Tag Archives: music

RIP Marlena Shaw (1942 – 2024)

“California Soul” (1969)

Het lijk dat hier pas werd afgeleverd, pardon, stoffelijk overschot, was ooit de container van de ziel van Marlena Shaw.

Ik ken Marlena van “California Soul” (1969), een lied waarin ze het over geluid heeft dat in je oor blijft hangen van zonsondergang tot zonsondergang, geluid dat in de lucht hangt en dat je overal hoort, dat je vasthoudt, wat je ook doet. Het soort geluid dat je overal kan horen maar dat in California het helderst klinkt.

“Remember Me” (1996)

Ik ken ook de live-versie van “Woman of the Ghetto”, zoals in 1996 gesampled op Blue Boy’s “Remember Me”, waar zij naast het zinnetje ‘remember me? I’m the one who had your babies’ (ken je mij nog, ik heb je baby’s gebaard) de hele tijd ‘dingdiggidiggiding, dingdingding, diggiding’ zingt.

Jahsonic, mijn muzikale doodgraver, lacht een beetje met mijn gebrekkige kennis van het oeuvre van Marlena maar mijn tijd wordt alweer geconsumeerd door de volgende dode. Altijd maar doden.

Rust zacht Marlena.

RIP Phill Niblock (1933 – 2024)

Phill Niblock was een Amerikaans componist en filmmaker vooral gekend voor zijn minimalistische dronemuziek.

Nothin To Look At Just A Record (1982)

Representatief voor die stijl is zijn debuutalbum Nothin To Look At Just A Record (1982).

Dronemuziek – de term drone is verwant aan onze dreun – is een vorm van muziek waar een enkele noot in lagen op elkaar gelegd wordt. Dat creëert een repetitieve geluidsmassa die ondanks haar brij toch kalmerend werkt omdat alles op nagenoeg dezelfde frequentie vibreert.

De eerste drone die ik prachtig vond was die van de prelude van Das Rheingold (1869) zoals ik die leerde kennen in de film Nosferatu (1979) in de scène waarin een ruiter gedurende een dagenlange paardentocht van dat gedreun vergezeld wordt.

De dreunen van Nothin To Look At Just A Record (1982) hebben daar wel wat weg van.

Niblock had geen muzikale opleiding en ergens beschrijft hij hoe hij bij dat dreunen terechtkwam. Tijdens het motorrijden in de bergen van Carolina in de Verenigde Staten kreeg hij een openbaring. Hij hing tijdens een beklimming van een helling achter een langzaam rijdende dieselvrachtwagen toen het toerental van de motoren van beide voertuigen bijna synchroon liep.

‘De sterke fysieke aanwezigheid van de beats die het gevolg waren van de twee motoren die op licht verschillende frequenties draaiden, brachten me in zo’n trance dat ik bijna in een ravijn reed.’

Phill Niblock

Phill is inmiddels de allerlaatste ravijn ingereden.

Rust zacht Phill.

RIP Les McCann (1935 – 2023)

Les McCann was een Amerikaans pianist en zanger die actief was in de jazz, meer specifiek in een variant die aangeduid wordt met de term ‘soul jazz’, een kruising tussen het volkse van soul en de op artisticiteit aanspraak makende jazz*.

“Go On and Cry” (1974)

Nummers om nota van te nemen zijn “Sometimes I Cry” (1972), “Go On and Cry” (1974) en “Vallarta” (1977).

Van “Sometimes I Cry” werd de drumpartij door Massive Attack ‘gestolen’.

“Sometimes I Cry” (1972)

Het album Layers (1972) is dan weer opmerkelijk voor het vroege gebruik van elektronica op een jazzplaat.

“Vallarta” (1977)

Massive Attack waren niet de enigen die gingen snuisteren in de catalogus van McCann. Zo’n driehonderd artiesten sampleden zijn platen.

Ik heb aan Jahsonic – heb ik jullie al over Jahsonic verteld? – gevraagd hem naast Michel Sardaby te leggen. Stilistisch is er verwantschap. Bovendien zijn ze van hetzelfde jaar.

Rust zacht Les.

*Jazz kan sinds de Tweede Wereldoorlog op dat artistieke aanspraak maken, ttoen het gecanoniseerd werd.

RIP Tony Oxley (1938 – 2023)

Tony Oxley was een Engelse drummer, men noemt dat in zijn branche, de free jazz, slagwerker.

Ichnos (1971) van Tony Oxley

Als ik naar free jazz luister, en onlangs beluisterde ik nog met de grootste aandacht de platen van Fred Van Hove toen die in 2022 in Dodenstad toekwam, denk ik vaak: dat wordt nu toch niet meer gemaakt?

En ook denk ik aan de beroemde uitspraak van Frank Zappa: ‘jazz is niet dood, het ruikt gewoon een beetje raar.’

