Frans filmregisseur van Romani oorsprong Tony Gatlif gekend voor films Latcho drom (1993), Gadjo dilo (1997) and Vengo (2000) in wiens films sfeer belangrijker was dan plot.
Latcho drom (1993)
In Vengo zit die song “Nací en Álamo”. Eigenlijk is dat lied Grieks.
Ik zie dat François Ozon op Facebook afscheid neemt van Nathalie Baye en ik twijfel of ik haar uitvaart persoonlijk zal verzorgen of ik ze aan een van mijn doodgravers zal toevertrouwen, maar geen van hen voelt er iets voor, ze kennen haar niet eens. Ze zijn jonger dan ik, hun referentiekader is gestoeld op het Marshallplan, u weet wel, de naoorlogse financiële heropbouwinjectie die onze culturele annexatie door de Verenigde Staten bezegelde en de navelstreng met Frankrijk voorgoed doorknipte.
Mijn ouders Maria Smet (1941 – 2024) en Wim Geerinck (1940 – 2000) — wat is het vreemd om die twee namen hier zo te schrijven — zouden wel iets te melden hebben gehad over Nathalie mocht ik hen die naam nog hebben kunnen voorleggen. Zij zaten nog met beide voeten in het model dat zei: ‘als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel’. Zij kenden als goede flaminganten het Franse chanson, de Franse film, de Franse geschiedenis en de Franse taal. Zij dachten dat Parijs nog steeds de kunsthoofdstad van de wereld was, zij wisten niet dat de nieuwe kunstenaars met Marcel Duchamp mee naar New York waren verhuisd.
Deze ‘jongeman’ legde ook het loodje. In de amusante scène hieronder uit de film Harold and Maude vult zijn moeder een enquête in terwijl hij een fake pistool laadt en zichzelf ‘doodschiet’.
Bekende enquête scène uit Harod and Maude.
De jongeman is Bud Cort (1948 – 2026) en hij werd 77 en in deze toch wel geweldige film wordt hij in de rol van morbide Harold als vroege twintiger verliefd op Maude, een tamelijk onconventionele vrouw van 79. Zeker kijken die film. Bud Cort had ook een rol in het zeer geestige The Life Aquatic with Steve Zissou (2004). Rust zacht Bud!
We verwelkomen het stoffelijk overschot van Ozzy Osbourne. Hij werd 76 en is bekend als leadzanger van de Engelse band Black Sabbath and songwriter van composities zoals “War pigs” (1970) en “Supernaut” (1972).
“Supernaut” (1972)
De naam van hun band haalden ze van de Italiaanse horrorfilm Black Sabbath uit 1963 van Mario Bava en de titel was hen opgevallen vanuit hun repetitieruimte die zicht bood op een bioscoop aan de overkant van de straat.
Terwijl de bandleden naar de mensen keken die in de rij stonden om de film te zien, merkte een van hen op dat het ‘vreemd was dat mensen zoveel geld uitgaven om enge films te zien’. Daarop schreef hij met Osbourne het nummer “met de titel “Black Sabbath”, geïnspireerd door het werk van horror- en avonturenschrijver Dennis Wheatley.
‘Er is altijd plaats naast elk graf hier in Dodenstad.’
Junior Byles was een Jamaicaans zanger bekend voor platen zoals “A Place Called Africa” (1970), “Beat Down Babylon” (1972), “Curly Locks” (1974) en “The Long Way” (1975).
Al die platen werden opgenomen door Lee Perry. Vliegende cymbalen. Echo’s. Mooi afgelijnde hi-hats. Volle bassen. En op “The Long Way” ook maffe toetsen.
En vorig jaar reeds stierf academica Joan DeJean in de Verenigde Staten zonder dat ik daar vanop de hoogte was. Wij hebben alles in beweging gezet om haar stoffelijk overschot te laten opgraven en het naar Dodenstad te laten overbrengen. Ze zal een plaatsje krijgen naast Robert Darnton die ondertussen ook al tegen de 85 aanloopt en statistisch gezien weinig kans maakt nog twintig jaar te leven.
