In de film Tale of a Vampire (1992) komt Julian Sands ongemerkt het café binnen waar Suzanna Hamilton alleen aan een tafeltje zit. Hij gaat tegenover haar zitten maar zij merkt hem niet meteen op. Zij leest een boek.
Julian Sands in Tale of a Vampire (1992), de conversatie over Forneret speelt zich af op 19:40.
— ‘Houdt u van Forneret?’
— ‘Kent u hem?’
— ‘Dichter, romanschrijver, dramaturg, vroege voorloper van het surrealisme, Frans.’
— ‘Dat klopt.’
— ‘Weet u, u bent pas de tweede persoon die ik ontmoet die zelfs maar gehoord heeft van Forneret in Engeland, laat staan hem gelezen heeft.’
— ‘Een van mijn favoriete gedichten van Forneret is “Un pauvre honteux”. Kent u het?’
— ‘Het gaat over een uitgehongerde man die zijn eigen hand opeet.’
Wij van Dodenstad graven ‘s avonds niet. Na zonsondergang houdt het werk op. De doodgravers zitten dan in hun barakken en ik kijk dan wel eens graag een film van een van onze nieuwe bewoners. Of lees een hunner boeken. Of bekijk hun gebouwen, schilderijen en beeldhouwwerken. Of ik luister naar hun muziek.
Vanavond keek ik achtereenvolgens naar The Maids (1975) en Sunday Bloody Sunday (1971), want Glenda Jackson is dood.
Een interview met Mary Quant voor de Canadese televisie uit 1966 waarin ze mooi van zich afbijt op de erg sturende vragen van de interviewer over hoe de minirok de mystiek aan de vrouw onttrekt en nog meer van dit soort nonsensvragen zoals deze : ‘wat met de Engelse roos dan?’.Continue reading →
Het zal je maar overkomen; als dode ziel jaren moet rondzweven in Dodenland zonder een plaatsje te krijgen in onze Dodenstad, goed wetende dat je daar je plaats verdient.