaande een waar filosofisch feest maakte.

RIP Terence Parsons

RIP Peter Schjeldahl (1942 – 2022)

Peter Schjeldahl was een Amerikaans kunstcriticus die voor het eerst op mijn radar verscheen toen hij het carnografische El Topo (1970) van Jodorowsky in de zomer van 1971 een “monumentaal werk van filmkunst” noemde.

Bij ons las niemand Schjeldahl, afgezien van Joost Zwagerman die hem minstens drie keer in zijn essays vermeldde.

El Topo (1970), Spaans, Portugese ondertitels

Hier een cadeautje, de volledige versie van El Topo in het originele Spaans, met Portugese ondertitels.

RIP Peter Schjeldahl

RIP Billy Al Bengston (1934 – 2022)

“Three Faces West (Billy Al Bengston’s)” (2005) by Harold Budd

Billy Al Bengston was een Amerikaans kunstenaar.

Men verwijst dikwijls naar Bengstons link met de “kustom”-auto-scene en de motorcultuur. Hij was naar het schijnt de eerste om autolak te gebruiken in de hoge kunsten met psychedelische kleuren die vaak mandala-achtige vormen kregen.

Ik geef u een lied van Harold Budd (die stierf onlangs ook): “Three Faces West (Billy Al Bengston’s)” (2005).

RIP Eileen Ryan (1927 – 2022)

Eileen Ryan was een Amerikaanse actrice vooral bekend omwille van het feit dat ze de moeder van Sean Penn is.

Ryan als malcontente vrouw in The Crossing Guard (1995)

Ze had kleine rolletjes onder andere in de epische film Magnolia (1999), in het hartverwarmende en diepmenselijke (ja, ja clicheetje) Parenthood (1989) en in Benny & Joon (1993), een film waarvan ik het gevoel krijg dat ik hem zien moet.

Ze speelde ook de grootmoeder in de film At Close Range (1986) die ik met veel genoegen in de jaren negentig zag.

Ik koos voor een kort clipje uit de film The Crossing Guard (1995), een film van haar zoon Sean.

Daar is ze een malcontente vrouw die bij een juwelier staat te klagen dat de ring die ze bestelde niet past. Ze eist de manager te spreken. Dat is Jack Nicholson die op camera toekijkt wat er aan de hand is terwijl hij zijn vuurwapen met kogels aan het laden is. Hij komt de winkel binnen, neemt de ring en bewijst met een maatstok dat die de juiste maat is. Daarna pakt hij de hand van van de vrouw, steekt haar vinger in zijn mond en schuift de ring zonder problemen over de speekselnatte vinger.

‘Kijk,’ zegt hij, ‘een perfecte maat zeven’.

Ik hou van die clipjescultuur die door YouTube en TikTok ontstaan is.

RIP Eileen Ryan.

RIP Anita Kerr (1927 – 2022)

Happiness (1968)

Anita Kerr was een Amerikaanse zangeres actief in wat men ‘beautiful music’ noemt. Vocal harmony heet het specifieke genre.

Ze coverde daarbij vooral. Om u de sound voor te stellen: denk Pet Sounds van de Beach Boys. Die plaat heeft dezelfde kwaliteiten als het werk van Kerr, maar Kerr is gespeend van enige vorm van artisticiteit. Kerr is gewoon entertainer. Er is een Rhino compilatie met de titel Come to the Sunshine: Soft Pop Nuggets from the WEA Vaults (2004) die haar nummer “Happiness” (1968) heeft, die track is een goed voorbeeld van haar sound.

RIP Angela Lansbury (1925 – 2022)

Lansbury zingt “Little Yellow Bird” (1903) in The Picture of Dorian Gray (1945)

Angela Lansbury was een Britse-Amerikaanse-Ierse actrice die carrière maakte in Hollywood en daar in heel wat films speelde.

Raakvlakken met ons universum zijn The Picture of Dorian Gray (1945) en Gaslight (1944). Dorian Gray, omdat het een van de beste verhalen uit de fantastische traditie is, en Gaslight omdat het een populaire term geworden is in de narcismebestrijding, een met veel enthousiasme uitgeoefende maatschappelijke opdracht van deze tijd. Ook omdat mijn vader mij die film liet zien toen ik jong was en dat maakte heel veel indruk op me, hoe die vrouw op den duur aan haar eigen zintuigen begint te twijfelen.