The Reinvention of Obscenity (2002), op de cover staat het schilderij Farceurs français et italiens depuis 60 ans et plus (1670), soms toegeschreven aan Antonio Verrio.
Ik ken DeJean van boeken zoals The Reinvention of Obscenity (2002), een bron voor mijn boek De geschiedenis van de erotiek (2011).
In The Reinvention of Obscenity beschrijft de academica het ontluikende concept obsceniteit in het vroegmoderne Frankrijk aan de hand van de volgende drie werken: de hoerendialoog L’Escole des Filles, het gedicht “Tout est foutu” van Viau en L’Ecole des Femmes van Molière, bij ons ook gekend als De leerschool der vrouwen.
Het boek begint met de woorden:
‘Het proces tegen de dichter Theophile de Viau in 1623 is een mijlpaal in de heruitvinding van obsceniteit en in de geschiedenis van de censuur.’
Waarom DeJean hier spreekt van heruitvinding i.p.v. uitvinding is mij een raadsel waar ik u misschien binnen tien jaar een antwoord op kan geven, of morgen, naargelang mijn bezigheden hier in Dodenstad mijn volledige, dan wel halve aandacht vergen. Wel kan ik u zeggen dat in 1623 de term obsceniteit nog niet gebezigd werd, men sprak toen van folastrie.
Primatoloog Frans de Waal (1948 – 2024) overlijdt en ik word aan drie dingen herinnerd.
1) Een foto van twee bonobo apen die elkaar in de missionarishouding ‘beminnen’.
2) Een citaat van Michel Houellebecq
3) Een illustratie over de menselijke moraal
Uit Primates and Philosophers (2016)
De foto
Eerst de foto. We zien twee bonobo’s die elkaar in de missionarishouding ‘beminnen’. Ik weet niet wie de foto maakte maar ik leerde hem via de Waal kennen. Ik kom op dit artefact terug.
Het citaat
Dan het citaat van Houellebecq. Het is van een grote banaliteit en je zou het nooit uit zijn mond verwachten en net daarom ontroerde het me zeer:
‘Zoals iedereen diep vanbinnen weet is liefde het belangrijkste element in seksualiteit.’
Michel Houellebecq
‘Diep vanbinnen’, zegt hij en die beeldspraak weerspiegelt dan weer onze hekel aan oppervlakkigheid. We weten het ‘diep vanbinnen.’ Alles wat ‘diep’ is, is goed: ‘diepe’ gevoelens, ‘diepe’ gedachten. Het ondiepe is het oppervlakkige, de schijn, de buitenkant, de schil, de vernis en die nemen we niet ernstig want de essentie zit binnenin.
Dat ik een zwak voor sciencefiction heb, weten mijn collega’s doodgravers maar al te goed. Dus dat Brian Stableford niet zomaar een dode is, dat zijn plotse aanwezigheid hier in Dodenstad mijn volledige aandacht opeist, is voor hen geen verrassing.
Stableford vertaalde Robida’s Le Vingtième Siècle (1883) naar het Engels.
Stableford was een Brits academicus, criticus en sciencefictionauteur met meer dan zeventig romans op zijn naam. Voor mij is hij vooral de man die heel wat teksten van steampunk-icoon Albert Robida en andere 19de-eeuwse Franse schrijvers binnen het speculatieve idioom vertaalde. Robida schreef een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de toekomst, Stablefords vertalingen houden zijn herinnering in leven.
Hij behoorde tot de school van Alex van Warmerdam (Abel, Ober, Borgman) en Jos Stelling (De illusionist), twee van mijn favoriete Nederlandse filmmakers.
Er was in België niets rond van der Woudes dood te doen en ook in Nederlands scheen hij grotendeels vergeten.
Op YouTube vind je film De wisselwachter van Jos Stelling. Zelfs met de nergens-op-slaande Engelse ondertitels en de Russische overdubs is de film nog een plezier om te kijken.
Van der Woude speelt de wisselwachter in een klein verlaten stationnetje waar op een dag een chique Française strandt. Ze zal er een jaar blijven; vier seizoenen lang in dat naamloze desolate landschap. Er wordt amper gesproken, zoals wel meer gebeurt in de films van Stelling.