Tag Archives: United Kingdom

RIP Chris Rea (1951 – 2025)

Josephine (French ecit)

Chris Rea was een Engels muzikant en songschrijver gekend voor liederen als “Fool (If You Think It’s Over)” (1978) [Dommerik als ge denkt dat ‘t gedaan is] en “Josephine” (1985) [dat geen vertaling behoeft].

“Josephine” was een hitje dat later op de ‘Balearic scene’ zou gedraaid worden in een verlengde versie. Met die ‘Balearic scene’ werd Ibiza bedoeld, waar ooit een strandcafé zat van waaruit men de zonsondergang kon zien en waar altijd rustige muziek werd gedraaid. Een verademing na het geweld van de house, acid en techno. Zo zat het in mijn herinnering. Maar het is niet waar. Die Balearic sound wordt al vermeld in Energy Flash (1998) van Simon Reynolds en daar staat het zo:

‘“Balearic” verwees naar de dj-stijl van Alfredo Fiorillo [1953 – 2024], een voormalig journalist die het fascistische regime van zijn geboorteland Argentinië was ontvlucht naar het relaxte bohemienleven op Ibiza.’

Alfredo’s DJ-sets waren eclectisch en niet alleen puur dance gericht, eigenlijk wel passend bij zo’n café bij zonsondergang. Trouwens, de bar die ik in mijn hoofd had, nu schiet het me te binnen, is Café del Mar

En Josephine, wie zou hij bedoeld hebben. Welke van deze twee is de bekendste Josephine? Josephine Baker of Joséphine de Beauharnais?

Doet het ertoe? Ik dacht het niet. Rust zacht Chris..

RIP Johan Carey (1934 – 2025)

Er werd weer wat gestorven en alles verliep naar wens dankzij mijn solide team doodgravers.

De ene deed Rob Reiner, de regisseur die door zijn eigen zoon werd doodgestoken, de man die twee romans van Stephen King (het breken van de voeten in Misery, auch!) verfilmde; de man van de cultklassieker This is spinal tap (‘deze speaker gaat tot elf!’) die ik nooit zo grappig vond; en ook de man van When Harry met Sally… (1989) met Meg Ryans fake orgasme in dat restaurant. Erg vertederend in die film, Meg, dat moet ik je nageven.

Een ander deed de uitvaart van de Franse schoonheid Françoise Brion die 92 geworden was en onder andere in L’Immortelle de hoofdrol had gespeeld, een film van erotomaan Alain Robbe-Grillet. Françoise maakt de tijd van de stoeipoezen mee en gaat een paar keer totaal gratuit uit de kleren in de film Les Bijoux de famille, dat was in 1975, te midden van het gouden decennium van de stoeipoezerij.

Een derde doodgraver verzorgde de uitvaart van Carl Carlton (iemand lachte Karl Karton!, ik zette hem op zijn plaats, ‘we zijn hier wel in Dodenstad hé jongen!’), de Amerikaanse zanger van “Everlasting Love” en het erg vrolijke nummer “She’s a Bad Mama Jama (She’s Built, She’s Stacked)”.

Zelf hield ik me bezig met de laatste groet aan John Carey (1934 – 2025) wiens boek The intellectuals and the masses (1992) ik ooit van kaft tot kaft heb gelezen, het is tot op heden van enige invloed op mijn kennis van de twintigste-eeuwse literatuur; zo’n boek net zoals dat van Mario Praz, waar je bij elke lezing nieuwe informatie uithaalt. The intellectuals and the masses is het verhaal van de modernistische schrijvers van de eerste helft van de 20ste eeuw die om de proletenmeute uit te sluiten expres zo ontoegankelijk mogelijk gingen schrijven. Ik zou te ver gaan deze schrijvers fascistoïde te noemen, maar antidemocratisch waren ze beslist.

The intellectuals and the masses

Ik heb over de dood van Carey geen Vlaamse necrologie gelezen, noch in DM, noch in DS. Bij ons hebben Ruiter en Smulders in hun boek Literatuur en moderniteit in Nederland 1840-1990 (1996) het modernisme dat Carey bekritiseert het ‘aristo-modernisme’ genoemd. Tot dat soort modernisten rekenden zij Greshoff, Du Perron, Stols, Ter Braak, Marsman, Bloem en Huizinga, en hun voorloper was Lodewijk van Deyssel.

Tijdens mijn voorlopig laatste lezing van The intellectuals vind ik deze keer het boek Instincts of the herd in peace and war (1916) van de Engelse chirurg Wilfred Trotter, een boek in de stijl van cultuurpessimisten Gustave Le Bon (1841 – 1931) en José Ortega y Gasset (1883 – 1955); en ik lees dat Vernon Lee bij Instincts protesterende marginalia maakte die in haar boek Music and its lovers (1932) verder uitgewerkt werden.

