In de VS sterft Michael Silverblatt (1952 – 2026) die een radioprogramma had over literatuur dat Bookworm heette. Supra interviewt Silverblatt W.G. Sebald (1944–2001) in 2001 — dus niet lang voor diens dood — voor een halfuurtje, onder andere over wie hem beïnvloedde. Sebald vermeldt Adalbert Stifter (1805–1868) en Gottfried Keller (1819–1890). In Logis in einem Landhaus brengt Sebald expliciet hommage aan deze schrijvers.
Silverblatt was verbonden aan het radiostation KCRW dat uitzond vanuit Californië, het station was ook de thuishaven van het gevierde en betreurde genie Joe Frank (1938 – 2018).
Drummer dood. Sly Dunbar is niet meer. In zekere zin heb ik reeds gerouwd, al mijn tranen geplengd bij de dood van zijn compagnon bassist Robbie Shakespeare (1953-2021), het duo was onafscheidelijk.
Ook de Britse fotograaf Martin Parr is voor altijd weg. Ik heb ooit enkele uren gespendeerd aan het volledig doorbladeren van zijn boek der fotoboeken: The Photobook: A History (drie volumes, 2004, 2011, 2019) die ze in de collectie van onze academie hebben.
Wrinkled hand and wrinkled apple from The Moon Considered as a Planet, a World, and a Satellite (1871) uit ‘The Photobook: A History’, de driedelige reeks over fotoboeken.
Mijn vroegste herinnering aan Parr is een zijner foto’s, opgeblazen over een hele muur in de zaak van Celeste Verhoeven in de Hoogstraat. Een foto van een ijsjeszaak als ik mij goed herinner. Zeker iets met ijsjes.
Parr was een antropologisch fotograaf, of een documentair fotograaf zoals u wil, met veel aandacht voor de werkende klasse en hun gewonigheden.
“Tudo Que Você Podia Ser”, met de foto zoals die te zien op de plaat waar dat nummer op staat: Clube da esquina (1972)
Er werd weer wat gestorven in de wereld, heel veel gewone stervelingen uiteraard, die alleen in besloten kring gevierd worden, niks mis mee, maar ook grote namen, namen die de wereld in meer of minderde mate beroeren. Er was een Amerikaanse vicepresident die van oorlogsmisdaden beschuldigd werd (worden ze daar niet allemaal van beschuldigd, nietwaar?, de VS is toch een schurkenstaat, nietwaar?); er was een filmmaker die een pseudodocumentaire gemaakt had in de jaren zestig over een gefingeerde kernrakettenaanval op het Verenigd Koninkrijk; er was een componist van psychedelische muziek; er was een moleculair bioloog die baanbrekend DNA-onderzoek had verricht maar ook in opspraak was gekomen over vermeende ethnische intelligentieverschillen; er was een actrice die ooit met een zekere Alice gespeeld had die op haar gebruikelijke adres niet meer te vinden bleek; een Nieuw-Zeelandse filmmaker die de beste film van dat werelddeel op zijn naam had staan; en er was de reggae-zanger die het over iemands rode oogjes had, waarschijnlijk die kleur geblowd.
We hebben ze hier allemaal begraven maar ik heb er niet altijd over bericht. Maar dít stoffelijk overschot dat bij ons arriveerde, een 73-jarige dode die zijn achternaam deelt met een van mijn favoriete schrijvers, verdient wat aandacht.
Lô Borges was een Braziliaanse singer-songwriter en gitarist gekend voor songs als “Tudo que você podia ser” (1971, Nederlands: Alles wat je zou kunnen zijn).
De versie van Quarteto em Cy
Hij is co-auteur van die song, uitgevoerd door Milton Nascimento op hun gezamenlijke cultproject Clube da esquina (1972). Quarteto em Cy deed er ook een versie van.
Ter voorbereiding van mijn grafrede luister ik nu naar zijn gelijknamige debuutsoloplaat, die met de foto van de afgetrapte sneakers. Nooit van gehoord. Nooit gehoord. Uitstekende plaat, beetje Kevin Ayers vibe zoals in Joy of a toy.
Lô Borges (1972) van Lô Borges
Mocht u morgen na de uitvaart nog wat willen rondstruinen in Dodenstad, Braziliaanse muzikanten en componisten hebben hier hun eigen ereperk: de laatste jaren kwamen daar de stoffelijke overschotten van Hermeto Pascoal, Sérgio Mendes, João Donato, Astrud Gilberto, Rita Lee, Marcel Zanini, Gal Costa en Elza Soares bij.
Michel Blanc was een Frans acteur, schrijver en regisseur bekend voor zijn rollen als kalende — weinig mannelijke — loser en hypochonder.
Trailer voor Monsieur Hire (1989) van Patrice Leconte, set to “Piano Quartet, opus 25” van Brahms.
Leerde ik hem kennen via Monsieur Hire (1989) van Patrice Leconte; of zag ik hem voor het eerst in Je t’aime moi non plus (1975) waarin hij een klein rolletje heeft?
Dat is van weinig belang want in Monsieur Hire, de verfilming van de ‘roman dur’ van Georges Simenon, komt Blanc voor het eerst volledig tot zijn tragisch recht als eenzame voyeur wiens verliefdheid hem fataal wordt en het is in die hoedanigheid dat ik mij hem zal blijven herinneren.
De film deed mij ook met Brahms kennismaken want toen ik hem gezien had op VHS, zag ik mij een paar dagen later genoodzaakt terug te keren naar de videotheek aan het Stadspark om hen te vragen de eindgeneriek nog eens af te spelen om de titel van de compositie te leren kennen die door mijn hoofd was blijven spoken: “Piano Quartet, opus 25” van Brahms.
Yukihiro Takahashi was een Japans muzikant die buiten zijn geboorteland best gekend is als drummer en leadzanger bij Yellow Magic Orchestra.
“Computer Game” (1978) van YMO
YMO brak in de Verenigde Staten door met “Computer Game” (1978), een cover van “Firecracker” (1959) van de Amerikaanse lounge muzikant Martin Denny.
Het origineel van “Computer Game” was “Firecracker’ (1959) van Martin Denny
Net zoals die andere elektronica-helden van de jaren zeventig, Kraftwerk, raakten ze in de VS bekend door de Afro-Amerikaanse gemeenschap.
YMO brengt “Computer Game” live op Soul Train in December 1980
Op een aflevering van Soul Train brachten ze twee nummers: een cover van “Tighten up” van Archie Bell & the Drells en het bovenvermelde “Computer Game”.
Manuel Göttsching was een Duits componist en muzikant vooral bekend omwille van zijn compositie “E2-E4” (1984) die net geen uur duurt en in de jaren ’90 deel ging uitmaken van de prehistorie van techno, nadat zij gesampled was in “Sueño Latino” (1989), een househitje.
“E2-E4” bestaat uit twee bewegingen, elk van een half uur, toen die in 1984 uitkwam, besloeg elke beweging een kant van een vinylplaat.
Het is pas in de tweede beweging dat het gitaarspel van Göttsching begint en vanaf dan evolueert het stuk van new-age naar jazz-funk.
Ik heb veel naar “E2-E4” geluisterd toen ik het als cd kocht ergens rond de eeuwwisseling.