David Hirst sterft en ik moet denken aan het boekje 150 Palestijnse fabels (2015) dat ik ooit bij Permeke uitleende en dat mijn HUMO-beeld over Palestina volledig deed kantelen. Ik zeg HUMO omdat veel van wat ik als jonge twintiger wist van de wereld voortsproot uit mijn trouwe lezing van dat links-georiënteerde, rock-minnende, op disco-neerkijkende hippe weekblad. Had ik toen geweten wat ik nu weet, ik had elke week ook ‘t Pallieterke gelezen, dat lag namelijk bij mijn grootouders, maar dat is een ander verhaal.
Ik was zelfs zo beïnvloed door HUMO dat ik op een dag erg onaangenaam heb gedaan tegen Israëlische vrienden van mijn toenmalige echtgenote.
Mijn lezing van 150 Palestijnse fabels veranderde alles.
Robert Redford was een Amerikaans acteur, regisseur, producer en sekssymbool.
De uitvaart was een mislukking, ik had me slecht voorbereid en de tekst die ik bracht was een verhakkelde Wikipediapagina. Ik moest afwisselend denken aan de necrologisten van dienst bij de Belgische pers, hoe Geert Van der Speeten en Rob van Scheers vast hun necrologieën op voorhand schrijven, en aan de ongelofelijk goed geschreven film Butch Cassidy and the Sundance Kid die ik de avond tevoren zag. Met name kon ik de schooljufscène maar niet uit mijn hoofd zetten waar ik — totaal op het verkeerde been gezet — met een mengeling van verwondering en seksuele opwinding naar had gekeken.
trailer
In die scène zien we hoe Redford zijn pistool op een vrouw richt en haar dwingt zich uit te kleden.
Hermeto Pascoal was Braziliaan, componist, veelspeler en fluitist. Hieronder vindt u een heel geestig filmpje van een waterconcert waar iedereen op flessen en fluiten speelt.
Het waterconcert uit ‘Sinfonia Alto da Ribeira’ (1985)
Ik vind dat clipje op de pagina ‘Jazz is dead’, wat mij doet denken aan het ‘bon mot’ van Frank Zappa die ooit zei: ‘jazz is not dead, it just smells funny.’
Het clipje komt uit de film Sinfonia Alto da Ribeira (1985) van Ricardo Lua.
Eduardo Palmieri was een Amerikaans componist, pianist en bandleider van Puerto Ricaanse komaf, bekend van composities zoals “Lucumí, macumba, voodoo” (1978).
In 1999 zou David Toop in zijn boek Exotica Palmieri beschouwen —en ik parafraseer — als een van de kanalen waarlangs de mystiek van de Afrikaanse diaspora geabsorbeerd werd door de Amerikaanse populaire muziek en beweren dat Lucumi, macumba, voodoo (1978) de complexe erfenis van Afrikaans-Caribische cultritmes […] verkende.
Op de cover van het boek staat ‘Dans la chapellerie’ van Edgar Degas uit de Thyssen-Bornemisza collectie
Jahsonic, naast hoofddoodgraver van Dodenstad ook zelfverklaard erotomaan en pornosoof, kan het maar over een ding hebben. Llosa’s niet zo bekende maar toch zeer geprezen opstel van boeklengte De eeuwigdurende orgie (1975) waarover Joost Zwagerman optekent:
‘In de overvloed aan literatuur over Madame Bovary kom je helaas maar zelden iets tegen over het mannelijke van en in Emma Bovary. Mario Vargas Llosa is een van de weinigen die zich erin hebben verdiept. In De eeuwigdurende orgie benadrukt Vargas Llosa dat er achter die bevalligheid van Emma soms ‘een echte kerel’ schuilgaat.’
De orgie uit de titel van dat opstel verwijst naar wat Flaubert in 1858 in een brief naar een zekere Marie-Sophie schrijft:
‘Alleen door zich te verliezen in de literatuur als in een eeuwigdurende orgie kan een mens het bestaan verdragen.’
“Me and Bobby McGee” (1971) in de versie van Janis Joplin
In de Verenigde Staten stierf Kris Kristofferson, bekend als countryzanger en acteur.
Hij was de co-auteur van “Me and Bobby McGee” (1971), bekend van de versie van Janis Joplin en voor de onvergetelijke verslijn, ‘vrijheid is gewoon een ander woord voor niks te verliezen hebben.’
Een uiterst mooie man, zegt mijn vrouwelijke ceremoniemeester Joconda die erg van hem genoten heeft in A Star Is Born (1971) waarin hij een zelfdestructieve rockmuzikant speelt.
Niet nader geïdentificeerd beeldmateriaal van Stella uit 1972, waar ook toenmalige kunstpaus William Rubin aan het woord komt.
Ik werd nooit tot Frank Stella‘s werk aangetrokken. Vanaf het moment dat hij kleur gebruikte kwam het me voor als het soort kitsch waar ik niet zo gek van ben. Als doodgraver heb ik maar een beperkte hoeveelheid katzwijm voorhanden, ik zie hier immers zoveel talent passeren. Ik bedenk me dat in het jaar voor Stella’s geboorte, Paula Rego haar eerste licht zag en het jaar erna Allen Jones zijn allereerste angstschreeuw de wereld in stuurde. Beide vind ik — hoewel ze maar voorbeelden zijn — interessanter. Allen Jones leeft trouwens nog.
Het lijkt erop dat ik me heb vergaloppeerd in mijn laatdunkendheid over ‘meeslepen’ als romankwaliteit toen ik Bluets de hemel in prees.
De grafsteen van de denkbeeldige 19de-eeuwse Christabel LaMotte, de vrouw die even vreselijk verliefd wordt op de gehuwde Randolph Henry Ash als hij op haar.
Nu A. S. Byatt nog maar net koud is, verdiep ik mij in haar roman Possession (1990), vertaald in het Nederlands als Obsessie, en ik kijk naar de gelijknamige film die de Amerikaan Ken Kwapis ervan maakte met Gwyneth Paltrow.