Tag Archives: 1947

RIP Beverley Martyn (1947 – 2026)

“Sweet Honesty” (1970)

Beverley Martyn was gedurende tien jaar de echtgenote van John Martyn (1948 – 2009). Ze maakten samen Stormbringer! (1970) en The Road to Ruin (1970).

Songs zoals “Sweet Honesty” en “Primrose Hill” moeten niet onderdoen voor het beste van Joni Mitchell, Joan Armatrading of Lani Hall.

“Primrose Hill”

Toen ze samen kinderen kregen liet ze haar man alleen verder werken. Die zou nog tracks uitbrengen als het geweldige “Solid Air” (1973).

RIP Jan Versteeg (1947–2021)

‘Verlaine. Het is alsof er een doek wordt weggetrokken en ik na veertig jaar opeens die klas 4 van de HBS-A weer zie. Een opmerkelijk francofiele klas: het smalle gezicht van Gerard Fagel, aankomend meesterkok, Filip Freriks, die toen al net zo sprak als nu, klasgenoten die in Bretagne of Creuse aan ‘zomerwerkkampen’ deelnamen – van vlooien vergeven bejaardenkrotjes opknappen bijvoorbeeld -, andere die al geregeld naar Parijs liftten.’

Die woorden schrijft Jan Versteeg in een stuk dat de titel draagt “Alles is er nog” en dat in 2002 in het literair magazine De Tweede Ronde verschijnt en nu op DBNL staat.

“Alles is er nog” staat nog steeds online maar vertaler Jan Versteeg, bekend voor zijn vertalingen van Bataille en Céline, is offline want hij stierf in 2021. Ik kom dat aan de weet omdat ik gisteren zijn vertaling van Manuscript gevonden te Zaragoza uit 1992 in huis haalde en ik dacht, hoe zou het nog met Jan Versteeg zijn? Hoe zou hij het stellen? Nu, niet zo best, hij is dood. Stierf zonder veel poespas in 2021. Bij DBNL is hij trouwens nog steeds niet dood, daar lopen ze wat achter, daar is hij nog springlevend.

Ik las Versteeg voor het eerst ergens eind jaren negentig in zijn vertalingen van De Erotiek (1957) en De tranen van Eros (1961) en ook zijn vertaling van Le Mort.

Rust zacht Jan.

RIP Jonathan Kaplan (1947 – 2025)

Jonathan Kaplan was een regisseur uit de Roger Cormanstal die bekendheid zou genieten om zijn film The Accused (1988) met Jodie Foster over een groepsverkrachting in een bar, de eerste keer dat dat thema in een film aan bod kwam.

Night call nurses (1972)

Maar in de beginjaren van zijn loopbaan maakte hij films voor Roger Corman en regisseerde hij het niemendalletje Night call nurses (1972), de derde in de cyclus van Roger Corman verpleegsterfilms.

Drie jonge verpleegsters werken op de psychiatrische afdeling in een ziekenhuis. Barbara (Patty Byrne) raakt onder de invloed van een charismatische sekstherapeut en wordt gestalkt door een mysterieuze verpleegster. Janis (Alana Hamilton) heeft een affaire met een vrachtwagenchauffeur die verslaafd is aan drugs. Sandra (Mittie Lawrence) raakt politiek geëngageerd door een affaire met een zwarte militant en helpt een gevangene uit het ziekenhuis te ontsnappen.

De trailer ziet u  hierboven.

Rust zacht Jonathan.

RIP Pat Lewis (1947 – 2024)

De Amerikaanse zangeres Pat Lewis stierf.

Jahsonic kwam met haar kist af, toonde me een foto.

–‘Nooit van haar gehoord,’ zei ik.

–‘Dat kan baas, haar echte naam is Patsy, ze behoort tot de lange staart, tot die oneindige cohorte artiesten die samen toch een groot deel van de muziekmarkt vertegenwoordigen. Het zijn artiesten zoals haar die YouTube grootgemaakt hebben, de échte hitmakers hadden platenmaatschappijen en advocaten om ervoor te zorgen dat ze niet gratis gestreamd werden. Pat had haar fans die haar herinnering levend hielden.’