Rust zacht Tony

RIP Amp Fiddler (1958 – 2023)

“Superficial” (2002) van Amp Fiddler

Amp Fiddler was een Amerikaans zanger en muzikant, actief in funk, soul en dance.

Amp staat voor amplifier, Engels voor versterker.

Fiddler slaat op iemand die ‘fiddlet’, dus iemand die wat met knopjes aan het prutsen is.

De versterkers en de knopjes in kwestie zitten dan in en op keyboards, want Amp Fiddler was vooral bekend als toetsenist

Tot zijn bekendste composities hoort “Superficial” (2002).

Continue reading

RIP Benjamin Zephaniah (1958 – 2023)

“Rasta” (1983) van Benjamin Zephaniah

Benjamin Zephaniah was een Engels schrijver en muzikant vooral bekend voor zijn ‘dub poetry’, zijn dubgedichten dus.

Dubgedichten zijn een genre van ‘spoken word’ waarin o.a. door de kolonisatie veroorzaakte sociale onrechtvaardigheid aangeklaagd wordt.

Die gedichten worden voorgedragen bovenop instrumentale reggae- en dubliederen.

Binnen dat genre bracht Zephaniah “Rasta” (1983).

Andere gedenkwaardige stukken dub poetry zijn “Inglan Is a Bitch” (1980) van Linton Kwesi Johnson  (°1952) en “Dis Poem” (1986) van Mutabaruka (°1952) .

Het genre is zwaar op de hand en de meeste composities laten zich maar een keer om de vijf jaar comfortabel beluisteren. Zelfs de hits klinken al snel afgezaagd.

Rond dezelfde periode werd elders in de Afrikaanse diaspora vrolijker geklaagd in composities zoals “Atomic Bomb” (1978) van William Onyeabor.

Rust zacht Benjamin.

RIP Michel Sardaby (1935 – 2023)

“Welcome New Warmth” (1975) by Sardaby

Michel Sardaby was een Frans componist en pianist die in de jazz actief was en die vooral gekend voor zijn plaat Gail (1975), en dan nog meer specifiek voor dat ene nummer “Welcome New Warmth”.

Ik pikte het een eenzame middagpauze in de Parijsstraat op toen ik de drie delen van London Jazz Classics (’93, ’94, ’95) bij Sax kocht.

Soul Jazz Records is een label van Stuart Baker. Hun Universal Sounds of America (’95) vond ik op een eerder manische middag in Gent.

Rust zacht Michel.

RIP Geordie Walker (1958 – 2023)

“Requiem (A Floating Leaf Always Reaches The Sea Dub Mix)” (1992) van Killing Joke

Geordie Walker was een Engelse gitarist bekend voor zijn lidmaatschap van Killing Joke. Hij is mede-auteur van de compositie “Love Like Blood” (1985) maar ik hou niet van die song.

Van “Turn to Red” (1979) hou ik wel enigszins, maar vandaag is het vooral de 1992 remix van “Requiem”, “Requiem (A Floating Leaf Always Reaches The Sea Dub Mix)” waarop de gitaarpartijen van de gestorvene te horen zijn, die ik onder uw aandacht wil brengen.

Rust zacht Geordie.

RIP Jean Knight (1943 – 2023)

Mr. Big Stuff (1971) door Jean Knight

Jean Knight was een Amerikaanse zangeres bekend van het nummer “Mr. Big Stuff” (1971) dat ze zong maar niet schreef.

In tegenstelling tot wat de Afro-Amerikaanse mythologie zou kunnen doen vermoeden, is de stuff van Mr. Big Stuff niet zijn fallus maar zijn auto, zijn chique kleren en alle andere rijkdommen waarover hij beschikt.

Jean van haar kant is niet onder de indruk: ‘het is niet omdat jij wat met je bezittingen komt pronken dat ik mijn liefde aan jou kan schenken.’

Dat is wel zo verstandig van haar.

Rust zacht Jean.

RIP Rona Hartner (1973 – 2023)

Rona Hartner is Sabina in Gadjo dilo (1997)

Rona Hartner was een Roemeense actrice, kunstenaar en zanger.

Men zal haar vooral om haar rol in Tony Gatlifs film Gadjo dilo (1997) herinneren, een film die het leven van de zigeuners (zeg nu Roma) en hun muziek romantiseerde.

Hartner zong inderdaad dat soort verleidelijke zigeunermuziek (zeg nu Roma-muziek) die ik eerst leerde kennen in de film Vengo (2000), ook van Gatlif.

Andere films waarin Hartner speelde waren Time of the Wolf (2003) van Michael Haneke, Le Divorce (2003) van James Ivory en Chicken with Plums (2011) van Marjane Satrapi.

Rust zacht Rona.