Naar aanleiding van Lansburys dood zag ik een interview met haar door een Amerikaanse filmjournalist (die ook al dood is). Iemand commentarieerde dat Lansbury nergens ontkent dat ze een goede actrice is — geen valse bescheidenheid toont dus — en toch zeer sympathiek overkomt. Dat doet ze zeker. En wat die lof betreft, u weet wat de La Rochefoucauld zei: ‘lof weigeren is twee keer geprezen willen worden.

RIP Angela Lansbury

RIP Coolio (1963 – 2022)

“As I walk through the valley of the shadow of death” zingt Coolio op zijn plaat “Gangsta’s Paradise” en die woorden komen uit het Oude Testament en zijn ook de titel van deze foto van Roger Fenton: Valley of the Shadow of Death (1855)

Coolio (1963 – 2022) was een Amerikaans rapper vooral bekend omwille van zijn hit “Gangsta’s Paradise” (1995), een nummer dat “Pastime Paradise” (1976) van Stevie Wonder sampelde en interpoleerde.

Gunter Van Assche van De Morgen liet in zijn overlijdensbericht het woord deerniswekkend vallen i.v.m. Coolio’s verschijning in Big Brother Celebrity, ik vind dat woord van toepassing op de hele carrière van de ongetwijfeld brave man.

Bij zo’n overlijden ga ik altijd op zoek naar ‘what’s in it for me?’, ‘wat heb ik eraan’?

En dat antwoord vond ik alras.

De openingswoorden van “Gangsta’s Paradise” klinken namelijk zo:

As I walk through the valley of the shadow of death
I take a look at my life and realize there’s not much left

“Gangsta’s Paradise” (1995)

Klinkt die ‘valley of the shadow of death’, die ‘vallei van de schaduw des doods’ ons niet bekend in de oren? Ja, dat doet ze zeker.

Het is de titel van een geweldige foto van Robert Fenton, een foto uit 1855 die een weg toont in een verlaten, onbegroeide en onherbergzame valleilandschap. Die weg ligt bezaaid met kanonskogels.

Fenton noemde zijn foto naar een passage uit de Oudtestamentische Psalmen en de tekst luidt zo:

“Al ging ik ook in een dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij.”

Psalm 13

Maar John Bunyan heeft ook een heel mooie passage over die vallei van de schaduw des doods.

Die Engelse versie kent u allicht.

De Nederlandse vrije vertaling van vader Carel Steven Adama van Scheltema allicht niet.

“Nog blijft hem de Vallei van de schaduw des Doods te doortrekken, het duister, eenzaam oord met al zijne ontzettende schrikbeelden. Twee mannen ontmoeten hem bij den ingang en smeeken hem als hij zijn leven liefheeft, terug te keeren.”

John Bunyan: uit zijn leven en naar zijne geschriften (1889)

U vindt deze woorden in John Bunyan: uit zijn leven en naar zijne geschriften (1889).

RIP Coolio

RIP Louise Fletcher (1934 – 2022)

Verpleegster Ratched vernedert een jonge Brad Dourif in One Flew Over the Cuckoo’s Nest.

Louise Fletcher was een Amerikaanse actrice vooral bekend van haar rol als Nurse Ratched, de even ongenaakbare als gevoelloze hoofdverpleegster in One Flew Over the Cuckoo’s Nest (1975) van Miloš Forman, gebaseerd op de anti-psychiatrische roman met dezelfde titel van Ken Kesey.

Fletchers rol in Cuckoo’s Nest is een voorbeeld van de de sadistisch gevangenisbewaarster verhaallijn die tot haar volste expressie kwam in exploitatiefilms zoals Ilsa, de wolvin van de SS (1974).

Tot een van de eerste sadistische machtswellustelingen van vrouwelijke kunne wordt moeder-overste Sainte-Christine van De Non (1796) van Diderot gerekend.

Louise Fletcher speelde ook een hoofdrol in de redelijk geweldige film Brainstorm (1983) van Douglas Trumbull, die eerder dit jaar overleed.

RIP Louise Fletcher.

RIP Pharoah Sanders (1940 – 2022)

Pharoah Sanders was een Afro-Amerikaans componist en saxofonist. Tot zijn bekendste composities behoren “The Creator Has a Master Plan” (1969) en “Hum-Allah-Hum-Allah-Hum-Allah (Prince of Peace)” (1969). 

“Hum-Allah”

Zelf vind ik vooral die “Hum Allah” van belang omdat ik daar voor het eerst het haast buitenaards gejodel van Leon Thomas hoorde.  

Als mijn herinneringen mij niet in de steek laten maakte ik met Sanders kennis toen ik  “You Got to Have Freedom” (1980) via een Jazz Juice compilatie te horen kreeg. De uithalen op die plaat behoren tot de meest energieke luchtstoten die iemand ooit uit een saxofoon liet opstijgen. Je zou het perfect na “Space is the Place” (1973) van Sun Ra kunnen draaien.  