Als ik Vernon Lee vervolgens verder uitdiep, blijkt ze een generatiegenoot van persoonlijke held James Huneker te zijn en Huneker citeert haar ook in zijn Iconoclasts: a book of dramatists en in Egoists: a book of supermen. Ook Patricia De Martelaere vermeldt Lee in haar De kleur van klanken (1993) en ik verpoos zo’n 24 uur bij Vernon Lee die ook een goede vriendin van Mario Praz was, hier ten huize welbekend.

Maar wat heeft dat in godsnaam met Carey te maken?

Niets, Jahsonic, niets.

Maar dit wel: Er is op YouTube een opname van Clive James die John Carey interviewt in zijn webshow ‘Talking in the Library’, waarschijnlijk naar aanleiding van de publicatie van Carey’s What good are the arts? (2005). Tja, waartoe dienen de kunsten. Vraag dat maar eens aan George Steiner die ons vijf jaar geleden verliet. Die verwoordde het ooit zo: ‘We weten niet of de studie van de geesteswetenschappen, van het edelste dat ooit is gezegd en gedacht, veel kan bijdragen aan de menselijkheid. We weten het niet; en er schuilt zeker iets vreselijks in onze twijfel of de studie van en het plezier dat een man vindt in Shakespeare hem minder geschikt maken om een concentratiekamp in te richten.’

Die woorden zullen u zeker bekend geweest zijn, John, maar voor nu, rust zacht.

RIP Martin Parr (1952 – 2025)

Ook de Britse fotograaf Martin Parr is voor altijd weg. Ik heb ooit enkele uren gespendeerd aan het volledig doorbladeren van zijn boek der fotoboeken: The Photobook: A History (drie volumes, 2004, 2011, 2019) die ze in de collectie van onze academie hebben.

Wrinkled hand and wrinkled apple from The Moon Considered as a Planet, a World, and a Satellite (1871) uit ‘The Photobook: A History’, de driedelige reeks over fotoboeken.

Mijn vroegste herinnering aan Parr is een zijner foto’s, opgeblazen over een hele muur in de zaak van Celeste Verhoeven in de Hoogstraat. Een foto van een ijsjeszaak als ik mij goed herinner. Zeker iets met ijsjes.

Parr was een antropologisch fotograaf, of een documentair fotograaf zoals u wil, met veel aandacht voor de werkende klasse en hun gewonigheden.

Rust zacht Martin.

RIP Tom Stoppard (1937 – 2025)

Tom Stoppard was een Engels toneelschrijver misschien vooral bekend van het enigmatische stuk Rosencrantz and Guildenstern Are Dead (1966), dertig jaar later door de man zelf verfilmd met Tim Roth en Gary Oldman in de hoofdrollen. Dat maakt hem ook een filmschrijver.

‘Game of questions’ uit de film van Stoppard over de twee bijfiguren uit Hamlet

In die hoedanigheid was hij een van de drie scriptschrijvers van Brazil (1985) van Terry Gilliam, een film die ik onlangs nog eens vol bewondering helemaal uitkeek, en waarvan ik alleen de droomscènes stom vond. Toen de film uitkwam hebben mijn gezelschap en ik de bioscoopzaal tijdens die film verlaten, wij vonden het toen nonsens. Lag dat aan die droomscènes?

Buttle ofTuttle? Uit Brazil (1985)

Ik heb Stoppard een plaats gegeven in de buurt van Peter Brook en Dennis Potter. Van die plek naar Shakespeare? Dat zou te voet onder de tien minuten moeten kunnen.

Rust zacht Tom.

RIP Peter Watkins (1935 – 2025)

Wat cultuurpessimistisch gezeur van de regisseur, over hoe er steeds sneller gemonteerd wordt zodanig dat wij nietsvermoedende consumenten belet worden na te denken.

Peter Watkins was een Engelse filmmaker wiens vijf minuten bekendheid zich voltrok in de jaren zestig toen hij een fake documentaire uitbracht over wat de gevolgen zouden zijn van een nucleaire oorlog in Engeland.

Daarna ging hij films maken die een kruising waren tussen Herbert Marcuse en Guy Debord, maar minder slim dan de eerste en niet zo spectaculair als de tweede.

Hij krijgt een plaats naast Godard, die zal dat misschien niet zo fijn vinden, maar ook die is dood en de doden hebben weinig zeggenschap.

Desalniettemin, rust zacht, Peter.

RIP Dave Ball (1959 – 2025)

Dave Ball was een Engels componist en synthesizerspeler, de helft van de band Soft Cell die begin jaren tachtig wereldbekend werd met hun cover van “Tainted Love” (Verdorven liefde, ik hou van die titel).

Tainted Love

Het nummer stond op de elpee Non-Stop Erotic Cabaret maar hét nummer van die plaat was uiteraard “Seedy Films” met de tekst over eenzame geilheid en geile eenzaamheid, en de klarinetsolo van Dave Tofani.

Ik weet niet of ik het op een begrafenis moet vermelden, maar wist u dat er een video bestaat van het nummer “Sex Dwarf” (1981), ook op die elpee?