–‘Maar wie is ze dan?’

–‘In de jaren zestig nam ze zo’n zestig platen op onder haar eigen naam. De roddel is dat ze nog het liefje van George Clinton geweest is. Maar ze werkte wel met hem samen en ze was lange tijd zijn achtergrondzangeres, dat was ze trouwens ook voor Aretha Franklin en Isaac Hayes. ’

Hij stapte naar de platendraaier in de hoek van mijn kantoor, hij had die daar ooit gezet, en zette een plaatje op. Zo’n kleintje.

“No One to Love” (1967)

My heart you possessed it

My love you took for granted

And have left me empty handed

–“No One to Love” (1967)

–‘Jahsonic, het is toch niet omdat je zelf pas gedumpt bent dat je haar hier wil begraven, met dat liedje van haar, “No One to Love”.

Continue reading

RIP Paul Auster (1947 – 2024)

‘Ik was op zoek naar een plek om rustig dood te gaan. Iemand stelde Brooklyn voor.’

Paul Auster

Het is de eerste zin van The Brooklyn Follies (2005) die ik staande las in Fnac Antwerpen en ik ben hem nooit meer vergeten. Als de eerste zin van een roman goed is, lijkt het of het halve werk erop zit.

Paul Auster op bezoek bij Apostrophes bij de publicatie van Moon Palace. Van alle volkeren nemen de Fransen de geschreven fictie het meest aux serieux. Bovendien is het het enige land waar je romans in de supermarkten vindt, denk ik, maar ik kan me daarover vergissen.

Paul Auster (1947 – 2024) sterft en het daagt me dat ik na dat zinnetje nooit meer iets van de Amerikaan las en nooit meer aan hem heb gedacht. Van Martin Amis las ik meer. En door diens Time’s Arrow moest ik zeker drie à vier keer per jaar aan de Brit denken, die ongeveer even oud als Auster is. Ik krijg de neiging die twee te vergelijken en vind een boek over autofictie.

Continue reading

RIP David Bordwell (1947-2024)

Making Meaning (1979)

David Bordwell (1947-2024) was een Amerikaans filmtheoreticus en historicus, onder andere auteur van Film Art (1979) een handboek waarmee onderwijzers van filmwetenschappen hun leerlingen leren wat film is.

Hij wordt geassocieerd met een methodologische benadering die bekend staat als formalisme. Het is een benaming die hij zelf niet gezocht heeft maar die hij heeft gekregen vanwege zijn verzet tegen de interpretatieve benaderingen die in de mode waren vanaf de late jaren zestig tot het einde van de twintigste eeuw in magazines als Cahier du cinéma in Frankrijk en Screen in het Verenigd Koninkrijk.

Continue reading

RIP Melanie (1947 – 2024)

“Brand New Key” (1971)

De Amerikaanse singer-songwriter Melanie had een mooie, hoge stem. Een hippiezangeres, zo noemde men haar een beetje neerbuigend, alsof ze alleen hippieliederen kon zingen.

We hebben vage jeugdherinneringen aan de compositie “Brand New Key” (1971) over een meisje dat met haar fiets voorbij het huis van een jongen rijdt waar ze verliefd op is. Ze rolschaatst er ook naartoe. Hij mijdt haar. Hij heeft een sleutel, zegt ze, wat gaan ze daar mee doen? Is het de sleutel die haar ontuchtige gevoelens zal ontsluiten?

Ook zijn moeder zit in het complot. Ze vraagt, ‘is hij thuis’ en zij antwoordt, ‘ja, maar hij is niet alleen.’

We blijven op onze honger over het slot waar de sleutel in past en wat achter slot en grendel verborgen ligt.

Niettemin, rust zacht Melanie.