Er is niet zo heel veel jazz waar ik van hou (net genoeg eigenlijk), maar die van Sanders is er wel bij. 

Hij speelde uiteraard met Bill Laswell samen. 

“Harvest Time” (1977)

Het afgelopen jaar trakteerde YouTube mij heel vaak op “Harvest Time” van zijn elpee Pharoah (1977), een trancy plaat die doet denken aan het werk van hedendaagse sax-furore Colin Stetson en tevens Sanders’ laatste werk met Floating Points voorafschaduwt. 

Sanders met Floating Points

Verder is mij nog naar aanleiding van dit schielijk overlijden opgevallen dat het ‘New Age’-religieuze aspect dat Sanders in zijn muziek binnenbracht zich niet alleen in het Verre Oosten (Karma, 1969) afspeelde maar ook in het Nabije Oosten (Tauid, 1967). Achteraf gezien is dat niet onlogisch, want Sanders is slechts een van de vele jazzmuzikanten die zich in die tijd tot de islam bekeerden, een religie die zich in de jaren negentig in Europa nog niet op de kaart had gezet. 

RIP Pharoah Sanders 

RIP Anton Fier (1956 – 2022)

Anton Fier was een Amerikaans componist, drummer en producer, vooral bekend voor het werk met zijn studiogroep The Golden Palominos.

De Golden Palominos debuutplaat uit 1983

Fier is geaffilieerd met de Bill Laswell-stal en dat is zoals u allicht weet een kwaliteitsgarantie.*

Fier begon zijn loopbaan bij The Feelies voor wiens debuutplaat zijn drumwerk de ruggengraat vormde. ‘Crazy Rhythms’ (1980), zo heette die plaat, is een cult item en de titeltrack is een beweeglijk en geïnspireerd nummer. In 1981 richtte Fier de Lounge Lizards op met John Lurie. Ook die band verliet hij al na de eerste plaat.

Hij speelde daarna onder andere bij en met Herbie Hancock, Gil Scott-Heron, Laurie Anderson, Yoko Ono, Arto Lindsay, Mick Jagger, Electric Eels, Material, Rhys Chatham, Matthew Sweet, Los Lobos, Joe Henry, Jeff Buckley, Pere Ubu, Bob Mould, Richard Hell and the Voidoids, John Zorn en Swans. Niet noodzakelijk in die volgorde.

Fier had gemakkelijk zijn boterham kunnen verdienen als sessiemuzikant maar was daar niet gedwee genoeg voor. Hij was enorm veeleisend en zelfs vanop zijn drumstoel trachtte hij controle te houden over de band en het hele proces.

Om die nood te leningen richtte hij op 25-jarige leeftijd zijn eigen band op, The Golden Palominos. Nu ja, dat was niet echt een band, want hoewel er wel optredens waren, was het toch meer een studioproject met telkens wisselende bezetting. De enige vaste leden naast hemzelf waren bassist Bill Laswell en gitarist Nicky Skopelitis, nog iemand uit de Laswell stal.

Op het internet lees je mooie getuigenissen van zij die hem gekend hebben. Golden Palomino zangeres Lori Carson over hoe slecht een idee het was om hun relatie ook tot in het romantische uit te breiden; journalist Glenn Kenny over alles wat hij zich Georges Perec-gewijs herinnert van Anton; weer ergens anders lees je dat het typisch was voor Anton dat hij het aardse bestaan achter zich liet door middel van ‘assisted suicide’, wat ik alleen maar kan vertalen als euthanasie om psychische redenen. Die euthanasie werd voltrokken in Moldavia. Waarom daar?

Fier was een moeilijke man, dat zegt zowat iedereen. Men is het er ook over eens dat hij een briljant muzikant was. Dat velen hem echt graag zagen en dat hij dat zelf amper leek te beseffen, dat las ik een keer letterlijk, en vaak tussen de lijnen.

Zelf hou ik vooral van die eerste Golden Palominos elpee uit 1983, die erg Laswell-achtig klinkt.

RIP Anton Fier

(*) Ooit reed ik helemaal terug naar een tweedehandsmuziekzaak in Gent om er alsnog een CD te gaan kopen die ik de dag tevoren besloten had niet te kopen. Mijn eerste Laswell aankoop was dat, sindsdien noem ik mij een laswelliaan. John Zorn en Kieran Hebden reken ik ook tot de laswelliaanse componisten.