Sex Dwarf

Die clip werd geregisseerd door Tim Pope en toont een aantal volledig naakte vrouwen. Een van de vrouwen wordt gemarteld terwijl ze vastgebonden op een tafel ligt; andere vrouwen zijn bedekt met stukken vlees zoals je die normaal gezien aan de haken van slagers vindt. Halverwege wordt een dwerg uit een kist gelaten die wat met een kettingzaag gaat zwaaien. Heel Fura dels baus-achtig. De clip werd verboden vanwege expliciete, S&M-gerelateerde inhoud en op een gegeven moment in beslag genomen door de politie.

Hij is nooit openbaar uitgebracht, werd sporadisch vertoond in nachtclubs en onder de toonbank verkocht totdat hij op internet werd uitgebracht.

In Strict Tempo

En dan is er nog — want meer tijd zullen wij aan het draaien van liedjes tijdens de dienst niet kunnen besteden — de cultdanceplaat “In Strict Tempo” (1983) met het zeurderige vers-lijntje:

“We dream the things like this”

Wat dromen jullie dan?

Rust zacht Dave.

RIP David Hirst (1936 – 2025)

David Hirst sterft en ik moet denken aan het boekje 150 Palestijnse fabels (2015) dat ik ooit bij Permeke uitleende en dat mijn HUMO-beeld over Palestina volledig deed kantelen. Ik zeg HUMO omdat veel van wat ik als jonge twintiger wist van de wereld voortsproot uit mijn trouwe lezing van dat links-georiënteerde, rock-minnende, op disco-neerkijkende hippe weekblad. Had ik toen geweten wat ik nu weet, ik had elke week ook ‘t Pallieterke gelezen, dat lag namelijk bij mijn grootouders, maar dat is een ander verhaal.

Ik was zelfs zo beïnvloed door HUMO dat ik op een dag erg onaangenaam heb gedaan tegen Israëlische vrienden van mijn toenmalige echtgenote.

Mijn lezing van 150 Palestijnse fabels veranderde alles.

Continue reading

RIP Terence Stamp (1938 – 2025)

Het is maar een paar stappen van Terence Stamp naar de rest van Necropolis, u neemt links naar de Amerikaanse literatuur en u ziet van ver de tombe van Edgar Allan Poe die daar een centrale plaats inneemt.

In de Frans-Italiaanse omnibusfilm Histoires extraordinaires (1968) speelt Terence Stamp de uitgebluste acteur Toby Dammit die na wat roekeloos racen met een Ferrari zijn hoofd verliest. Het verhaal is gebaseerd op “Never Bet the Devil Your Head” (1841) van Poe maar die basis is wel heel magertjes want de enige overeenkomst is het letterlijk verliezen van het hoofd middels een gespannen ijzeren kabel.

The Ocean Fell into the Drop (2017)

Als u rechts neemt, komt u bij de sectie Italiaanse cinema, u herkent het graf van Pier Paolo Pasolini aan het grote kruis. ‘Pasolini was toch geen katholiek?’ ‘Toch wel, hij heeft zich in het vagevuur bekeerd.’ ‘Wat heeft Pasolini met Stamp te maken?’ ‘Hij speelt de hoofdrol in Teorema (1968), die nagenoeg stille film van een man die bij een bourgeois gezin belandt, daar met iedereen seks heeft, en de hele structuur van dat gezin uit elkaar rukt, een thema dat later nog zou verkend zou worden in Francois Ozons Sitcom (1998) en Borgman (2013) van Alex van Warmerdam.

Er is een voor mij herkenbare leegte in de melancholicus Stamp maar dat doet nu niets ter zake want …

Rust zacht Terence.

RIP Cleo Laine (1927 – 2025)

In Engeland stierf zangeres Cleo Laine.

“All gone” (1963)

Wij spelen tijdens haar teraardebestelling het nummer “All gone” omdat het in de film The servant (1963) voorkwam en zij daar heel zwoel klinkt. Wij hielden van die film. Het nummer is van de hand van haar man John Dankworth (1927 – 2010) die veel muziek schreef. Verder willen wij nog aanstippen dat Cleo ook een versie deed van Pierrot lunaire (1912) van Arnold Schoenberg.

Rust zacht Cleo.

RIP Marianne Faithfull (1946 – 2025)

Er is maar een nummer van Marianne Faithfull waar ik echt van hou, waarvan het lijkt alsof het voor mij persoonlijk is gemaakt, en dat is “Why D’Ya Do It” (1979).

“Why D’Ya Do It” (1979)

Waarom deed je wat je deed?

Vast werd Marianne tijdens haar 78-jarige leven meer dan eens bedrogen — wie overkwam het nooit? Maar misschien overkwam het Marianne vaker met haar liederlijke levensstijl tijdens de zedenverwildering van de jaren zestig, hobbelend langs de boulevard der gebroken dromen. Hoe het ook zij, toen ze het gedicht “Why D’Ya Do It” (1979) van Heathcote Williams (1941 – 2017) hoorde, wou ze het absoluut op plaat zetten, in haar autobiografie noemt ze het nummer haar Frankenstein.

Continue reading